Uitspraak 25: de huisarts en de gescheiden ouders

Hoe ver moet een huisarts gaan met het raadplegen van gescheiden ouders bij de behandeling van hun kinderen?

Met een commentaar van NJB-medewerkers Aart Hendriks, hoogleraar gezondheidsrecht in Leiden, en Caroline Forder, hoogleraar Europees familierecht in Maastricht.


De zaak.
Een gescheiden vader daagt zijn voormalige huisarts voor het medisch tuchtcollege. Hij verwijt de dokter zijn kinderen te hebben behandeld zonder overleg. De dokter zou de kinderen zo aan (zijn) ouderlijk gezag hebben onttrokken. De arts overlegde alleen met zijn ex-vrouw die de kinderen naar het spreekuur bracht.

De feiten. Een echtpaar met twee kinderen, van 12 en 7, gaat scheiden. Hij verhuist en zoekt elders een huisarts. Het stel houdt echter nog bijna twee jaar gezamenlijk het gezag over hun kinderen. En de vader schrijft de dokter dat hij graag op de hoogte wil blijven van de ‘medische en psychische gesteldheid’ van zijn kinderen. Hij doet er een kopie van het vonnis bij en legt uit dat hij samen met zijn ex samen het ouderlijk gezag heeft.

De dokter laat eerst niks van zich horen, maar stuurt anderhalve maand later de medische gegevens van de kinderen aan de vader op. De dokter zegt erbij dat hij alleen wil overleggen met de ouder die het kind begeleidt naar de praktijk. Een jaartje later schrijft de vader opnieuw dat zijn kinderen niet zonder zijn toestemming behandeld mogen worden. Daar heeft de dokter zich in die periode niet aangehouden. Hij heeft de kinderen behandeld ‘voor de gebruikelijke aandoeningen die kinderen van die leeftijd kunnen hebben’ en stuurt een verslag over het afgelopen jaar.

Langs welke maatstaf legt het medisch tuchtcollege artsen?

Het gaat er om of de dokter bij zijn handelen bleef binnen de grenzen van een ‘redelijk bekwame beroepsuitoefening’, rekening houdend met de stand van de wetenschap en met wat onder artsen als norm was aanvaard.

Wat is het verweer van de dokter?

Die zegt dat het ‘gebruikelijk’ is in een huisartsenpraktijk alleen met de ouder die meekomt te overleggen over de behandeling. Het is ‘ondoenlijk’ om steeds de gescheiden ouder erbij te betrekken. En de dokter zegt hij dat twee keer met de artsenorganisatie, KNMG, contact heeft gehad. De dokter vindt ook dat hij de vader voldoende heeft geinformeerd. Het tijdsverloop vond hij ‘niet onredelijk’.

Hoe oordeelt het Tuchtcollege?

De arts had de vader niet mogen passeren. Zeker niet nu deze hem expliciet vroeg te overleggen als zijn kinderen op het spreekuur verschenen. Het College gelooft niet dat de KNMG de huisarts zou hebben geadviseerd anders te handelen. De wet is duidelijk. Na echtscheiding moeten beide ouders als ze het gezag delen toestemming geven als hun kinderen behandeld worden. De tuchtrechters vinden de praktische problemen niet onoverkomelijk. Al was het maar omdat de huisarts zelf vertelde dat hij in zijn praktijk maar een zo’n geval had. De huisarts had ook eenmalig een algemene toestemming kunnen vragen voor hulp ‘van niet ingrijpende aard’ aan de kinderen. Dat de dokter er nogal lang over deed om de vader te rapporteren vond het College ‘niet verwijtbaar’. De arts krijgt een waarschuwing, die wordt gepubliceerd in drie medische tijdschriften en de Staatscourant.

Lees hier de uitspraak. Hier de website van de tuchtcolleges voor de gezondheidszorg.

En hier meer algemene informatie over het toestemmingsvereiste van ouders bij behandeling van hun kind.