Fischer werd geboren op 9 maart 1943 in Chicago. Op jonge leeftijd verhuisde hij met zijn familie naar New York, waar hij leerde schaken toen hij zes jaar oud was. De jonge Fischer was vanaf zijn eerste zetten op het schaakbord een fenomeen. Hij werd in 1957 op veertienjarige leeftijd kampioen van de Verenigde Staten. In de zomer van 1972 waren de ogen van de hele wereld gericht op de ‘match van de eeuw’ waarin Fischer het in Reykjavik opnam tegen de Sovjet-grootmeester Boris Spasski. De match om het wereldkampioenschap stond vooral in het teken van de Koude Oorlog tussen de Verenigde Staten en de toenmalige Sovjet-Unie.
Fischer verloor de eerste partij, kwam niet opdagen voor de tweede omdat hij het niet eens was met de voorwaarden waaronder hij moest spelen, maar trok de match ondanks die 2-0 achterstand naar zich toe. Voor de Amerikanen betekende het meer dan een schaakoverwinning, na een kwart eeuw Sovjet-overheersing. Sindsdien was Fischer het middelpunt van tal van affaires, maar hij groeide tegelijkertijd uit tot een levende legende, verfoeid om zijn ongenuanceerde, vaak antisemitische uitspraken.
In zijn geboorteland Amerika kwam Fischer in de problemen wegens de revanchepartij die hij in 1992 tegen Spasski speelde op het schiereiland Sveti Stefan én in Belgrado, beide in het toenmalige Joegoslavië, ondanks een internationaal embargo tegen dat land wegens de oorlog op de Balkan.
In juli 2004 werd Fischer in Japan aangehouden omdat zijn Amerikaanse paspoort ongeldig zou zijn. Aanvankelijk dreigde Japan hem uit te leveren aan de Verenigde Staten. Daar wachtte hem vervolging, onder meer wegens de schending van het internationale embargo tijdens zijn tweekamp met Spasski in het voormalige Joegoslavië. Hij werd maandenlang vastgehouden in Japan. Mede door de inzet van schakers in het schaakgekke IJsland – waar altijd zijn grootste fans woonden – zorgde de IJslandse regering voor een doorbraak in de impasse. Het parlement besloot unaniem Fischer de IJslandse nationaliteit aan te bieden. Daarna liet Japan hem naar zijn nieuwe vaderland vertrekken. Destijds werd hij midden in de nacht door honderden schaakfans op het lokale vliegveld van Reykjavik verwelkomd. Het schaken zelf vond hij toen allang niet meer interessant.
Fischer maakte zich alleen nog sterk voor een nieuwe vorm van het spel, dat hij Fischerandom noemde. „Een schaker moet tegenwoordig duizend-en-één openingen uit zijn hoofd leren”, zei hij na aankomst in zijn nieuwe vaderland. Fischer vond het schaken ook om andere redenen niet meer interessant. „Mijn enige interesse rond het schaken is aan te tonen dat er veel te veel vooropgezette wedstrijden zijn”, zei hij bijna vier jaar geleden in Reykjavik. Hij doelde onder meer op de beruchte tweekamp tussen Karpov en Kasparov in 1984-’85, waarvan volgens Fischer elke zet van te voren was bepaald. De beide Russische grootmeesters beschouwde hij als „criminelen, oplichters”.
Interview met Bobby Fischer over zijn begintijd
Delen uit een NOS documentaire over Bobby Fischer

AEX: 338,65 

