Project-X forever
De oude man die naast me in de intercity richting Groningen zit haalt een thermoskan, een pak melk, een zak boterhammen en een homp kaas uit zijn tas. Hij stalt de spullen uit op het klaptafeltje, alsof hij thuis is en de tafel dekt. Zijn leesbril hangt scheef op zijn gezicht, van boven de ovale glazen kijkt hij mij aan en zegt:‘Je kunt beter de hele dag uit het raam van een rijdende trein kijken dan uit het raam van een stilstaand huis. Het uitzicht verandert steeds, dat houdt me jong.’
‘Bovendien weet ik na een treindag precies wat er speelt in de samenleving; heel veel mensen hebben bijvoorbeeld last van de crisis.’
‘Ja,’ zeg ik. De oude man en ik luisteren naar de forensen die het nieuws van de dag bespreken.
De reizigers hebben het in eerste instantie over voeding. Ze sommen aan elkaar op wat ze zoal gegeten en gedronken hebben. Ze zeggen: ‘Een glas water, daarna een kop koffie en daarna nog een glas water.’ Ze zeggen: ‘Ik ben wel weer toe aan koffie. Met iets lekkers.’
En alle reizigers (echt allemaal), hebben het tussen de spijzen en dranken door over Project-X in Haren, wat al een week lang het nieuws domineert. De treinreizigers weten wat er misging, hoe het drama voorkomen had kunnen worden, wat de tijdsgeest is en wat er anders moet. Ze weten eigenlijk alles wat de burgemeester van Haren niet weet.
Tussen Amersfoort en Zwolle staat de trein plotseling stil in een natuurgebied dat door de Koninklijke Landmacht als oefenterrein wordt gebruikt. Op enorme borden staat om de honderd meter: ‘Levensgevaarlijk. Oefenterrein.’
‘Dat is het probleem,’ zegt de oude man. Hij wijst naar het bord. ‘De oorlog is allang voorbij, de angst verplaatst zich. De mensen zijn nu bang voor Facebookfeesten en oefenterreinen.’
Ik knik naar de man, negeer de gesprekken en sla de krant open om me te concentreren op het echte nieuws. Opnieuw berichten over Haren. “X” betekent niet voor niets: ongekende grootheid, straks is heel Nederland één kolossaal Project-X.
Ik vraag me af hoe het eigenlijk gaat met de droogte in de Hoorn van Afrika, het chemische afval bij Fukushima, de plastic soep in de Stille Oceaan, de oorlog in Afghanistan?
Maar eerst moeten we het tuig aanpakken natuurlijk. First things first.
