Tot deze conclusie komt de Raad voor de Journalistiek in een uitspraak die vandaag bekend is geworden. Volkert van der G. had in februari een klacht ingediend tegen de krant naar aanleiding van het artikel ‘Bewijs tegen Van der G. steeds concreter’ van 7 juli 2006. De Telegraaf citeerde in het artikel een vertrouwelijk rapport van de Nationale Recherche over het onderzoek naar de moord op milieuambtenaar Chris van der Werken in 1996.
Volgens Quirijn Meijnen, de advocaat van Van der G., heeft De Telegraaf in het artikel citaten gemanipuleerd, die afkomstig zijn uit een oud rapport, en rechtvaardigen de feiten niet de ernstige beschuldiging van moord. De Raad is het hiermee eens. Meijnen: „Dit is een belangrijke uitspraak voor mijn cliënt nu van dit rapport kan worden gesteld dat het geen enkel bewijs bevat van zijn betrokkenheid.”
Verder concludeert de Raad dat het niet anonimiseren van de naam van Van der G. in het gepubliceerde rapport – op de website van De Telegraaf – een ongerechtvaardigde aantasting van zijn privéleven vormt.
De Raad verwierp de klacht dat De Telegraaf niet had mogen publiceren uit een vertrouwelijk rapport waarvan de herkomst onduidelijk was. Volgens de krant gaat het niet om gestolen informatie, maar kregen een verslaggever het document toegespeeld van een medewerker van de Nationale Recherche. Advocaat Meijnen benadrukt dat het hem vooral ging om de manier waarop De Telegraaf het rapport gebruikte. ,,Ik begrijp heel goed dat journalisten hun werk moeten doen. Ook met behulp van vertrouwelijke gegevens.’
Het is de tweede keer dat Van der G. gelijk krijgt van de Raad voor de Journalistiek in de affaire-Van der Werken. In 2004 stelde de Raad hem in het gelijk in een procedure tegen het EO-programma 2Vandaag. De omroep had de suggestie niet feitelijk onderbouwd dat Van der G. betrokken zou zijn bij de moord. Bovendien was geen wederhoor gevraagd.

AEX: 310,03 





