Pas op voor uzelf en het eten van vruchten

Een paar weken geleden stond er een bericht in de krant over een automobilist die in Groningen is aangehouden door de politie nadat hij een appeltje uit het raam van zijn auto gooide. De automobilist at een laatste hap van zijn appel, draaide zijn raampje open, gooide het klokhuis in de berm en zag het STOP teken achter het voorruit van de ambtenaar in burger; ‘Waar denken wij precies mee bezig te zijn?’

Een klokhuis in de berm gooien mag niet. Ook niet als je zegt dat het klokhuis wel opgegeten zal worden door een vogel. Je kunt er niet zonder meer vanuit gaan dat een vogel het klokhuis op eet. Als de restanten van de appel langs de kant van de weg blijven liggen is dat zwerfvuil, en zwerfvuil is verboden. Je kunt niet van alles van je afflikkeren. De automobilist kreeg een boete van tweehonderdtwintig euro want de politie moet ergens een lijn trekken, er is een grens. Als de grens niet begint bij een appeltje, waar begint de grens dan wel?

De automobilist dacht daar anders over, hij spande een rechtszaak aan. Hij kreeg voor een deel gelijk: de boete die hij moest betalen viel na de rechtszaak vele malen lager uit.

Ik moest aan de zaak denken omdat ik al weken angstvallig klokhuizen in mijn broekzak verstop, en ook omdat er een politieagent bij mij thuis aanbelde. Toen ik opendeed zette de politieagent zijn voet tussen de deur. In zijn hand hield hij een stuk karton waarop een adressticker zat met mijn naam erop. Het stuk karton was door de politieman met een stanleymes uit een doos gesneden die hij een paar straten verderop had gevonden. De politieman vroeg me hoe het kon dat er een kartonnen doos van mij op straat stond. Ik keek naar zijn pistool en haalde mijn schouders op. Ik had eerlijk gezegd geen flauw idee hoe het kwam dat er een kartonnen doos met mijn naam op straat terecht was gekomen. Aan die informatie had de politieagent niets.

‘Is dit uw naam?’ vroeg hij. Hij wees naar de adressticker op het karton.

‘Ja,’ zei ik.

‘Dan betaalt u de boete,’ zei hij. ‘U bent verantwoordelijk voor uw eigen naam.’

Hij overhandigde me een reçu. Nu zit ik erover te denken om een rechtszaak aan te spannen.

Ik kan er verdomme ook niets aan doen dat ik toevallig Maartje Wortel heet.

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief