In Tokio heerst altijd die angst voor ‘die ene grote aardbeving’
Het centrum van Tokio in 1923 na de Grote Kanto Aardbeving - door vuur werd de hele stad in de as gelegd. Foto Osaka Mainichi Newspaper / Wikimedia Commons
Japan is vandaag getroffen door een ramp. Aardbevingen zijn een gruwelijk fenomeen: ze komen altijd onverwacht en slaan toe met de willekeur van een zelfmoordterrorist. Tijdens mijn tien jaar als correspondent in Tokio (1995-2006) ondervond ik dat aan den lijve.
In Japan trilt de aarde bijna elke week wel een keer. Elke keer stokt je adem even: is dit ‘de grote’? Zitten we aan de periferie van een grote elders? Of is het een kleintje? Adem inhouden en wachten is het enige dat je kunt doe in die paar seconden dat een beving duurt.
Als je weer kunt ademhalen verschijnt op televisie al snel een tekst boven in beeld met informatie over de beving: locatie, kracht, wel/geen tsunami, schade, slachtoffers, etcetera. Meestal is het verhaal daarmee afgelopen.
Eén keer was de beving op een zaterdagavond zo heftig dat ik de volgende ochtend in de auto stapte om naar het getroffen gebied te gaan: een berggebied in de provincie Niigata een paar honderd kilometer ten noorden van Tokio.
In de laatste bergvallei voor het getroffen gebied functioneerden alle winkels en benzinestations normaal. Er was niets te zien van een natuurramp. Eén bergpas over en opeens was ik in een rampgebied. Huizen deels ingestort, mensen kamperend op schoolpleinen, wegen bedolven, verzakt en onbegaanbaar, in het ziekenhuis maakten artsen overuren om gewonden te helpen. Omdat het een spaarzaam bewoond berggebied was bleef het aantal slachtoffers beperkt: 25 doden.
In NRC Handelsblad schreef ik destijds, oktober 2004, over een groep ouderen rond een vuurtje op het schoolplein:
“Ik was nooit bang voor een aardbeving, want die komen hier niet voor, zo luidde ten minste de gangbare wijsheid”, zegt een man. “Ik ben inmiddels tachtig, maar heb dit nog nooit meegemaakt”, valt een ander bij. “De natuurlijke overlast die we hier hebben is sneeuw, die ligt hier ‘s winters vier meter hoog. Aardbevingen zijn iets voor in de provinciehoofdstad.” Deze ouderen durven niet meer in hun eigen huis te slapen. Voor een tweede achtereenvolgende nacht kamperen ze buiten. Ze zijn bang in hun slaap te worden overvallen door een nieuwe klap, een klap waartegen hun huizen wellicht niet bestand zijn. In de 36 uur na de grote aardbeving zijn er meer dan 350 voelbare schokken geweest, waarvan vier zwaarder dan zes op de schaal van Richter.
Met een glimlach geeft een oude vrouw uitleg over de aardbeving van zaterdag, alsof ze spreekt over een oude vriend die haar verraden heeft. “Een aardbeving kómt en … gaat.” Het `komt’, zegt ze snel en abrupt, het `gaat’ langzaam en vertraagd. Want, zegt ze, de eerste klap is normaal gesproken hard, daarna worden de schokken langzaam maar zeker steeds zachter.
Sinds jaar en dag wordt in Tokio gesproken over het moment waarop ‘de grote’ weer toe zal slaan. Tokio wordt namelijk ongeveer elke tachtig jaar getroffen door een aardbeving. De laatste was in 1923. Meer dan honderdduizend kwamen toen om het leven – vooral door het vuur dat uitbrak en de grotendeels van hout gebouwde huizen volledig in as legde. Andere oorzaak was dat er veel Koreanen werden gelyncht omdat zij om een of andere reden ‘schuldig’ zouden zijn.
Die aardbeving had slechts een kracht van 7,9 op de schaal van Richter – vergeleken met 8,8 nu. De vraag is of de aardbeving van vandaag ‘de grote van Tokio’ vervangt, of dat die aardbeving alsnog gaat komen.
Sinds 1923 heeft Japan veel ervaring opgedaan met aardbevingen en zijn de bouwvoorschriften aanmerkelijk verbeterd. De grootste aardbeving die sindsdien in stedelijk gebied heeft toegeslagen (Kobe januari 1995; 6,8 op de schaal van Richter) veroorzaakte ‘slechts’ 6434 doden. Het grote belang van bouwvoorschriften was toen voor iedereen zichtbaar: terwijl het ene pand fier overeind bleef staan zakte de buurman ineen.

Het centrum van Kobe in januari 1995 - platgelegd door aardbeving en het daaropvolgende vuur. Foto Matanao / Wikimedia Commons
In november 1995, ik was net begonnen als correspondent in Tokio, bezocht ik Kobe om te zien hoe men opkrabbelde uit de chaos. Ik bezocht onder meer een koffiehuis waar een groep ouderen z’n gedachten de vrije loop liet. Naast alle ellende zag men ook het positieve van rampspoed: het brengt mensen nader tot elkaar, mensen helpen elkaar opeens terwijl ze een dag eerder elkaar op straat geen blik waardig achtten.
Even later komt een oude man binnen. Isamu Yoshii (80) bracht op het moment van de ramp, om kwart voor zes ‘s ochtends, zijn kranten rond. In een smalle steeg werd hij door de beving en vallend puin overvallen. Zijn been raakte beklemd. “Ik dacht dat het voorbij was.”
Negen jaar lang heeft Yoshii als militair op de slagvelden doorgebracht, van China tot Borneo. “De huidige generatie heeft nooit geleerd af te zien. Wat dat betreft is er iets veranderd in Kobe. Ten goede. Mensen helpen elkaar meer, staan meer voor elkaar open. Toch was ik ook positief verrast. Na de beving kwam ik langs een supermarkt. Alles lag op straat, maar niemand plunderde. En zoals jongeren bezig waren mensen te helpen: ik dacht slechter over jonge mensen.”
Yoshii woont nu in een noodwoning bij de haven, maar nog steeds brengt hij in zijn oude wijk de krant rond. “Na de aardbeving ben ik naar mijn zoon in Tokio gegaan, maar ik voelde me er niet thuis. Dat is mijn wereld niet. Ik hoor hier. Dat krantenwerk hoef ik niet per se voor het geld te doen, maar ik moet nu eenmaal iets om handen hebben.”
“Er zijn oude mensen geweest die de ondergang van hun wereld niet aankonden en een einde aan hun leven hebben gemaakt. Nu wordt er geschreven dat er niet genoeg opvang was. Maar als oude mensen de verandering niet aankunnen dan nemen ze hun eigen besluit. Ik zou niet willen dat iemand mij moedwillig in leven houdt. Vroegere generaties sneden hun buik open als het leven een ongunstige wending nam. Dat vind ik goed. Het leven komt zoals het komt. Je neemt besluiten zoals je het op dat moment passend vindt. Daar hoeft niet treurig over te worden gedaan.”
