Het gaat om de volgende zin uit zijn roman Godenslaap (De Bezige Bij). „Ik volg de cadans van mijn handschrift en zoek naar de in letters gestolde, kwezelachtige wellust van het meisje dat ik ooit geweest moet zijn, het wicht dat op de drempel van haar adolescentie haar schriftuur even strak aantrok als de dunne lederen veters waarmee ze haar laarsjes dichtreeg – hoe ze het vlees van het woord in de baleinen van de zinsbouw dwong, tot haar eigen lijf vol striemen stond en ze naar uitbraak verlangde."
De redactie van het literaire tijdschrift Tzum bekroont sinds 2002 de beste zin in een Nederlandse roman. Deze ‘kleinste literaire prijs van Nederland’ heeft inmiddels een cultstatus. De winnaar – in eerdere jaren onder anderen A.F.Th. van der Heijden, Doeschka Meijsing en Tommy Wieringa – krijgt een trofee en 1 euro per woord in de bekroonde zin. Door de lengte van zijn winnende zin ontvangt Mortier de grootste Tzumprijs tot nu toe.
Tegelijk met de winnaar heeft Tzum de lijst met 66 andere genomineerde zinnen bekendgemaakt. Daarop staat werk van onder anderen Gerrit Komrij (‘Ezels, toeristen in korte broek en oude vrouwtjes, daar ga je vanzelf van hallucineren’), Charlotte Mutsaers (‘De dag na mijn vijftigste verjaardag droomde ik dat ik gewurgd werd.’) en L.H. Wiener (‘Ik zou rijk kunnen zijn, als ik een kut had en niet kon schrijven.’)

AEX: 310,03 




