Zoete aandronk, lichtzure afdronk. Een prachtverhaal over whisky

Foto EPA / David Cheskin

Foto EPA / David Cheskin

door

Eind jaren tachtig werd Mark Reynier, een wijnhandelaar uit Londen, verliefd op de whisky van de Schotse distilleerderij Bruichladdich. Zijn eerste bezoek aan de relatief onbekende distilleerderij op het eiland Islay liep uit een op desillusie. ‘Fuck off’, zei de enige medewerker die hij aantrof bij de gesloten fabriek.

Vastbesloten om op zoek te gaan naar een nieuwe favoriete whisky keerde Reynier terug naar Londen. Maar zoals dat gaat bij ware liefde, hij krijgt Bruichladdich maar niet uit zijn hoofd.

“It had the elegance, balance, finesse, harmony—everything I’d been brought up to look for in a great wine, and there it was in a spirit.”

Reynier laat het er niet bij zitten en stelt alles op alles om de distilleerderij te kopen. Jaar in, jaar uit schrijft hij een brief aan de eigenaren. Tevergeefs. Hoewel Bruichladdich in 1994 zijn deuren moet sluiten willen de eigenaren de distilleerderij niet verkopen. Zeker niet aan een Engelsman. Pas in 2000 - als de productie al jaren stilligt - slaagt Reynier erin om de distilleerderij over te nemen. Eén probleem: een goede whisky wordt geacht eerst jaren te rijpen. Hoe zorg je in de tussentijd voor omzet als nieuwe distilleerderij?

“By the time Reynier and McEwan were able to inspect the premises, in early 2001, the distillery had been mothballed for seven years. Even if all the old machinery coöperated, the spirit they made would need time to mature in wooden casks: the standard minimum age for a fine Scottish whisky is ten years. A revivified and independent Bruichladdich would have a new version of its ten-year-old whisky sometime in 2011—but only if it survived that long.”

Aan de hand van dit verhaal duikt The New Yorker in de wereld van de single malts, waarbij de eeuwenoude merken balanceren op de dunne lijn tussen vakmanschap, traditie en marketing. Een vol en rond verhaal, waarin de turf en de eigenzinnigheid van het whisky-eiland Islay terugkomt. Intens en honingzoet in de aandronk - je er dorst van, zelfs als je geen whiskydrinker bent - maar met een enigzins lichtzure afdronk.

Lees het hele verhaal van Kelefa Sanneh bij The New Yorker (7.084 woorden, ongeveer 32 minuten leestijd).

Lees meer over:
Mark Reynier
Schotland
The New Yorker
whisky

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief