Kleinere gezinnen en meer armoede in ontwikkelde landen
In veruit de meeste ontwikkelde landen krijgen vrouwen minder kinderen dan ze zeggen te willen, en in elk geval te weinig om het aantal inwoners van die landen op peil te houden. Daarvoor zijn 2,1 kinderen per vrouw nodig en dat halen ze niet. Alleen Israëlische en IJslandse vrouwen krijgen gemiddeld meer dan 2,1 kinderen.
Tegelijk groeit het aantal gescheiden gezinnen en eenoudergezinnen in de meeste ontwikkelde landen. Daardoor is het aantal kinderen dat opgroeit in armoede in vijftien jaar gestegen van 11 procent tot 12,7 procent.
Dit blijkt uit een internationale vergelijking naar de positie van gezinnen die de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) vanochtend presenteerde. De OESO rapporteert voor het eerst over sociaal-economische omstandigheden van ouders en kinderen. Ze definieert armoede als leven van hooguit de helft van het modale inkomen in dat land. Bij de OESO zijn 34 rijkere landen aangesloten – Chili en Mexico wel, India en China niet.
Regeringen die veel investeren in ouderschapsverlof, kinderbijslag en kinderopvang scoren meestal het hoogst op ‘gezinsfactoren’ als hoge vruchtbaarheid, weinig armoede en veel werkende moeders. Gemiddeld geven OESO-landen 2,3 procent van het bruto binnenlands product uit aan verloven, inkomenssteun en kinderopvangkosten. Nederland zit op 2,8 procent; België op 3 procent.
De grootste kans op uitsterven maakt de bevolking van Zuid-Korea, waar vrouwen gemiddeld slechts 1,15 kinderen krijgen.
