De kunst van het stelen

Het tragische lot van de geroofde Kunsthalwerken

De verwarmingskachel in de badkamer van Olga D. Hierin heeft ze de werken verbrand, zo heeft ze verklaard in een verhoor. Foto Mugur Varzariu

Olga Olga staat er alleen voor. Haar zoon zit in de gevangenis en wordt verdacht van wat op televisie de ‘kunstdiefstal van de eeuw’ wordt genoemd. Die verdenking is terecht, zo weet ze. Samen met vrienden heeft haar zoon Radu zeven kostbare werken uit een museum in Rotterdam gestolen, in de auto geladen en de volgende ochtend naar Roemenië gebracht.

Daar, in Carcaliu, een verlaten dorp in het arme zuidoosten van het land, staat Olga voor de verwarmingskachel van de badkamer. Ze heeft het vuur opgestookt. Daarna is ze de vrieskou ingestapt, naar de kleine begraafplaats tegenover haar huis gelopen en heeft ze in het holst van de nacht de schilderijen opgegraven en weer mee naar binnen genomen.

Picasso, Gauguin, Matisse, Monet, Meijer de Haan en Freud. Op de televisie wordt gesproken van een buit ter waarde van honderden miljoenen euro’s. Dat bedrag is voor haar niet van belang. De kunstwerken zijn bewijsmateriaal tegen haar zoon. En het bewijsmateriaal vernietigen lijkt de enige manier om hem te helpen.

De doeken vatten snel vlam.

In de nacht van 15 op 16 oktober 2012 worden zeven kostbare kunstwerken uit de Kunsthal in Rotterdam gestolen. De roof is wereldnieuws. Maar wat in eerste instantie lijkt op een geraffineerde inbraak van professionals, blijkt het werk van een paar simpele Roemeense criminelen die geen idee hebben van wat ze zich op de hals halen. Ze hebben verstand van woninginbraken, niet van kunst. En zeker niet van het verkopen ervan.

Dit is het verhaal van de Kunsthalroof, exact een jaar geleden gepleegd, gebaseerd op grote delen van het strafdossier en gesprekken met betrokkenen in Nederland en Roemenië.

De melding

Jan Moerer wordt wakker van het geluid van zijn mobiel, eerst, en dan van zijn huistelefoon. Het is 04.28 uur. Het hoofd productie van de Kunsthal stapt uit bed, loopt naar de huiskamer, maar is twee keer te laat met opnemen. De gemiste oproepen zijn van Gert-Jan Knoll, de gebouwbeheerder van de Kunsthal. Hij belt hem terug.

Stilleven met korenbloemen en anjers

Inbraakmelding. Er zijn misschien schilderijen verdwenen.

Een half uur later loopt Moerer met twee beveiligers door het pand. De Van Gogh is het eerste wat hij ziet als hij de tentoonstellingsruimte binnen loopt. Stilleven met korenbloemen en anjers, één van de topwerken uit de Triton-collectie, hangt nog gewoon op zijn plek. Het is een schilderij van een uitbundig boeket bloemen dat Van Gogh in 1887 maakte. Een blauwe vaas, met blauwe korenbloemen tegen een blauwe achtergrond. Jan Moerer haalt opgelucht adem.

Dan lopen ze de hoek om. Zeven lege plekken.

Een witte vlek markeert de plek waar een van de gestolen schilderijen hing

Een witte vlek markeert de plek waar een van de gestolen schilderijen hing. Foto Robin Utrecht / ANP

De Kunsthal, aan de rand van het centrum van Rotterdam, heeft geen eigen collectie en is dus eigenlijk geen museum. De tentoonstellingsmakers zijn afhankelijk van de kunstwerken die ze in bruikleen krijgen van musea en particuliere verzamelaars. Jaarlijks komen 160.000 bezoekers voor de tijdelijke tentoonstellingen die sinds 1992 in de drie hallen van samen 3.600 vierkante meter, ongeveer de grootte van een half voetbalveld, worden georganiseerd.

In de Kunsthal zijn ‘s nachts geen bewakers aanwezig: camera’s en alarminstallaties doen het werk. Mobiele surveillanten van het particuliere beveiligingsbedrijf Trigion kunnen altijd binnen twintig minuten ter plaatse zijn. Inbraakmeldingen komen ook bij de politie binnen.

Mehmet Karadurdu en Jordy Rook rijden die nacht door regenachtig Rotterdam en doen hun controlerondes langs de verschillende bedrijven voor wie Trigion de beveiliging verzorgt. Rond 03.20 uur worden ze via de meldkamer van het beveiligingsbedrijf opgeroepen. Automatische inbraakmelding bij de Kunsthal op de Westzeedijk. Op hun PDA verschijnt de snelste route naar het pand. Als ze elf minuten later arriveren is de politie al ter plaatse. De agenten hadden maar vijf minuten nodig om bij de Kunsthal te komen.

De Kunsthal, een labyrintisch bouwwerk vol glazen wanden, betekende de internationale doorbraak van architect Rem Koolhaas. Het is zo gebouwd dat een deel van de werken van buitenaf zichtbaar is, als een soort etalage. De agenten hebben bij aankomst al een ronde om het excentrieke gebouw gelopen. Het valt ze niet op dat er schilderijen weg zijn. Ze zoeken vooral naar sporen die wijzen op een inbraak. Die zijn er niet, zeggen ze tegen de Trigion-beveiligers. De agenten vragen of het nodig is dat ze nog blijven. Nee, als het erop lijkt dat er geen inbraak is gepleegd, dan kunnen jullie weer gaan, zeggen de beveiligers. Zo gaat het bij negen van de tien meldingen die ze opvolgen: er is niets aan de hand.

Karadurdu en Rook gaan de Kunsthal binnen en zien op het paneel van het beveiligingssysteem dat er vier verschillende alarmen zijn geactiveerd. Als ze een kijkje nemen in de tentoonstellingshal, klinkt non-stop het geluidsalarm van de achterste nooddeur.

De beveiligers doen het licht aan. Ze zien de lege plekken, de lege haakjes en de metalen draden waarmee kunstwerken aan de muur hangen. Karadurdu vermoedt dat daar schilderijen horen te hangen: naast de lege plekken hangen kaartjes met daarop namen en jaartallen. Maar de conclusie dat er schilderijen zijn gestolen durven de bewakers niet te trekken. Zijn ze niet gewoon even van de muur voor onderhoud? Het alarm van de deur klinkt, maar de deur zit wel gewoon in het slot. En braaksporen ontbreken.

Via de meldkamer wordt het ‘waarschuwingsadres’ gebeld om navraag te doen. Dat is beheerder Gert-Jan Knoll. Klopt het dat er schilderijen ontbreken? Knoll weet van niets en belt meteen Jan Moerer uit bed. Die haast zich naar de Westzeedijk, terwijl hij tegelijkertijd - en tevergeefs - Kunsthaldirecteur Emily Ansenk probeert te bereiken.

Moerer beseft dat er écht is ingebroken. Hij geeft de twee beveiligers opdracht om de politie te bellen. Via de meldkamer van Trigion wordt om 05.02, meer dan anderhalf uur nadat de daders naar buiten zijn gelopen, alsnog melding gemaakt van een “rake inbraak”.

Moerer maakt een lijstje van de werken die zijn verdwenen. Picasso, Matisse, Gauguin, Meijer de Haan, Freud en twee werken van Monet, noteert hij. Moerer is de eerste die de omvang beseft van de roof die snel wereldnieuws zal worden.

Een klein kwartiertje later, om 05.16, staat de politie weer op de stoep. Het is nu exact twee uur nadat twee jonge Roemeense criminelen de branddeur van de Kunsthal forceerden en zeven werken met een totale verzekerde waarde van 18,1 miljoen euro van de muur haalden.

Een witte vlek markeert de plek waar een van de gestolen schilderijen hing

Foto Robin Utrecht / ANP

De criminelen

Het plan om kunst te stelen wordt een paar weken voor de roof voor het eerst geopperd door Radu, met zijn 28 jaar de oudste van de kleine Roemeense bende die in Rotterdam actief is.

Vanaf het moment dat ze die zomer in Nederland zijn gaan wonen, hebben de jongens zich vooral beziggehouden met woninginbraken. Hun vriendinnetjes hebben ze uit Roemenië meegenomen. Zij werken in de prostitutie. Maar Radu droomt van het grotere werk. Voor kunst, zo had hij gehoord, wordt veel geld betaald. En geld was tenslotte de reden waarom de vier Roemeense twintigers naar Nederland waren gekomen.

Radu en Natasha Radu D. (1984) groeide op in Carcaliu, een klein dorp in het arme zuidoosten van Roemenië. Dat hij in de criminaliteit belandt verbaast niemand. Zijn familie staat in het dorp bekend als een dievenfamilie. Sinds de revolutie in 1989 hebben ze volgens dorpsbewoners nooit gewerkt voor hun geld. Toch kunnen ze de grote villa betalen die aan de rand van het dorp in aanbouw is. Radu maakt zijn school niet af en zorgt voor een hoop problemen. Net zoals zijn vader, die al een paar jaar in de gevangenis zit wegens de mishandeling van een dorpsgenoot. Wel weet de gespierde Radu het mooiste meisje van het dorp te veroveren: de negen jaar jongere Natasha T.

Eugen Eugen D. en Alexandru B. zijn vrienden van Radu. Zij groeiden op in Măcin, een kleine stad negen kilometer verderop. Het leven is er niet veel beter. Aan de plotselinge overgang van communisme naar kapitalisme hebben ze in dit deel van Roemenië nooit echt kunnen wennen. Van de voordelen van het EU-lidmaatschap, sinds 2007, merken ze niets. Huizen staan op instorten, ongebruikte bushokjes roesten weg en de wegen zijn slecht. Het land wordt grotendeels bewerkt met paard en wagen. De Donau is leeggevist. Europa lijkt hier ver weg. In Măcin is het inwonersaantal de afgelopen tien jaar met 40 procent gedaald. In Carcaliu staat de helft van de 1.617 huizen leeg. Van de 1.250 bewoners zijn er duizend gepensioneerd.

Alexandru Alexandru B., een lange en gespierde jongen van 23, vertrekt in juni 2012 als eerste naar Nederland, samen met zijn vriendin Ștefania. In Nederland valt meer geld te verdienen, zeker in de prostitutie. Via prostitutiesite kinky.nl vindt Ștefania haar klanten. Die ontvangt ze thuis, zodat Alexandru bescherming kan bieden. Thuis is een bovenwoning in een winkelstraat in het Oude Noorden van Rotterdam.

Adrian In de maanden daarna verkassen Radu en Eugen met hun vriendinnetjes naar Nederland. En Adrian P., een goede vriend van Radu, verdwijnt die zomer opeens uit Carcaliu. Op Facebook zien vrienden een paar weken later dat ook hij zich bij de Rotterdamse entourage van Radu D. heeft gevoegd.

“Ik kan nog niet heel veel melden, maar er is sprake van een kunstroof.”

Een witte vlek markeert de plek

Foto Robin Utrecht / ANP

Om 07.18 uur brengt een verslaggever van RTV Rijnmond het nieuws als eerste. Daarna gaat het snel. Binnen een uur is de roof groot landelijk nieuws. In de loop van de dag volgen de internationale media.

Er komt in die uren maar weinig nieuwe informatie naar buiten. De politiewoordvoerder herhaalt de hele ochtend: er zijn enkele werken verdwenen en meer details brengen we in het belang van het onderzoek nog niet naar buiten. Door de glazen pui en de lens van hun camera zien fotografen dat er in ieder geval één kunstwerk is verdwenen. De foto van de lege plek op de muur verschijnt op iedere nieuwssite. Op het meegefotografeerde informatiekaartje kan iedereen lezen wat er in ieder geval is verdwenen.

Iedereen denkt dat het om een goed voorbereide inbraak gaat.

Het plan

Op zaterdag 6 oktober, tien dagen voor de roof in de Kunsthal, gaat Radu samen met Eugen op zoek naar een mogelijke buit. Ze hebben geen idee waar ze moeten beginnen, maar het navigatiesysteem van de auto biedt uitkomst. Eugen tikt ‘MUSEUM’ in, waarna ze naar het Natuurhistorisch museum worden gedirigeerd. Dat is niks. Ze zouden niet weten hoe ze de opgezette vogels, schelpen en fossielen te gelde moeten maken. Dan wordt hun aandacht getrokken door de aanplakbiljetten bij het naastgelegen museum, de Kunsthal.

“Avant-gardes, de collectie van de Triton Foundation”.

Jubileumfolder Kunsthal

Jubileumfolder Kunsthal (PDF)

De posters beloven een “bijzondere tentoonstelling”, samengesteld uit een privécollectie die is “uitgegroeid tot een verzameling van wereldformaat met werken van de belangrijkste en meest invloedrijke kunstenaars”.

Radu en Eugen kopen voor tweeëntwintig euro twee kaartjes om de “honderdvijftig werken van internationale topkwaliteit” te bekijken, maar verlaten het pand al na een half uur. De expositie gaat de volgende dag pas open. Ongeïnteresseerd en met de handen in de zakken lopen Eugen en Radu nog wel even langs de zestien monumentale bronzen beelden van de Fransman Aristide Maillol, die op dat moment ook worden geëxposeerd. De beelden wegen honderden kilo’s. Dat wordt niks. Ze stelen het liefst draagbare kunst.

Die avond wordt Adrian, met twintig jaar de jongste van de bende, bijgepraat over de zoektocht. De kunstdiefstal is een plan van het trio Radu, Eugen en Adrian. Alexandru wordt er voorlopig niet bij betrokken.

De volgende middag keren ze terug. Om niet op te vallen neemt Eugen zijn vriendinnetje Andreea mee. Hand in hand lopen ze door de ruimte om de Triton Collectie van dichtbij te bekijken. Ook Radu en Adrian maken met zijn tweeën een rondje door de tentoonstelling, maar zij hebben meer oog voor de beveiliging dan voor het werk van de avant-garde van de twintigste-eeuwse kunst.

De zwakke schakel is de branddeur, zegt Radu tegen Eugen na het bezoek. Hij denkt dat die altijd en door iedereen met minimale inspanning kan worden geopend. Zelfs van buiten. Net zoals bij een woninginbraak. En in de zaal hangen alleen de kunstwerken, geen camera’s.

Het besluit is genomen. Ze gaan de Kunsthal beroven.

Kunsthal buiten, van bovenaf

Rotterdam: De Kunsthal (linksonder) van boven gezien. Foto Robin Utrecht / ANP

Bewakingsbeelden uit de Kunsthal

Bewakingsbeelden uit de Kunsthal

In de dagen die volgen worden nog een paar bezoeken aan de omgeving van het museum gebracht. Radu gaat een paar keer hardlopen in het Museumpark om de omgeving te leren kennen. ‘s Nachts rijden ze langs de Kunsthal om te kijken hoe druk het er is. Ze zien dat er geen nachtbewaking in het pand aanwezig is.

Ook wordt er een aantal praktische zaken geregeld. In een Chinese winkel kopen ze grote tassen van zwarte raffia om de doeken te vervoeren. Ze regelen simkaarten die ze die avond zullen gebruiken voor het telefonisch contact. De kledingkeuze valt op zwarte hoodies.

Op donderdag 11 oktober, zes dagen voor de inbraak, brengt Radu, dit keer in zijn eentje, nog eenmaal een bezoek aan het museum. In de twee uur dat hij daar is, loopt hij het plan stap voor stap door. Eugen regelt het vervoer, samen met Adrian zal hij de inbraak plegen. Als ze de deur hebben geforceerd en de hal binnenlopen, hangt meteen aan hun rechterhand de Matisse. Daarna door naar de andere hoek, waar Meijer De Haan, Gauguin en Picasso naast elkaar hangen. Daar weer tegenover: het schilderij van Freud. Voordat het rondje compleet is, kunnen ze ook nog de twee Monets meenemen. Binnen een paar minuten kunnen ze weer buiten zijn.

De keuze voor de kunstenaars is willekeurig. Het enige selectiecriterium dat Radu heeft, is de grootte. De zeven gestolen werken betreffen allemaal “handzame formaten”, zo noteert de politie later in de eerste aangifte. Inclusief de lijst zijn de werken niet groter dan 70 bij 70 centimeter. Hopelijk zijn ze ook niet al te zwaar, denkt Radu.

In de volgende nacht, die van 12 op 13 oktober, moet het gaan gebeuren. Maar het is een vrijdagnacht en het is druk op straat. Ook is de lucht helder, waardoor ze te zichtbaar zijn. De volgende nachten: zelfde verhaal.

In de nacht van 15 op 16 oktober, van maandag op dinsdag, is het bewolkt en regenachtig.

De inbraak

Andreea Eugen D. is een forse jongen. Net als zijn vrienden heeft hij een kortgeschoren kapsel, maar door zijn witblonde haar en bleke, bolle gezicht komt het bij hem minder stoer over. Eugen, 24 jaar, is de enige van de groep die al vader is. Samen met Andreea heeft hij een dochtertje van drie jaar oud: Emma. Zij is achtergebleven in Măcin en wordt verzorgd door de ouders van Andreea.

Het is voor Eugen belangrijk dat de inbraak slaagt, want hij heeft het geld hard nodig. Inbeslagname dreigt voor het huis van zijn familie: de bank eist 30.000 euro.

In de nacht van de roof gaat Eugen naar het huis van Alexandru. Eugen stelt voor wat te eten bij Kapadokya, een shoarmazaak op de Witte de Withstraat die elke dag tot half zes in de ochtend open is. Ze komen er wel vaker. Eugen vraagt ook of hij de rode Peugeot 306 van Alexandru, die ongebruikt voor de deur staat, mag overnemen. Hij belooft hem er de volgende dag duizend euro voor te geven.

Alexandru B. vindt het allemaal prima. Hij stelt geen vragen, ook niet over de vele telefoontjes die Eugen die avond met Radu pleegt. Van het plan om de Kunsthal te beroven weet hij niks.

Van Kapadokya naar de Kunsthal is het 750 meter. De afspraak is dat Eugen de auto halverwege, op de Westersingel, parkeert. De kofferbak laat hij open, zodat Radu en Adrian de buit daar kunnen verstoppen na de diefstal.

In de shoarmatent met aluminium tafeltjes bestellen Eugen en Alexandru een pizza.

De branddeur van de Kunsthal is uitgerust met een panieksysteem: in geval van nood moet de deur van binnenuit altijd kunnen worden geopend. Dit gebeurt door op de duwbalk aan de binnenkant van de deur te drukken, waardoor de elektronische vergrendeling na een aantal seconden wordt gedeactiveerd. Met de duwbalk open je dan het mechanische slot.

Belangrijk is dat dit alleen mogelijk is als er mensen in het pand zijn. ’s Nachts moet de elektronische vergrendeling ingeschakeld blijven, zeker als iemand van buiten naar binnen probeert te komen.

Het is nog altijd niet duidelijk waar het precies misging bij de Kunsthal, maar Radu en Adrian hebben geen last van de elektronische vergrendeling. De politie denkt dat het mogelijk is dat de twee Roemeense jongens het panieksysteem hebben weten te activeren door hard tegen de deur te duwen vanaf de buitenkant. Daardoor zou de elektronische vergrendeling zijn gedeactiveerd. Vervolgens stond alleen het mechanische slot toegang in de weg.

Op die manier komen Radu en Adrian om 03.16.51 uur het museum binnen, 72 minuten voordat Jan Moerer uit zijn bed wordt gebeld. De schilderijen zijn niet elektronisch beveiligd. Wel zitten ze met een kabel aan de muur vast, maar die laat bij een beetje kracht al snel los.

Twee minuten en 48 seconden later staan ze weer buiten op het natte gras. De deur hebben ze achter zich dichtgetrokken.

De buit is zwaarder dan gedacht en de drie tassen zijn met twee man moeilijk te vervoeren. Radu belt Eugen. Of hij de auto niet iets dichter bij de Kunsthal kan rijden. Eugen rent direct naar buiten, Alexandru achterlatend in de shoarmatent. Ze spreken af dat Eugen naar de kruising van de Westzeedijk en de Westersingel rijdt, vlak bij de Kunsthal.

Radu en Adrian laden de schilderijen in de achterbak en stappen in. Als ze over de Coolsingel rijden, de verkeersader van de Rotterdamse binnenstad, wordt Eugen nerveus van de politiewagens die ze zien. Hij zet de Peugeot, met de schilderijen nog in de achterbak, aan de kant. Ze gaan te voet naar Radu’s huis, een half uurtje wandelen. De auto halen ze later wel weer op, als het wat drukker is op straat.

De slachtoffers

Om kwart voor zeven plaatselijke tijd gaat haar wekker. Kunsthal-directeur Emily Ansenk is in Istanbul, waar het een uurtje later is, met een delegatie van de Economic Development Board Rotterdam. Ze heeft een paar drukke dagen achter de rug, met excursies, lezingen en talloze diners.

Ze kijkt op haar telefoon, waarvan het geluid uitstaat: zeven gemiste oproepen, allemaal van stafleden. Ze belt meteen terug. Dit is helemaal mis, begrijpt ze.

Voor emoties heeft ze geen tijd. Haar volgende telefoontje, nog in pyjama, is naar de familie Cordia, om die ervan op de hoogte te stellen dat er zeven kostbare werken uit hun Triton-collectie zijn ontvreemd.

De kunstcollectie van de familie Cordia behoort tot de tweehonderd grootste van de wereld. De in 2011 op zeventigjarige leeftijd overleden Willem Cordia verdiende de afgelopen decennia zijn geld in de Rotterdamse haven: zakenblad Quote schatte zijn vermogen op 330 miljoen euro.

Hij en zijn vrouw Marijke beginnen in de jaren zeventig met kunst te verzamelen. Al kopend ontwikkelen ze hun smaak en hun verzameling. Halverwege de jaren negentig ontstaat het idee om van alle grote meesters van de moderne kunst ten minste één schilderij te verwerven. De Cordia’s verzamelen met zo’n 250 werken van meer dan 170 kunstenaars een bijna encyclopedisch overzicht van de twintigste eeuw. De collectie wordt ondergebracht in de Triton Foundation van de familie.

De Cordia’s willen de kunstcollectie via hun Triton Foundation, een verwijzing naar hun maritieme achtergrond, delen met het publiek. Niet door een eigen museum op te richten, maar door de collectie voortdurend in bruikleen te geven. Verzoeken wachten de Cordia’s niet altijd af. Ze pluizen tentoonstellingsagenda’s uit om te kijken of ze nog ergens kunnen bijdragen.

Op de tentoonstelling Avant-gardes worden de werken voor het eerst als één collectie gepresenteerd. De Kunsthalroof slaat in één keer een gat in de Triton Collectie, die de Cordia’s tot dan zo ruimhartig uitleende.

Lucian Freud, Woman with Eyes Closed (2002)
i

Zo was Woman with her eyes closed (2002) van Lucien Freud de afgelopen jaren op vrijwel alle tentoonstellingen van de schilder te zien. In 2008 sierde het schilderij nog de kaft van de catalogus van het Freud-overzicht in het Haags Gemeentemuseum. Het was in 2005 te zien in Museo Correr in Venetië en in 2002 was het een van de recentste werken op het Freud-retrospectief in de Tate Gallery. Het doek was, kortom, een vaak getoond en belangrijk stuk uit de late periode van de Britse schilder – een intiem en aangrijpend portret van de jonge journaliste Emily Bearn, Freuds toenmalige vriendin.

Formaat: 30,5 x 25,4 cm. Verzekerde waarde: € 2.800.000

Lucian Freud
1922, Berlin - 2011, London
Woman with Eyes Closed (Emily Bearn)
(Vrouw met gesloten ogen), 2002
Olieverf op doek
Lucian Freud
1922, Berlin - 2011, London
Woman with Eyes Closed (Emily Bearn)
2002
Oil on canvas

p. 525

Picasso, Tête d'Arlequin (1971)
i

Ook Picasso’s Tête d'Arlequin is een laat werk uit diens immense oeuvre. Het is een kleine tekening, en daardoor geen miljoenen waard zoals zijn grotere schilderijen. Maar kunsthistorisch is het een interessant en gek ding. De tekening is gemaakt in 1971, toen de schilder al negentig jaar oud was. Van 1968 tot 1971 zat Picasso in een hele creatieve periode en schilderde hij vrijwel non-stop honderden werken in een vrije, expressionistische en kleurrijke stijl. Tête d'Arlequin laat zien dat Picasso ondanks zijn hoge leeftijd nog lang niet uitgerangeerd was. Het is een tegelijk komisch en wanhopig portret van een gerimpelde man, misschien wel een zelfportret van een geniale gek die voelde dat het einde van zijn leven naderde.

Formaat: 38 x 29 cm. Verzekerde waarde:€ 800.000

Picasso
1881, Málaga - 1973, Mougins
Tête d'Arlequin
(Hoofd van een harlekijn), 1971
Pen and brush in black ink, colored pencil and pastel on thick brown wove paper
Picasso
1881, Málaga - 1973, Mougins
Tête d'Arlequin
(Head of a Harlequin), 1971
Pen and brush in black ink, colored pencil and pastel on thick brown wove paper

p. 427

Paul Gauguin, Femme devant une fenêtre ouverte, dite la Fiancée (1888)
i

Het schilderij van Gauguin, Femme devant une fenêtre ouverte, dite la Fiancée, is juist een vroeg werk en daarom kunsthistorisch interessant. Gauguin had eerst een carrière als zakenman en begon pas op latere leeftijd fulltime te schilderen. Dit werk maakte hij in 1888 - hij was toen veertig jaar oud. Het was het jaar waarin hij negen weken met Vincent van Gogh doorbracht in Arles en ook het jaar waarin hij met zijn beroemde schilderij Het visioen na de preek doorbrak als het nieuwe talent van de Parijse avant-garde. Later zou hij naar Tahiti reizen en zijn wereldberoemde tropische schonen portretteren. Maar dit boerenmeisje is nog geschilderd in een impressionistische stijl – en daarmee een wat a-typisch, niet direct als een Gauguin herkenbaar werk.

Formaat: 33,8 x 41 cm. Verzekerde waarde: € 1.500.000

Paul Gauguin
1848, Paris - 1903, Altuona
Femme devant une fenêtre ouverte, dite 'la Fiancée'
(Vrouw voor een raam), 1888
Olieverf op doek
Paul Gauguin
1848, Paris - 1903, Altuona
Femme devant une fenêtre ouverte, dite 'la Fiancée'
(Woman before a window), 1888
Oil on canvas

p. 104

Jacob Meijer De Haan, Zelfportret (circa 1889-1891)
i

Meijer de Haan, verreweg de minst bekende schilder in het gezelschap, was bevriend met Gauguin en werkte tussen 1889 en 1890 als leerling met hem samen in Pont-Aven in Bretagne. Hij sloot zich aan bij de schilders van de groep Les Nabis en kreeg de bijnaam ‘le nabi hollandais’. Het gestolen zelfportret is in die periode gemaakt en met zijn felle kleuren duidelijk door Gauguin beïnvloed. Binnen het kleine oeuvre van De Haan - hij stierf op 43-jarige leeftijd en liet slechts 24 werken na - was dit schilderij een absoluut hoogtepunt. Het diende in 2010 als affichebeeld voor een tentoonstelling in het Joods Historisch Museum.

Formaat: 32,4 x 24,5 cm. Verzekerde waarde: € 2.000.000

Jacob Meijer De Haan
1852, Amsterdam - 1895, Amsterdam
Zelfportret
circa 1889-1891
Olieverf op doek
Jacob Meijer De Haan
1852, Amsterdam - 1895, Amsterdam
Zelfportret
(Autoportrait), circa 1889-1891
Oil on canvas

p. 147

Matisse, Reading Woman in White and Yellow (1919)
i

Het schilderij La Liseuse en Blanc et Jaune van Henri Matisse stamt uit 1919, het jaar waarin de schilder uit Parijs wegtrok om in een buitenwijk van Nice te werken. Het fauvisme van voor de oorlog had inmiddels plaatsgemaakt voor een wat rustiger en klassieker kleurenpalet. Matisses naoorlogse periode wordt vaak wat onderschat, volgens critici zijn de werken uit deze tijd te traditioneel en te decoratief. Maar dit schilderij was met zijn vibrerende kleurenpalet en de vrolijke, losse verftoetsen toch een juweeltje.

Formaat: 31 x 33 cm. Verzekerde waarde: € 7.500.000

Henri Matisse
1869, Le Cateau-Cambrésis - 1954, Cirniez (bij Nice)
La Liseuse en Blanc et Jaune
(Lezende vrouw in wit en geel), 1919
Olieverf op doek en karton
Henri Matisse
1869, Le Cateau-Cambrésis - 1954, Cirniez (near Nice)
La Liseuse en Blanc et Jaune
(Woman reading in White and Yellow), 1919
Oil on canvas mounted on board

p. 365

Claude Monet, Waterloo Bridge, London (1901)
i

Van Claude Monet bestaan maar zo’n honderd tekeningen, en de twee pastels uit de Triton Collectie behoorden tot de allermooisten. Monet maakte ze in 1901, toen hij verbleef in het Savoy Hotel in Londen, tijdens zijn derde trip naar de Engelse hoofdstad. Hij was van plan geweest Waterloo Bridge en Charing Cross Bridge te schilderen, maar omdat de douane zijn verfspullen vasthield, moest hij eerst aan de slag met krijt. Met minimaal kleurgebruik wist Monet de sfeer van de bruggen in de mist op te roepen en zo een romantisch beeld te maken van iets smerigs: namelijk de dikke smog boven de Theems.

Formaat Waterloo Bridge: 30,5 x 48 cm. Verzekerde waarde: € 125.000

Formaat Charing Cross Bridge: 31 x 48,5 cm. Verzekerde waarde: € 125.000

Claude Monet
1840, Paris - 1926, Giverny
Waterloo Bridge, London
1901
Pastel on brown laid paper
Claude Monet
1840, Paris - 1926, Giverny
Waterloo Bridge, London
1901
Pastel on brown laid paper

p. 76-77

Claude Monet, Charing Cross Bridge, London (1901)
Claude Monet
1840, Paris - 1926, Giverny
Charing Cross Bridge, London
1901
Pastel on brown gray laid paper
Claude Monet
1840, Paris - 1926, Giverny
Charing Cross Bridge, London
1901
Pastel on brown gray laid paper

p. 75

Al bellend pakt directeur Ansenk haar koffers in. Om kwart voor twee Nederlandse tijd landt haar vliegtuig uit Istanbul op Schiphol. De Kunsthal is die dag niet opengegaan. Het personeel is naar huis gestuurd en bezoekers staan voor een dichte deur. “In verband met de diefstal die afgelopen nacht heeft plaatsgevonden in de Kunsthal, is de Kunsthal vandaag voor het publiek gesloten”, staat er op een briefje dat is opgehangen.

Directeur Emily Ansenk en voorzitter bestuur Willem van Hassel van de Kunsthal in Rotterdam tijdens de persconferentie

Directeur Emily Ansenk en voorzitter bestuur Willem van Hassel van de Kunsthal in Rotterdam tijdens de persconferentie. Foto Robin Utrecht / ANP

Pers en publiek weten op dat moment alleen nog van de Matisse dat die verdwenen is. Om 17.00 uur, drie uur nadat ze is geland is op Schiphol, legt Ansenk in de Kunsthal een verklaring af aan de toegestroomde journalisten.

“Wat er is gebeurd is een nachtmerrie voor iedere museumdirecteur. Ondanks de state-of-the-art-beveiliging van de Kunsthal, zijn zeven topwerken uit de tentoonstelling Avant-gardes gestolen. Te weten: werk van Picasso, Matisse, Lucian Freud, Meijer de Haan en twee werken van Monet. Dit zijn unieke werken, die al eerder over de hele wereld zijn tentoongesteld. Ze zijn goed gedocumenteerd en waren nu voor het eerst bij elkaar te zien. Wij, de Kunsthal en ook het bestuur van de Triton Foundation, zijn geschokt over wat er is gebeurd, maar we laten ons niet kisten. We hebben met elkaar besloten om de tentoonstelling morgen gewoon weer te openen en alle betrokkenen willen dat het publiek dit soort bijzondere kunstverzamelingen, een privéverzameling, kan blijven bewonderen. Graag wil ik hier kwijt dat deze daad in de hele kunstwereld, museumwereld, als een bom is ingeslagen.”

Over de waarde van de werken wil Ansenk niets zeggen. Ook over de beveiliging doet ze “hangende het onderzoek” geen mededelingen. Ze houdt het, met bestuursvoorzitter Willem van Hassel aan haar zijde, bij de verklaring. Ze voegt er aan het eind nog aan toe:

“Alle werken zijn internationaal geregistreerd en beschreven: ze zijn dus niet verhandelbaar.”

Het huis van Radu en Natasha boven kapsalon Chiq le Frique in de Jonker Fransstraat.

Het huis van Radu en Natasha boven kapsalon Chiq le Frique in de Jonker Fransstraat. Foto Marco de Swart / ANP

De vlucht

De drie kunstrovers zitten in het huis van Radu en Natasha op de Jonker Fransstraat, boven kapsalon Chiq le Frique in een winkelstraat in het centrum van Rotterdam. Rond zes uur, nog geen drie uur na de roof, zijn Radu en Eugen teruggegaan naar de Coolsingel om de auto op te halen. Twee kilometer verderop is op dat moment het politieonderzoek in volle gang. Ze hebben - net voordat de zon opkwam - de schilderijen uit de achterbak van de auto gehaald, naar boven getild en opgeborgen in de kast in de hal. Maar wat nu?

Gestolen kunst wordt geregistreerd in de internationale databank Art Loss Register, waardoor ze vrijwel onverkoopbaar is. Op kunstbeurzen als de Tefaf en bij veilinghuizen als Christie’s en Sotheby’s gaat alle aangeboden kunst langs dit register om te controleren of het om gestolen waar gaat.

Het idee dat kunstroven worden gepleegd in opdracht van een rijke kunstliefhebber is een mythe. Hoewel de onverkoopbare schilderijen soms worden gebruikt als onderpand bij criminele transacties, hebben kunstdieven eigenlijk zelden een idee wat ze moeten doen met de buit. Soms draait het uit op een ordinaire gijzeling, artnapping. Losgeld vragen van de verzekeraar lijkt dan de enige manier waarop dieven hun buit kunnen verzilveren. Via tussenpersonen hoort de verzekeringsmaatschappij dan dat de werken kunnen worden terugbezorgd voor een vindersloon, een bedrag dat doorgaans een fractie is van de marktwaarde. Voor de verzekeraar, die anders de verzekerde waarde dient uit te keren, is zo’n aanbod bijzonder aantrekkelijk.

Maar dat is een optie waar de drie Roemeense dieven zich niet bewust van zijn. Kunst is geld waard. Dan moet je dat toch ergens te gelde kunnen maken? Radu besluit dat ze een bezoekje moeten brengen aan België. Daar, in Brussel, kent hij nog iemand bij wie ze misschien wel terecht kunnen, de mysterieuze George M., van wie alleen bekend is dat zijn bijnaam ‘George de Dief’ is.

Radu en Eugen Radu en Eugen hebben sinds de roof nog niet geslapen als ze die ochtend rond 08.00 uur in de Peugeot stappen en zuidwaarts rijden. De schilderijen blijven achter in de gangkast. In de buurt van de grens tussen Nederland en België tanken ze. Als ze de camera’s bij de pomp zien hangen, bedenken ze dat het misschien niet zo handig is om later met dezelfde auto weer terug te keren naar Rotterdam.

Rond tien uur in de ochtend ontmoeten ze George in een café in de Brusselse binnenstad. Ze vertellen dat ze gestolen kunst hebben en laten hem een brochure zien van de tentoonstelling met daarop een afbeelding van Lucian Freuds Woman with Eyes Closed, een van de schilderijen die ze die nacht stalen. Weet George misschien een koper?

Dat niet, maar George wil ze wel helpen met de auto. Hij neemt de Peugeot 306 mee en rijdt hem naar de kleine Brusselse binnenhaven aan het Kanaal Charleroi-Brussel. Daar wordt de wagen bij recyclebedrijf A. Stevens & Co gesloopt.

Radu en Eugen keren met de trein terug naar Rotterdam. Het is tijd om bij te slapen.

“Goedemiddag, het NOS Journaal van 13.00 uur. De Kunsthal is weer open. En er is sport. Aicha?”

“Ja, met het Nederlands Elftal dat gisteren met 4-1 won van Roemenië.”

Met Radu bespreekt hij de impact van de roof. Het liefst wil hij zo snel mogelijk weg uit Nederland. Terug naar Roemenië. Het lijkt Radu een goed idee als hij de gestolen kunstwerken meeneemt.

Die avond, die van woensdag 17 oktober, halen ze de schilderijen uit de gangkast en verwijderen ze de lijsten. Zonder omlijsting zijn de gestolen schilderijen nog kleiner: veel groter dan een A4tje zijn de meeste werken niet. Alleen de twee pasteltekeningen van Monet zijn iets groter, ongeveer het formaat van een krant op tabloidformaat.

Andreea en Emma Andreea begrijpt er weinig van. De nacht ervoor was haar vriendje Eugen niet thuisgekomen. De avond daarop meldde hij zich pas weer, maar dook hij meteen in bed. “Iets met werk,” had hij gezegd. Nu wil hij halsoverkop terug naar Roemenië.

Op donderdagochtend leggen Radu en Eugen de schilderijen in de achterbak van Eugens Ford Mondeo. Eugen laadt de rest van zijn huisraad ook in de auto, omdat hij niet van plan is om terug te keren naar Nederland. Tegen vrienden vertelt hij dat hij een fietser heeft aangereden en dat hij daarom Nederland voorgoed wil verlaten. Andreea gaat mee.

Als ze Rotterdam achter zich laten, verbaast Andreea zich erover dat Eugen zoveel haast heeft. Hij rijdt aan één stuk door. Bijna twee volle dagen, ruim 2.500 kilometer. Bij Venlo de grens over, langs Frankfurt, Wenen en Boedapest. Slapen doen ze in een goedkoop hotel, net over de Hongaars-Roemeense grens. De volgende ochtend naar de andere kant van het land. Naar het gebied dat ze een jaar geleden hebben verlaten en waar de Donau uitmondt in de Zwarte Zee.

Radu vliegt er een paar dagen later, op zondag 21 oktober, vanaf vliegveld Brussel Zaventem achteraan. Ook in Carcaliu kent hij nog wel iemand die misschien kan helpen met het zoeken naar een koper.

Het Team Grootschalig Onderzoek doet sporenonderzoek bij de branddeur.

Het Team Grootschalig Onderzoek doet sporenonderzoek bij de branddeur. Foto Robin Utrecht / ANP

Het onderzoek

De ochtend na de diefstal besluit de officier van justitie een zogeheten TGO op te starten: een Team Grootschalig Onderzoek. Zo’n team is gewend om aan grote zaken te werken, is goed op elkaar ingespeeld en beschikt over alle onderzoeksmiddelen. Het opsporingsonderzoek krijgt de naam TGO Kunst mee. Er worden 25 rechercheurs op de zaak gezet.

Die gaan meteen de stormfase in - recherchejargon voor: snelheid is belangrijk. De plaats delict wordt helemaal uitgeplozen op sporen. Veel is er niet. Kleine sporen van braak aan de nooddeur en vinger- en voetafdrukken in de hal. Er is maar één camera, met belabberde beeldkwaliteit, die de inbraak heeft vastgelegd.

Het team doet een buurtonderzoek, raadpleegt kunstexperts en formuleert voor de hand liggende scenario’s. Om nog meer diefstal te voorkomen plaatst de Kunsthal diezelfde middag veertien grote, zware bloembakken voor de glazen pui aan de zijkant van het museum.

De vrijdag na de roof worden de bewakingsbeelden vrijgegeven en uitgezonden bij Opsporing Verzocht. En komen meer dan honderd bruikbare tips binnen. Mensen komen met namen, zoekrichtingen en kunstbendes. Het levert veel werk op, want alles moet worden nagetrokken en uitgesloten. De tips brengen de politie niet dichter bij de daders.

In de media wordt, bij gebrek aan informatie over de werken, druk gespeculeerd over de waarde van de buit. Nederlandse media houden het op 50 tot 100 miljoen euro, waarmee zij de schatting volgen van het Art Loss Register in Londen. In de VS gaat dat bedrag omhoog, van 100 miljoen euro in The New York Times en bij Bloomberg News tot “honderden miljoenen euro’s” volgens The Huffington Post. In Groot-Brittannië schommelt het bedrag tussen 60 miljoen (Daily Telegraph) en 310 miljoen euro (The Independent).

De daadwerkelijke waarde ligt een stuk lager. De ochtend na de roof verschijnt Willem van Hassel, bestuursvoorzitter van De Kunsthal, om kwart over tien op het hoofdbureau van de Rotterdamse politie om aangifte te doen. Hoewel hij aantekent dat het “zeer wel mogelijk is” dat de marktwaarde vele malen hoger is, levert hij een lijstje in met de totale verzekerde waarde: 18,1 miljoen euro.

De politie heeft echter andere zorgen. Twee weken na de roof is TGO Kunst nog geen stap verder. “We weten zelfs nog niet waar we de daders moeten zoeken, in de wereld van hardcore criminelen of in die van de kunst,” laat een politiewoordvoerder weten.

Ze vestigen de hoop op de bewakingsbeelden van de weken voor de kunstroof. De daders moeten hebben rondgekeken ter voorbereiding. Wekenlang analyseren de rechercheurs uren aan bewakingsbeelden van de Kunsthal. Op zoek naar verdacht gedrag, patronen en andere aanwijzingen.

De tussenpersoon

De inwoners van Măcin, waar Eugen en Alexandru opgroeiden, vormen een geïsoleerde gemeenschap. De dichtstbijzijnde grote stad, Brăila, ligt niet eens ver weg, hemelsbreed zo’n twintig kilometer. Maar de Donau ligt ertussen en er is geen brug. De pont kost zo’n 10 euro, heen en weer, te veel voor de meeste inwoners. Landelijk is het gemiddelde inkomen in Roemenië 340 euro, in Măcin is het minder dan 200 euro.

Bovendien biedt ook Brăila weinig aantrekkelijks. Op papier is het een grote stad, in werkelijkheid is Brăila het Detroit van Zuidoost-Europa. Prachtige neoclassicistische theaters, instituten en villa’s getuigen van een betere tijd, toen de stad een belangrijke binnenhaven had. Nu staan ze leeg en op instorten. De promenades zijn verlaten. In de laatste tien jaar is een derde van de bevolking vertrokken. Zoals Roemenië aan de rand van Europa ligt, zo is het gebied rond Măcin de rafelrand van Roemenië.

Aan de andere kant van Măcin ligt Carcaliu, het dorp waar Radu en Adrian opgroeiden. Het is een piepkleine nederzetting, oorspronkelijk van Lipovanen - Russen die gevlucht zijn voor Peter de Grote. Er is slechts één geasfalteerde weg. De huizen vertonen een opvallende mix: sommige zijn zo vervallen dat ze eerder de kwalificatie hut verdienen, andere zijn keurig opgeknapt.

In Carcaliu en Măcin hebben ze de jongens niet gemist. Ze staan bekend als interlopi, Roemeens voor criminelen. Ze hebben allemaal een uitgebreid strafblad wegens vernieling, geweldpleging, bedreiging, wapenbezit en diefstal.

In de hele omgeving is er in de jaren tachtig eigenlijk maar één iemand geboren op wie iedereen trots is. Van wie iedereen weet dat hij wél iets van zijn leven heeft gemaakt: Petre C.

Petre

Kanoën in de Donau. Daarmee wist Petre C., in de ogen van zijn dorpsgenoten, uit het dorp te ontsnappen. Al op jonge leeftijd brengt hij het grootste deel van zijn tijd door in districthoofdstad Tulcea om mee te doen aan wedstrijden. Hij wint meerdere jeugdkampioenschappen en pakt bij de wereldkampioenschappen kanosprint in 2003, in het Amerikaanse Gainsville, Georgia, een gouden medaille op de 500 meter in de vierpersoonskano. Op andere WK’s wint hij zilver en twee keer brons.

Maar Petre is net niet goed genoeg. In Carcaliu is hij dan een gevierd man, in de sportwereld wordt een beetje op hem neergekeken. In tegenstelling tot de andere drie Roemeense atleten in zijn kano haalt hij nooit de Olympische Spelen. In 2005 stopt hij met kanoën en gaat hij een tijdje als bouwvakker aan de slag in de VS. Daarna keert hij terug naar Roemenië en maakt hij een opvallende carrièreswitch. Hij wordt fotomodel en persoonlijke assistent van de excentrieke miljonair Catalin Botezatu, bij iedereen in het land bekend vanwege zijn rol als jurylid in het tv-programma Romania’s Next Top Model.

Radu groeide samen met Petre op en via hem heeft hij wel eens een gestolen horloge doorverkocht. Als iemand zich in mondaine kringen begeeft en geen probleem heeft met het verhandelen van gestolen waar, is het de voormalig kanokampioen.

Op vrijdag 2 november, twee weken na de roof, rijden Radu en Eugen samen naar Boekarest, een rit van ruim drie uur. Ze ontmoeten Petre rond 15.00 uur in zijn appartement aan een van de grootste parken van de hoofdstad. Bij de portier registreren Radu en Eugen zich.

Eugen houdt zijn mond, Radu komt meteen ter zake. Hij heeft twee schilderijen te koop. Van wie ze zijn, vraagt Petre.

De Matisse is makkelijk, die onthoudt Radu aan de hand van een autotype: de Daewoo Matiz. Voor Gauguin heeft hij geen ezelsbruggetje, dus daarom heeft hij de namen op een briefje geschreven. Petre herkent de namen nog steeds niet: het handschrift van Radu is onleesbaar.

Petre heeft meer vragen. Hoe komen ze aan de schilderijen? Zijn ze authentiek? Wat krijgt hij als hij een koper weet te vinden? Antwoorden blijven uit. Radu zegt alleen dat ze de schilderijen uit Frankrijk hebben meegenomen en dat ze hem zullen belonen voor het bemiddelen.

Na een paar weken stuit Petre op iemand met interesse: Constantin Dinescu, een kennis van zijn baas. Net zoals de miljonair Botezatu brengt hij zijn zomers door in Mamaia, een landtong van zeven kilometer lang en driehonderd meter breed bij Constanta, een stad aan de Zwarte Zee. Met tientallen appartementencomplexen, discotheken en restaurants is Mamaia het Chersonissos van Roemenië, waar naast de feestende jongeren ook de Roemeense nouveau riche neerstrijkt. Dinescu is rijk geworden met vastgoed, maar verkoopt ook antiek, juwelen en kunst.

Petre C. maakt een afspraak met Dinescu en laat hem het papiertje met de twee namen zien. Matisse en Gauguin. De interesse van de kunsthandelaar is gewekt. Hij wil een afspraak plannen voor een prijstaxatie. Petre belt Radu. Komt zaterdagmiddag 17 november uit?

De taxatie

Radu stuurt Eugen met de twee schilderijen in een plastic tas en het telefoonnummer van Petre C. naar Boekarest. Bij een McDonalds ontmoeten ze elkaar. Daarna gaan ze samen naar Cartierul Sebastian, een achterbuurt vol vervallen woningen en grijze woonblokken uit de tijd van dictator Ceausescu. Daar, in een leegstaand eenkamerappartement in het bezit van Dinescu, zal de taxatie plaatsvinden.

Dinescu heeft een oude bekende ingehuurd voor de prijstaxatie: Mariana Dragu. Ze is conservator Europese kunst van het Muzeul National de Arte al Romanei, het belangrijkste kunstmuseum van Roemenië. De 59-jarige kunsthistorica is onder meer aangesloten bij Codart, het internationale netwerk van specialisten in Hollandse en Vlaamse meesters. Haar salaris vult ze een beetje aan door kunst te taxeren. Ze heeft een speciale lamp meegenomen om de werken onder ultraviolet licht te bekijken.

Als ze aankomt liggen de werken al op tafel. Het eerste wat ze denkt: dit zijn vervalsingen. Het is onmogelijk dat dit soort buitenlandse kunst op de Roemeense markt beschikbaar komt. Ze kijkt naar de aanwezigen in het appartement. Naast Dinescu is er een stevige jongen met witblond gemillimeterd haar. Hij draagt een rood trainingsjasje, blauwe spijkerbroek en smetteloos witte gympen. Zijn albino-achtige voorkomen steekt schril af tegen de derde aanwezige: een goed verzorgde en knappe man in een uitstekend zittend pak. Van Petre C. is ze wel gecharmeerd.

essitaM

Foto Marianna Dragu

Mariana Dragu herkent de werken niet als de gestolen schilderijen uit de Kunsthal. Ze had gehoord dat er een roof had plaatsgevonden, maar had zich er verder niet in verdiept. Als ze de schilderijen omdraait, begint ze wel te twijfelen over haar eerdere conclusie. Ze ziet een sticker van Hasenkamp, een bekend bedrijf dat is gespecialiseerd in kunsttransport.

Dragu neemt de werken mee naar de badkamer van het appartement, die ze gebruikt als donkere kamer. De verf, de pigmenten, de handtekeningen. Alles is zoals het hoort te zijn. Deze schilderijen zijn echt, vertelt ze als ze de badkamer uitkomt.

Ze vraagt aan de mannen of ze iets weten van de herkomst. De werken komen uit Engeland, zo zeggen ze. Dragu vraagt of ze bedoelen dat ze daar gestolen zijn. Een lange stilte volgt. “Deze schilderijen zijn erg veel waard. Heel veel geld,” zegt Eugen, de jongen met het rode trainingsjasje. Dat heeft hij op internet gezien.

Over diefstal wordt met geen woord gesproken, maar iedereen in de ruimte weet wat er aan de hand is. Dragu vertelt ze dat de schilderijen op dit moment helemaal niks waard zijn, geen lei. Het beste wat ze kunnen doen is naar de politie gaan om de schilderijen in te leveren. Eugen staat op en maakt aanstalten om de schilderijen weer in te pakken. “Vergeet het. De Russen krijgen ze,” zegt hij.

Voordat ze weggaan, weet Mariana Dragu nog wel een foto te maken van de achterkant van de Matisse.

Thuis gaat Dragu zelf via Google op zoek naar de schilderijen. Ze vindt ze direct, in een verhaal over de Kunsthalroof. Ze wordt week in haar benen. Als ze op YouTube de beveiligingsbeelden ziet, realiseert ze zich dat de werken die zij eerder die dag in handen had nog geen maand geleden in een museum hingen. In de berichtgeving over de roof leest ze dat er rekening wordt gehouden met Albanese en Ierse bendes. Ze wordt bang.

Ze stuurt een sms’je naar een vriend die bij DIICOT werkt, de Roemeense opsporingsdienst die zich bezighoudt met georganiseerde misdaad.

“Ik zag iets wat ik misschien liever niet had willen zien. Help me.”

Maandag zit ze bij hem op kantoor. Het is Mariana Dragu die de zaak aan het rollen brengt. In de maanden die volgen schrikt ze ’s nachts af en toe nog wakker. Ze had de schilderijen kunnen redden. Had ze maar gezegd dat ze een koper wist, dat ze de schilderijen achter konden laten en dat ze snel hun geld zouden krijgen.

Dat is ook het enige wat Dinescu maanden later over de zaak wil zeggen. “Had ik ze maar gered”. Hij ontkent dat hij wist dat de schilderijen gestolen waren. Toch is hij de eerste persoon die door de Roemeense recherche wordt onderzocht.

De undercoveroperatie

De Nederlandse politie was twee keer dicht bij een van de inbrekers, onbewust. Op 4 november, drie weken na de roof, wordt midden in de nacht het huis van Natasha binnengevallen door het Controleteam Prostitutie en Mensenhandel van de Rotterdamse recherche. Het is het huis waar de schilderijen na de roof kort werden verstopt, maar de politie is er alleen vanwege een onderzoek naar illegale prostitutie. Radu zit op dat moment al met de schilderijen in Roemenië, maar Adrian is wel aanwezig. Een kleine twee weken later, op 16 november, worden zijn gegevens opnieuw genoteerd door de politie. Ze spreken hem aan omdat hij midden op straat films staat te downloaden met zijn laptop via een onbeveiligd wifi-signaal.

Nu is het januari 2013. In Carcaliu is de winter echt begonnen. De temperatuur komt niet meer boven het vriespunt en het dorp is vrijwel dagelijks in mist gehuld. Na Radu en Eugen is ook Alexandru teruggekeerd naar Roemenië. Hij weet inmiddels van de diefstal en helpt actief mee met de zoektocht naar een koper.

Het is tweeënhalve maand geleden dat de roof werd gepleegd en bij Radu begint langzaam het besef te komen dat de schilderijen – ondanks de miljoenenwaarde - misschien niet zo makkelijk verhandelbaar zijn. Van Petre heeft hij niks meer gehoord en een uitgebreide zoektocht naar kopers in België heeft ook niks opgeleverd. Via Facebook houden de kunstrovers veel contact. In een chatgesprek met Eugen uit Radu de zorg dat ze misschien voor eeuwig met de schilderijen in hun maag blijven zitten.

De schilderijen liggen op dat moment verborgen in het huis van de tante van Radu. Vlak na zijn terugkeer in Carcaliu klopt Radu aan bij het huis aan de enige geasfalteerde weg van het dorp. Of ze een paar dingen voor hem wil bewaren. Zijn tante vraagt niet wat er in de zwarte koffer zit en ziet geen bezwaar. “Zet maar naast het kledingrek,” zegt ze.

De jongens informeren voorzichtig bij steeds meer vrienden en kennissen of ze niet iemand weten die interesse heeft. Zo werkt de moeder van Alexandru bij een grote wijnimporteur in Măcin, een bedrijf met veel contacten in het buitenland. Zou haar baas, Serghei Cozma, niet geïnteresseerd zijn? Via via laten ze voorzichtig vallen dat ze een Picasso en een Matisse te koop hebben. Verzekerde waarde van de twee werken: 8,3 miljoen euro. Vraagprijs: 50.000 euro.

Serghei Cozma laat weten dat hij geen interesse heeft.

De Roemeense justitie is door de tip van de museumconservator al anderhalve maand op het spoor van de kunstrovers. Begin januari is er een doorbraak: de identiteit van de verdachten is bekend. Dat is de politie gelukt via een analyse van telefoongegevens. Kunsthandelaar Dinescu bleek in de dagen en uren voor de taxatie veel contact te hebben gehad met Petre C. Via de telefoongegevens van Petre worden de nummers van Radu en Eugen achterhaald.

Er blijkt vooral veel contact te zijn geweest op 2 november, de dag dat Radu en Eugen een eerste bezoek aan Petre C. brachten in zijn appartement in Boekarest. Via de receptie van het appartementencomplex, waar Radu en Eugen zich moesten registreren, weet de recherche hun namen te achterhalen. Dankzij de beelden van de beveiligingscamera’s van het appartement krijgen ze ook een gezicht bij de namen.

De beelden worden naar Nederland gestuurd. De twee jongens staan ook op de geanalyseerde bewakingsbeelden van de Kunsthal van de weken voor de roof.

Vanaf dat moment gaat het snel. Het opsporingsteam krijgt toestemming om de telefoons van de verdachten af te luisteren en Facebook wordt verzocht om alle data te bewaren en af te staan.

Als Radu en Alexandru het via de telefoon over mogelijke kopers hebben, luistert de politie mee. Ook in de dagen dat de jongens Serghei Cozma, de wijnimporteur uit Măcin, tevergeefs benaderen om de schilderijen te kopen. Het Roemeense opsporingsteam vraagt daarna aan Cozma of hij wil helpen met het op touw zetten van een nepkoop.

Radu, Eugen en Alexandru worden steeds zenuwachtiger. Zelfs voor een spotprijs lukt het niet de schilderijen te verkopen. Wat als ze met de buit opgescheept blijven zitten? In hun communicatie zijn ze extreem voorzichtig geworden. Ze praten nooit direct over de schilderijen.

Dat Serghei Cozma opeens laat weten wél interesse te hebben voor de schilderijen vinden ze verdacht. Hij wil een afspraak maken om samen met een kunstexpert de schilderijen te bekijken, voordat hij ze koopt.

Toch stemmen ze in: zondag 20 januari gaat de ontmoeting plaatsvinden.

De kunstexpert is een Roemeense undercoveragent. In de week voor de operatie krijgt hij nog snel een spoedcursus kunstonderzoek, zodat hij een beetje geloofwaardig overkomt. Het plan is: de jongens arresteren zodra de Matisse en de Picasso op tafel liggen. De rest van de doeken hopen ze dan later in handen te krijgen, maar het is in ieder geval iets.

Dan gaat het mis. Die zaterdagmiddag, de dag voor de undercoveroperatie, wordt Radu gebeld door Petre. Hij heeft gehoord – vermoedelijk van de receptie van zijn appartementencomplex – dat de politie hem op het spoor is. Hij vreest dat hun gesprekken worden afgeluisterd.

De Roemeense recherche luistert inderdaad mee en hoort hoe Radu in paniek raakt. “Wat moeten we doen?” vraagt hij aan Petre. “Moeten we ze verbranden?”

De agenten weten dat hun undercoveroperatie is mislukt. En dat de kans groot is dat de werken echt zullen worden vernietigd. Een paar uur later worden Radu, Eugen en Alexandru gearresteerd. Zonder de schilderijen.

De vernietiging

Hoe kan ze haar zoon beschermen? Direct na de arrestatie van Radu haalt de politie haar hele huis overhoop. Ze vinden niks, maar het is een kwestie van tijd, denkt ze, tot ze in het huis van haar zus gaan zoeken, waar de werken al een paar maanden in de slaapkamer liggen.

Olga is alleen. Haar man zit al een paar jaar vast wegens een mishandelingszaak en nu is ze ook haar zoon Radu kwijt. De enige met wie ze op dit moment kan praten is Natasha, Radu’s vriendin, die inmiddels ook is teruggekeerd uit Nederland.

Olga vertelt Natasha dat de gestolen schilderijen bij haar zus liggen en dat ze bang is dat de politie ze vindt. Twee dagen na de arrestatie, op de dag dat de doorbraak in de zaak in Roemenië en Nederland bekend wordt, rijden ze ‘s avonds samen in Olga’s Landrover naar het huis van haar zus in Carcaliu. Het valt haar zus op hoe nerveus Olga is. Ze geeft Olga en Natasha de zwarte trolleykoffer van het merk Hawar mee.

Samen begraven Radu’s moeder en vriendin de koffer - waar de achternaam van Radu nog op staat - in de tuin van het verlaten huis tegenover het ouderlijk huis van Natasha, aan een van de slechtste en nauwste straten van Carcaliu.

De dag nadat Olga en Natasha de schilderijen hebben begraven begint Olga al te twijfelen. Is het wel een veilige plek? Daarnaast heeft Natasha laten weten dat ze die week weer vertrekt naar Nederland. Als Olga de schilderijen samen met Natasha nog een keer wil verplaatsen, moet ze snel zijn.

Op de avond van 24 januari 2013, vijf dagen na de arrestaties, gaan Olga en Natasha rond 21.00 uur opnieuw op pad. Het is volle maan, maar door de mist kunnen ze redelijk ongezien opereren. In de tuin van het verlaten huis graven ze de koffer weer op en halen de schilderijen eruit. De koffer gaat terug de grond in en in het huis van Olga verpakken ze de schilderijen in plastic. Zo blijven ze beschermd tegen vocht. In het ene pakket drie schilderijen, in het andere vier.

Daarna lopen ze naar de kleine begraafplaats tegenover het huis van Olga. Na een paar zachte dagen is het nu weer koud, de temperatuur schommelt rond het vriespunt. Ze openen het oude, houten hek van de begraafplaats en lopen helemaal naar het achterste gedeelte. Daar begraven ze de gestolen kunstwerken opnieuw.

De kleine begraafplaats bij het huis van Olga, waar ze de schilderijen een tweede keer begraaft

De kleine begraafplaats bij het huis van Olga, waar ze de schilderijen een tweede keer begraaft. Foto Daniel Mihailescu / AFP

In de weken die volgen blijft de politie boven op de zaak zitten. Er worden meer dan honderd huiszoekingen in het dorp gedaan. Het huis van Olga’s zus wordt compleet overhoop gehaald. “Waarom?” had Marfa Marcu achteraf huilend uitgeroepen tegen een lokale journalist die kwam kijken. “Wat dachten ze hier te vinden? Er is hier niks. Geen schilderijen, geen afbeeldingen. Ik verberg dat soort dingen niet.” Ook het huis van Olga wordt opnieuw doorzocht. Ze wordt nog banger.

Het is 17 februari 2013, vier maanden na de roof in de Kunsthal. Olga heeft het met niemand kunnen overleggen, maar ze heeft een besluit genomen.

Olga staat voor de verwarmingskachel van de badkamer. Ze heeft het vuur opgestookt. Daarna is ze de vrieskou ingestapt, naar de kleine begraafplaats tegenover haar huis gelopen en heeft ze in het holst van de nacht de schilderijen opgegraven en weer mee naar binnen genomen.

Picasso, Gauguin, Matisse, Monet, Meijer de Haan en Freud. Op de televisie wordt gesproken van een buit ter waarde van honderden miljoenen euro’s. Dat bedrag is voor haar niet van belang. De kunstwerken zijn bewijsmateriaal tegen haar zoon. En het bewijsmateriaal vernietigen lijkt de enige manier om hem te helpen.

De doeken vatten snel vlam. Olga blijft wachten tot de schilderijen helemaal zijn verbrand.

In de kachel

Zou het zo gebeurd zijn? Illustratie Aloys Oosterwijk

“De volgende dag heb ik de kachel gereinigd. Ik verwijderde de asresten en gooide ze in een kruiwagen. Mijn tuinman Gioni heeft de kruiwagen geleegd bij de stortplaats.

Ik was van plan om niemand te vertellen wat ik had gedaan, maar later besefte ik dat ik een grote fout had gemaakt. Radu vertelde me dat hij hoopte een lagere straf te krijgen als hij de werken zou teruggeven. Ik vertelde hem dat ik ze al had verbrand.

Radu probeerde mij te beschermen. Hij zei tegen de autoriteiten dat hij mij de opdracht had gegeven de schilderijen mee te geven aan een voor mij onbekend persoon. Deze verklaring heb ik later ook gegeven, uit angst om toe te geven dat ik de schilderijen had vernietigd.

Ik realiseer me echter nu dat Radu verantwoordelijkheid neemt voor dingen die ik heb gedaan. Ik heb heel veel spijt van mijn daden en van het feit dat ik niet vanaf het begin heb meegewerkt met de opsporingsdiensten. Als ik de schilderijen zou kunnen terughalen zou ik het doen.”

De rechtszaak

Het is 10 augustus 2013. Zojuist zijn ze aan elkaar geketend de rechtszaal in Boekarest binnengeleid. Eugen D. en Alexandru B. staren een beetje voor zich uit. Olga D. is emotioneel en krijgt een knuffel van haar advocaat. Haar zoon Radu D. praat uitgebreid en met grote armgebaren met zijn advocaat. Als de rechter iedereen beveelt om te gaan staan draait hij zich nog even om naar zijn moeder, twee bankjes achter hem, en geeft haar een bemoedigend knikje. Olga zit op dat moment al vijf maanden vast, op 8 maart werd ze opgepakt.

De grote afwezige is Petre C. Hij werd tien dagen na Radu, Eugen en Alexandru opgepakt, maar is in afwachting van het proces op vrije voeten gesteld. Hij besloot vandaag - tot grote woede van de rechter - verstek te laten gaan. Hij geeft de voorkeur aan een kanotraining, zijn oude sport die hij weer heeft opgepakt.

Adrian P., die samen met Radu de inbraak pleegde, is nog steeds voortvluchtig.

Natasha T., de vriendin van Radu, werd in maart in Nederland gearresteerd en zal zich later voor de Nederlandse rechter moeten verantwoorden voor haar rol.

Catalin Dancu

Catalin Dancu, de advocaat van Radu en zijn moeder Olga, praat met de pers na de eerste zitting van de rechtbank in Boekarest op 13 augustus 2013. Foto Bogdan Cristel / REUTERS

Het is druk in de kleine rechtbank. Voor de start van het proces tegen de verdachten van de Kunsthalroof zijn een tiental journalisten uit Nederland overgevlogen. De zaak wordt in Roemenië afgehandeld; in maart van dit jaar besloot Nederland niet om uitlevering te vragen.

Bij de rechtszaak zijn ook de internationale persbureaus en tientallen Roemeense journalisten aanwezig. In hun liveverslag, voor de trappen van de rechtbank, praten de verslaggevers van de sensatiebeluste nieuwszenders nog steeds over schilderijen ter waarde van honderden miljoenen euro’s, hoewel al lang duidelijk is dat de verzekerde waarde 18,1 miljoen is. Dat bedrag heeft een verzekeringssyndicaat van Lloyd's of London begin februari uitgekeerd aan de Triton Foundation.

In de media wordt veel gespeculeerd of de schilderijen wel écht zijn verbrand. Voor de start van de zaak heeft Olga haar verklaring namelijk ingetrokken. Ze zou de schilderijen niet hebben verbrand en de verklaring onder druk van de Roemeense opsporingsautoriteiten hebben afgelegd.

De suggestie dat de schilderijen niet zijn vernietigd wordt gevoed door de twee steradvocaten die zich hebben opgeworpen als verdediging: Catalin Dancu en Maria Vasii. Ze hebben beide meerdere spraakmakende zaken gedaan en vooral Dancu is een graag geziene gast in talkshows. Ze doen deze zaak gratis. Sommige zaken betalen zichzelf namelijk uit.

De strategie van de advocaten is om twijfel te zaaien over het lot van de schilderijen. Zodoende proberen de advocaten gaten te schieten in het onderzoek van het Roemeens Nationaal Historisch Museum naar de asresten uit de kachel van Olga D.

De Roemeense onderzoekers hebben in de kachel van Olga en op de stortplaats een deel van de asresten weten terug te vinden. Ze vragen experts van het Roemeens Nationaal Historisch Museum om de asresten te onderzoeken. Het bewijsmateriaal wordt aangeleverd in drie grote oude waterflessen. In juli wordt bekend dat resten van de verf, het canvas en aangetroffen nagels erop wijzen dat er in ieder geval drie tot vier olieverfschilderijen op doek zijn verbrand in de kachel van Olga.

Dat betekent niet dat de andere schilderijen nog zullen opduiken. De wetenschappers kunnen het niet bewijzen, maar gaan er wel van uit dat ook deze kunstwerken zijn vernietigd. De andere drie werken (Picasso en de Monets) zijn gemaakt op karton en papier. Bij verbranding zijn daar geen resten van achtergebleven. Sowieso is het aannemelijk dat de Monets, vanwege het kwetsbare karakter van de pasteltekeningen, al snel onherstelbaar zijn beschadigd. Pastels moeten plat worden vervoerd, anders schudt het krijt van het papier.

De onderzoekers van het museum zullen nooit met honderd procent zekerheid kunnen zeggen dat in de nacht van 17 februari de zeven gestolen werken uit de Kunsthal zijn verbrand in de kachel van Olga.

Het is die ruimte voor twijfel waar de advocaten gebruik van proberen te maken. De verdachten staan onder meer terecht voor ‘diefstal met grote gevolgen’. Als de rechter denkt dat de schilderijen niet zijn vernietigd, is er mogelijk geen sprake van ‘grote gevolgen’.

De verdachten hangt een celstraf van tussen de zeven en twintig jaar boven het hoofd. De verwachting is dat de zaak over een paar maanden is afgerond.

Verantwoording

Deze reconstructie is voor een deel gebaseerd op het Nederlandse en Roemeense politiedossier. Het verhaal van Jan Moerer is gebaseerd op de uitgebreide verklaring die hij aan de politie heeft gegeven. Kunsthal-directeur Emily Ansenk sprak kort na de roof met NRC Handelsblad over het moment dat ze het nieuws hoorde. Voor de rest heeft de Kunsthal bijna geen mededelingen meer gedaan. Beveiligingsbedrijf Trigion praat niet over specifieke opdrachtgevers; het verhaal van de twee beveiligers is eveneens gebaseerd op de verklaringen in het politierapport. Petre C. en Natasha T, die beiden op vrije voeten zijn, willen niet praten met de pers en het Nederlandse OM heeft niet gereageerd op interviewverzoeken.

De Roemeense justitie wilde wel uitgebreid praten over de zaak. Datzelfde gold voor Mariana Dragu, de conservator die de politie de tip gaf, Ernest Oberländer-Târnoveanu van het Roemeens Nationaal Historisch Museum, de advocaten van de verdachten en andere betrokkenen. Daarnaast is veel dank verschuldigd aan inwoners van Carcaliu en Măcin - onder wie familieleden van de verdachten - die uitgebreid de tijd namen om weer met een journalist te praten over de zaak.