U twittert wel heel veel, zei de politie

Sociale media Twitterende tegenstanders van azc’s moeten rekening houden met een bezoekje van de politie. Mag dat?

Foto Hollandse Hoogte/ Phil Nijhuis, beeldbewerking NRC

Maandagmiddag kreeg Mark Jongeneel (28) een verontrustend telefoontje. Zijn moeder aan de lijn. Er waren net twee politieagenten aan de deur geweest die op zoek naar hem waren, maar ze vertelden niet waarom. Nu gingen ze op weg naar Jongeneels kantoor; hij heeft een incassobureau. Wat zou er aan de hand zijn? „Was ik zaterdagavond dronken, schoot nog door mijn hoofd.” Maar hij kon zich alles nog herinneren.

„U twittert heel veel”, zeiden de agenten volgens Jongeneel toen ze hadden plaatsgenomen in zijn werkkamer. „Wij hebben orders gekregen om u te vragen op uw toon te letten. Uw tweets kunnen opruiend overkomen.”

In Sliedrecht was dinsdagavond een bijeenkomst over een asielzoekerscentrum in de regio. In de aanloop ernaartoe plaatste plaatste Jongeneel een paar tweets. Deze bijvoorbeeld: „Het college van #Sliedrecht komt met een voorstel om de komende 2 jaar 250 vluchtelingen op te vangen. Wat een slecht plan! #KominVerzet” Eerder schreef hij ook: „Dit laten we toch niet gebeuren!?”

Politiestaat

De afgelopen maanden heeft de politie veel vaker mensen thuis opgezocht die zich op sociale media uitspraken tégen asielzoekerscentra. In oktober was er in Leeuwarden een huisbezoek bij ongeveer twintig tegenstanders van azc’s. En in Enschede gingen wijkagenten langs bij sympathisanten van AZC-alert Enschede. In het Brabantse Kaatsheuvel kregen in ieder geval drie dorpsbewoners een huisbezoek van de politie omdat zij zich kritisch hadden uitgelaten over de komst van een noodopvang of omdat zij op sociale media een pagina over het onderwerp beheerden.

Met die huisbezoeken probeert de politie de burger ervan te doordringen „welk effect een post of tweet op internet kan hebben”, zegt een woordvoerder van de Nationale Politie. Met tien ‘realtime intelligence-eenheden’, groepjes digitale rechercheurs verspreid over het hele land, worden Facebook-pagina’s en Twitter-accounts in de gaten gehouden. Er wordt gelet op posts die „te ver” gaan.

Ook gemeenten sturen de politie aan. Dat gebeurde bij Jongeneel. De woordvoerder van de gemeente Sliedrecht legt uit dat ze duidelijk wilden maken dat een eventuele fysieke demonstratie „prima” is, maar wel moet worden gemeld bij de gemeente. „Het was absoluut niet de bedoeling om de man zijn mond te snoeren. Echt niet. Wij vinden dat iedereen zijn mening moet kunnen laten horen.” Zo vrijblijvend kwam het op Jongeneel niet over. „Alsof we in een politiestaat leven.”

Vrijheid van meningsuiting

„Laat ze oprotten die teringleiers, we gaan met z’n allen naar het gemeentehuis”, postte garagehouder Johan van Wouw (43) een paar weken geleden op een maandagochtend op zijn eigen Facebook-pagina. Hij had kort daarvoor op internet gelezen dat in Kaatsheuvel 1.200 vluchtelingen zouden worden opgevangen en wilde laten merken dat hij het daar niet mee eens was. Stond er later die middag politie aan zijn deur. „Ze vonden dat ik aanzette tot een demonstratie en stuurden erop aan dat ik de post van internet verwijderde.”

Het bezoek duurde ongeveer twintig minuten en de politie gedroeg zich behoorlijk autoritair, vindt Van Wouw. Hij voelt zich sindsdien in zijn vrijheid beperkt. „Als ik tegenwoordig iets op Facebook post, realiseer ik me dat de politie misschien wel mee zit te lezen.”

Haatzaaien

Ook andere mensen die de politie op bezoek kregen, hebben het gevoel dat hun de mond wordt gesnoerd. „Waarom mogen wij niet zeggen wat we vinden?”, vraagt Kim (33) uit Kaatsheuvel zich af. Ze wil niet met haar achternaam in de krant. Kim kreeg politie aan de deur vanwege tweets van haar en haar vriend. Ze postten meerdere Facebook-berichten waaruit hun ongenoegen over een azc in de buurt blijkt. Ook zoiets als: gaan we er hier ook een Geldermalsen van maken? Kim: „Maar als mensen daar gevolg aan geven, zitten zij toch fout?”

Haatzaaien of opruien is in Nederland verboden. Maar wanneer wordt de grens van het toegestane overschreden? Dat is volgens de woordvoerder van de Nationale Politie heel moeilijk te zeggen. Steeds wordt een nieuwe inschatting gemaakt; er zijn geen specifieke regels.

De politie heeft kennelijk ontdekt dat het publieke domein zich ook op sociale media afspeelt

Jaap Timmer, politiedeskundige

„Het is een subtiele grens die je gemakkelijk overschrijdt”, zegt hoogleraar strafrecht Nico Kwakman, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Je mag zeggen: ‘Ik vind de islam een achterhaalde godsdienst.’ Dat is een mening. Maar als je verder gaat en zegt: ‘Moslims zijn niet goed en moeten opnieuw worden opgevoed’, overschrijd je een grens.” Het hangt er ook van af wie de opmerking op welk moment maakt.

Eigenlijk laat dit ook zien dat de politie bij de tijd aan het raken is, vindt Jaap Timmer, universitair hoofddocent maatschappelijke veiligheid aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Als iemand vroeger in een café zei dat hij ging demonsteren en dat de ruiten eruit zouden gaan, zou diegene ook een huisbezoekje krijgen. De politie heeft kennelijk ontdekt dat het publieke domein zich ook op sociale media afspeelt.”

Wéér niet serieus genomen

„De politieagent wordt gezien als iemand die criminaliteit opspoort, maar is er ook om criminaliteit te voorkomen, om de burger te adviseren en te helpen”, zegt strafrechtexpert Kwakman. Dat is wat de politie in dit soort gevallen wil doen, denkt hij. „Maar men heeft, denk ik, fout ingeschat wat het voor de desbetreffende persoon betekent.” Het was volgens Kwakman verstandiger geweest om een andere ambtenaar, eentje zonder uniform, op die mensen af te sturen. „Als er een politieman komt vertellen dat wat je doet niet in de haak is, voel je je gekleineerd en gecriminaliseerd.”

Het bezoek van de politie heeft Kim uit Kaatsheuvel alleen maar kwader gemaakt, vertelt ze. „De gemeente doet zó veel moeite om ervoor te zorgen dat wij onze mond houden, wat betekent dat?” Ze denkt het antwoord te weten: „We worden wéér niet serieus genomen.”

Er is heel weinig vertrouwen in de burger, vindt ook Mark Jongeneel. „Na het bezoek van de politie heb ik besloten om me juist duidelijker uit te spreken. Ik laat me de mond niet snoeren.” Dinsdagavond sprak hij daarom tijdens de lokale raadsvergadering.