„We zijn niet aan het bezuinigen.” Halverwege het algemeen overleg van de Commissie Beeldende Kunst, gisteren in de Tweede Kamer, benadrukte minister Ronald Plasterk (Cultuur, PvdA) het nog maar eens: „Het budget dat de overheid aan beeldende kunst besteedt, is groot en zal groot blijven.”
Wat wel verandert is de manier waarop dat geld verdeeld wordt. Plasterk is van plan in de komende Cultuurnota eenderde van het beeldende kunstbudget om te gooien. Zo zal er meer geld naar minder kunstenaars gaan, krijgen presentatie-instellingen als De Appel en Witte de With er extra geld bij en wordt het budget dat vroeger aan de provincies werd uitgekeerd overgeheveld naar de grootste Nederlandse gemeentes. Met die plannen heeft de minister de afgelopen maanden met name onder kunstenaars veel onrust gecreëerd. „De beeldende-kunstsector roert zich”, constateerde kamerlid Nicolien van Vroonhoven (CDA) gisteren dan ook terecht.
Een week eerder hadden, op initiatief van het Platform Zonder Kunstenaars Geen Kunst, diverse bekende kunstenaars hun grieven gespuid tegenover de fractiespecialisten van de Tweede Kamer. Zo hield Zeger Reijers tijdens de hoorzitting een relaas over de Ouborgprijs van 4.700 euro die hij vorig jaar won. Ter ere van de prijs kreeg hij een expositie in het Haags Gemeentemuseum. Maar budget voor de productiekosten of een honorarium was er niet, en dus eindigde de kunstenaar met een verlies. „Zelfs de suppoosten verdienen meer”, had Reijers verzucht.
Die bijeenkomst had op de politici diepe indruk gemaakt, zo bleek gisteren. „Integere verhalen”, zei Hans van Leeuwen (SP), „waaruit blijkt dat het tegenwoordig als kunstenaar niet eenvoudig is je hoofd boven water te houden.” Van Leeuwen stelde daarom voor om vaste tarieven voor ‘hang- en stageld’ in te voeren, zodat kunstenaars betaald krijgen zodra ze in een museum of galerie exposeren. In Engeland zijn dergelijke vergoedingen voor tentoonstellingen heel gewoon, benadrukte ook GroenLinks-kamerlid Mariko Peters, verwijzend naar het tarievensysteem van de Britse Arts Council.
VVD-kamerlid Han ten Broeke vroeg zich af of er niet gewoon te veel kunstenaars in Nederland zijn. „De subsidies zijn een druppel op de gloeiende plaat”, stelde hij. Jaarlijks studeren ongeveer 1200 kunstenaars af aan de Nederlandse academies. Ten Broeke pleitte daarom voor een strengere selectie aan de poort. In een reactie zei minister Plasterk dat hij daarvan geen voorstander is. Het reguleren van de toestroom naar de academies noemde hij ‘Soviet-achtig beleid’. Ook het invoeren van hanggeld noemde hij ‘overreguleren’ en dus geen taak van de overheid. „Dan moet de kunstenaar maar beter onderhandelen”, aldus Plasterk.
Meermalen benadrukte de minister dat de beslissing om kunstenaar te worden een vrije keuze is. „Maar de harde realiteit is dat je op de lange termijn wel van je werk moet kunnen leven. Kunstenaars hoeven niet op de markt in te spelen. Maar als ze niet rond kunnen komen van scheppingen die ze zelf de moeite waard vinden, kunnen ze er ook voor kiezen om bijvoorbeeld koeien te gaan schilderen omdat daar een markt voor is.”
Tot slot kreeg de Kamer twee concrete toezeggingen van de minister. Plasterk zal onderzoeken of het wenselijk is dat de academies een strenger toelatingsbeleid gaan voeren. En hij beloofde zich te buigen over de normen voor honoraria en hanggeld die in het buitenland gebruikelijk zijn. Op 15 mei zal de Raad voor Cultuur een advies uitbrengen over de komende Cultuurnota. De besluiten over de verdeling van het kunstbudget volgen op Prinsjesdag.
Zeven museumdirecteuren over het plan van de Mondriaanstichting
- De directeuren van de grote musea voor moderne kunst hebben felle kritiek op het nieuwe beleidsplan van de Mondriaan Stichting. Het plan van de Mondriaan Stichting om prijzen uit te reiken aan musea die het goed doen op het gebied van publieksbereik en culturele diversiteit is de musea in het verkeerde keelgat geschoten. Gijs van Tuyl, directeur van het Stedelijk Museum, noemde de prijzen gisteren in de Volkskrant ,,zinloos” en ,,weggegooid geld”.
- Vorige week hebben de directeuren van de zeven voornaamste musea voor moderne kunst, verenigd in het zogenaamde miniconvent, zich tijdens een etentje met minister Ronald Plasterk van Cultuur beklaagd over de Mondriaan Stichting. Zij vinden dat het beleid van het kunstfonds te veel gaat over sociale factoren en te weinig over de kunst zelfs. Al eerder verweten de musea de Mondriaan Stichting van bevoogding en betutteling. Nu is er volgens Van Tuyl echt sprake van een breuk: ,,Er wordt niet meer gepraat.”
- Tijdens het algemeen overleg van de Commissie Beeldende Kunst sprak minister Plasterk gisteren van een “gebrek aan vertrouwen” tussen beide partijen. Plasterk: ,,Vanuit mijn ervaring in de wetenschappelijke wereld ben ik wel gewend om te gaan met sentimenten die spelen tussen subsidiënten en ontvangers, maar hier loopt het conflict wel erg hoog op.” Om de vrede te bewaren zal hij daarom binnenkort een ,,inhoudelijk gesprek” aangaan met beide partijen.

AEX: 342,55 




