Het leven na Facebook

Wat er na mijn bijdrage over Facebookmoeheid gebeurde. Joost Zwagerman maakte er definitief een einde aan. Menno Wigman sloeg compleet op de vlucht.
Een bewijs te meer dat Facebook verslavend werkt. Althans voor lezende schrijvers, of voor schrijvende lezers, wat je wilt. Het is volop meedoen of stoppen. Een tussenweg is er niet. Net zoals ze je altijd voorhouden over drinken en roken.
Er alleen eentje opsteken na jeweetwel, ik wou dat het kon.
Alleen een glas als de visite komt, maak het een beetje.
Het is hollen of stilstaan. Alles er tussenin lijkt op een heksentoer.

En dan ben je ook nog eens schrijver. ‘Er tussenin’ is je een gruwel. Een beetje schrijver is radicaal en principieel. Een beetje schrijver denkt aan zijn gezondheid en hakt knopen door.
O, wat voel ik met ze mee.

Facebook vraagt om participatie. We kennen ze allemaal, de facebookers die zich aanmelden, gedag zeggen tegen een neefje, er nog een oude kennis uit Tiblisi bijhalen als derde vriend, en vervolgens zwijgen. Vaak plaatsen ze niet eens een foto (de face van het book). Je weet, dat zijn de voyeurs, de stiekemerds die achter een boom meeloeren, de lui die anderen willen zien paren zonder zichzelf bloot te geven. Dat zijn laffe schepselen.
Kijken, kijken, en niet kopen.

Tot voor kort was ik geneigd er zo over te denken. Maar ik ben van mening veranderd. Ik vind zo langzamerhand dat er een speciale loge geschapen moet worden voor passieve toeschouwers. Dat Facebook de mogelijkheid moet bieden om ook ‘een beetje’ mee te doen.

Over de fantastische mogelijkheden van Facebook hoor je onze handige mediajongens en de snelle zakenkometen elke dag, maar je hebt ook een paar irritante onmogelijkheden.
Het lijkt een paradox bij een toepassing die zoveel miljoenen gebruikers kent, maar Facebook is verdomde sectarisch. Je kan je mail niet overhevelen naar een andere mailservice. Je kunt je eigen bijdragen niet archiveren. Wie er een einde aan maakt of op de vlucht slaat is alles van zich zelf kwijt.
Facebook is zo uitgebreid dat je de gevangenismuur niet ziet, maar hij is er wel.

Er moet toch een leven na Facebook bestaan voor de Wig- en Zwagermannen? ’t Gaat om vrienden, tenslotte. Ik neem aan dat ze, in hun facebookloze woestijn, af en toe nieuwsgierig zijn naar wat anderen over de wereld binnen en buiten de gevangenis te vertellen hebben. Mijn minder-betere ik vermoedt dat ze af en toe zelfs nieuwsgierig zouden kunnen zijn naar wat anderen over hen te vertellen hebben.
Nu zijn ze door Facebook verstoten, als een renegaat door de Opperste Sovjet.

Voorstel: een mogelijkheid om als Facebookvriend toe te kijken, tot een maximum van vijf minuten per dag, niet noodzakelijkerwijs aaneensluitend, en met een blokkade van alle reactiemogelijkheden.

Ik vind het vervelend dat ik daar op Facebook een beetje geniaal zit te zijn, met de nodige zweetdruppels en blauwe knoken, zonder dat Menno Wigman en Joost Zwagerman me kunnen zien.