De kaas werd liefdevol gestolen

Kaasroof Verspreid over het land werd 8.500 kilo kaas ontvreemd. De dieven zorgden ervoor dat de kazen niet vies werden.

De – deels – lege voorraadkamer van kaasboerderij De Zuidgeest in Bergen op Zoom. De dieven namen van elke soort een selectie mee. Foto’s Rien Zilvold

Een kaas wéégt wat. „Hier.” Marjo Huijsmans tilt er eentje uit het rek. „Pak maar aan.” Jong belegen, twaalf kilo. Als ze bij kaasboerderij De Zuidgeest in Bergen op Zoom de kazen hebben gekeerd, dat gebeurt elke dag, dan heeft Huijsmans (55) spierpijn in haar armen. Ze wil maar zeggen: hoeveel werk is het om honderdvijftig kazen te stelen?

„Honderdvijftig…” Ze klakt met haar tong. „De voorraad geplunderd.”

Precies een maand geleden is het vandaag. Noem het gerust een professionele kraak: toen haar zoon die ochtend voor zijn ontbijt een potje yoghurt uit de boerderijwinkel wilde halen, bleek de deur van het woonerf gebarricadeerd. De stroom van de naburige lantaarnpaal was afgesneden, de telefoon onklaar gemaakt. De banden van de auto: lekgestoken. Huijsmans wijst in de verte. Uit het prikkeldraad was een vluchtroute geknipt over het weiland van de buren – voor het geval dat.

Ze kon haar ogen niet geloven toen ze de stellingkasten in de opslagruimte zag. Zo goed als leeg. Wie steelt er nou kaas? „Káás!” De schade: bijna 2.000 kilo, met een verkoopwaarde van 18.000 euro. Er bleek ook een auto verdwenen, vermoedelijk om meer kaas in te vervoeren. Die werd een dag later teruggevonden, de sleutels nog in het contact. Nergens vingerafdrukken.

Op de beveiligingscamera’s ontwaarde de eigenaar van de boerderij ‘Oost-Europese types'.

Kaasroof – een curiositeit? Een geïsoleerd incident? „Daar ging ik vanuit.”

Maar na een paar dagen krijgt Huijsmans een bericht van collega-kaasboer Joris Mathijssen, uit Udenhout. Hij weet hoe het voelt. Ook bij hem is kaas gestolen, krap drie weken eerder. Meer dan duizend kilo, 88 kazen, zo’n 10.600 euro aan schade. „We hebben meteen nieuw hekwerk aangeschaft”, zegt Mathijssen over de telefoon. „En een hond.”

Twee gevallen van kaasroof in drie weken dus, en daar blijft het niet bij. We komen andere incidenten op het spoor, zeker zes in het afgelopen jaar. Zoals bij kaasboerderij Noordam in het Gelderse Hellouw: 200 kazen weg, bijna 26,5 duizend euro schade. Of kaasboerderij Geingenoegen in Abcoude: 40 kazen, 5.000 euro. De Lange Hoeve in Genderen: 200 kazen, ruim 25.000 euro. En kaasboer Mitchel Sauer werd vorig jaar beroofd in Geleen: 26 kazen, 3.200 euro.

Zo kom je al snel uit op zo’n 8.500 kilo gestolen kaas, met een waarde van bijna 90.000 euro. Of dat het hele plaatje is? Dit is wat de kaasboeren via hun netwerk heeft bereikt, maar centraal bijgehouden wordt dit nergens. Al deze gevallen zijn door de politie lokaal behandeld – een eventuele link is daardoor nog niet onderzocht. Hoevaak er aangifte is gedaan van kaasdiefstal valt niet te achterhalen, zegt een politiewoordvoerder. „Zo werkt ons registratiesysteem niet.”

Ze wisten wat ze moeten hebben

‘Kaasroof’, het klinkt in eerste instantie misschien meer als een curiositeit dan als een serieus probleem. Deze kaasboeren zijn doorgaans verzekerd, en al zijn het kleine bedrijfjes, om zúlke enorme bedragen gaat het meestal ook weer niet. Maar er is ander een pijnpunt, klagen de boeren: kaas is een ambachtelijk product, dat vul je niet even aan.

Een kaas moet rustig tien maanden op de plank liggen rijpen voor hij als ‘oud’ verkoopbaar is – en dan is hij het meeste waard. Dat betekent dat een bestolen kaasboer tien maanden lang geen, of in ieder geval: minder, oude kaas kan verkopen. Vaste klanten, winkeliers en groothandels zoeken in de tussentijd hun heil elders – het is maar de vraag of ze daarna nog terugkomen. Marjo Huijsmans legt haar hand op twee flinke kazen in de schappen van haar boerderijwinkel. „Dit zijn de laatste twee belegen kazen die ik nog heb. Over een paar dagen moet ik nee verkopen.”

Kaas is duur, en de dieven lijken precies te weten wat ze moeten hebben. „De allerjongste kazen hebben ze laten liggen”, zegt Huijsmans. „Ze hebben van elke soort een selectie meegenomen.”

Van Ivonne Noordam, van zuivelboerderij Noordam in Hellouw, werd 2.400 kilo kaas gestolen. Ze aarzelde geen moment: „We zijn meteen onze al eerder verkochte kazen gaan terugkopen bij de groothandels. We kunnen het niet hebben dat er bij ons niets in de boerderijwinkel ligt. Dan verliezen we klanten.”

Russische markt

De vraag is natuurlijk: wie zitten hier achter? De politie zegt geen aanknopingspunten te hebben. Maar vraag je het de kaasboeren, dan is het antwoord eensgezind: de gestolen kazen zijn bestemd voor de Oost-Europese markt.

Het ding is, zeggen de boeren, zo’n grote hoeveelheid kaas raak je in Nederland simpelweg niet kwijt. „Iedereen kent iedereen in de kaasbusiness”, zegt een woordvoerder van zuivelbrancheorganisatie Gemzu. „Het is maar een klein wereldje. Binnen de Nederlandse handel kun je dit echt niet slijten.”

Net als bankbiljetten hebben alle kazen een eigen serienummer, zo kun je de herkomst herleiden. Marjo Huijsmans toont haar twee laatste wielen belegen nog maar eens. Een stempel op de bovenkant leest: ‘TB18402’ en ‘TB18415’. „De andere nummers zijn gestolen.”

Via de Boerderijzuivelbond worden groothandelaren op de hoogte gesteld van ‘verdwenen’ serienummers. Een woordvoerder van FrieslandCampina, één van ‘s lands grootste inkopers: „Als zo’n partij aan ons zou worden aangeboden, dan komen wij daar heus meteen achter.”

„Het blijft speculeren, maar ik denk zelf aan de Russische markt”, zegt Irene van de Voort, voorzitter van de Boerderijzuivelbond. „Vanwege de boycot gaat er op dit moment heel weinig kaas die kant op. Het is een schaars goed, en dat drijft de prijs op. Het zou verklaren waarom er nu ineens zo veel gestolen wordt.”

En dan is er nog het anekdotische ‘bewijs’ dat wijst naar Oost-Europa. „Wij hadden een vaste klant, ik dacht een Bulgaar”, zegt Bart Hogenhout, van kaasboerderij Geingenoegen in Abcoude. Zijn boerderijwinkel werd leeggeroofd. „Daarna? Wat dacht je? Nooit meer gezien.”

Zuivelboerderij Noordam werd twee jaar achtereen bestolen. Beide keren op 1 oktober. „Je weet het nooit, maar het lijkt geen toeval”, zegt Ivonne Noordam. „Precies het moment dat de seizoensarbeiders terug naar Oost-Europa gaan.”

Bij De Lange Hoeve in Genderen zijn de dieven afgelopen september op camera vastgelegd. Het beeld is te vaag om iemand te herkennen. Het lijkt om vier man te gaan. Je ziet ze met steekkarretjes een busje inladen. De eigenaar van de boerderij herkent er „Oostbloktypes” in. „Ze zien er gewoon niet Nederlands uit.”

De Boerderijzuivelbond is bezorgd en probeert de kaasboeren te waarschuwen, zegt voorzitter Van de Voort. „We plaatsen er artikelen over in ons vakblad, De Zelfkazer. Maar dat het zóveel gevallen waren, wisten wij ook niet. Misschien is het tijd om eens met de politie om tafel te gaan.”

Schorten uit de winkel

Bij kaasboerderij De Zuidgeest zijn ze intussen overuren aan het draaien om de kaasvoorraad weer op peil te krijgen. Het lijkt aardig te lukken: de kasten beginnen langzaam uit te vullen, de zoutbaden liggen vol. Over twee maanden kunnen ze weer belegen kaas verkopen. Huijsmans: „We hebben de jonge kazen die we overhadden nog maar even laten liggen.”

Ze is nu nog in conclaaf met de verzekering, en de beveiliging is opgeschroefd. De vraag is of je zulke professionals buiten de deur weet te houden. „Kijk.” Ze wijst op de modderafdrukken op de vloer die alle klanten achterlaten als ze van het erf de winkel instappen. „Maar na de roof, wat dacht je? Niets. Ze hadden zelfs gedacht aan bedekking om hun schoenen.”

Het gekst vond ze nog wel hoe liefdevol haar kazen waren behandeld. De dieven hadden de kruiwagen van de boerderij gebruikt om de auto’s in te laden – maar niet voor ze die hadden belegd met schorten uit de winkel. „Zodat de kazen niet vies zouden worden.”