De Israëlische Yehudit Mizrahi, studente aan de Rietveld Academie in Amsterdam, heeft veel te stellen gehad met de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND). Eerst moest ze zes maanden wachten op haar visum, vervolgens was ze een jaar bezig met een tijdelijke vergunning voor haar studie hier. Een latere verlengingsaanvraag werd bovendien eerst ook nog eens afgewezen. Mizrahi, als kunstenares bezig met textielbewerking, uitte haar frustratie in een kunstwerk: de Rejection Dress, met de afwijzingsbrief geprint op de stof. Kunst ontmoet bureaucratie.
Maandag zat Mizrahi in de gymzaal van haar school tegenover Karlijn Rensink, medewerker van de IND in Zwolle. Ze was verbijsterd, vertelt ze Rensink in het Engels, dat ze in de procedure haar ‘economische waarde’ moest aantonen. „Ik ben kunstenaar, ik lever een artistieke bijdrage aan dit land, dat kan ik toch niet in cijfers uitdrukken?” Rensink antwoordt dat het voor haar natuurlijk ook moeilijk is om aanvragen af te wijzen. „Wij zijn ook mensen.” Maar vaak lukt het haar om iemand te laten blijven, en dat vindt ze heel „rewarding”. Mizrahi lijkt het te begrijpen; ze knikt geestdriftig. Als de tijd erop zit, hebben beiden rode wangen van het gesprek.
Het magazine GRAY van de Gerrit Rietveld Academie moest dit jaar in het teken staan van nationaliteit, en het was even zoeken naar een originele vorm. Die diende zich aan bij een rechtszaak, waar directeur Tijmen van Grootheest een student uit Togo bijstond. „Die IND’ers hadden het daar best moeilijk. Toen wist ik meteen: die moeten we op school uitnodigen.”
De GRAY-redactie, bestaande uit zes studenten uit verschillende landen, jaren en studierichtingen, organiseerde vervolgens de bijeenkomst waarbij 31 IND’ers 62 studenten interviewden, elk uit een ander land. Redacteur Linde Keja: „Het verschil in denken over nationaliteit kan nauwelijks groter zijn. Voor de IND weegt nationaliteit heel zwaar, en hier maakt het weinig uit, iedereen werkt samen. Dat spanningsveld is interessant.” Op het vragenformulier worden de twee partijen onder meer uitgenodigd om zich in elkaars positie te verplaatsen.
Een ontmoeting tussen internationale kunstenaars en IND’ers mag een confrontatie van uitersten lijken; op de bijeenkomst was het onderscheid soms nauwelijks te maken – bij de IND werken opvallend veel jonge vrouwen in hippe vrijetijdskleding, blijkt. Ze voerden geanimeerde, invoelende gesprekken die vaak de afgesproken twintig minuten ruim overschreden. IND-directeur Peter Veld keek in de gymzaal mee over de schouders van zijn medewerkers en bevestigt dat er onder hen veel enthousiasme was voor het project. Waarom stemde de IND in met deze bijzondere samenwerking? Veld: „Het is goed om te laten zien dat de IND een gewone overheidsdienst is, waar normale mensen werken die soms verschillend denken over het vreemdelingenbeleid. Nu hebben ‘aanvrager’ en ‘beslisser’ gewoon eens een gesprek van mens tot mens, dat is voor beide partijen leuk.”
Sommige studenten hadden van tevoren wel moeite met het project. Van Grootheest: „Die zitten bijvoorbeeld net in een procedure, en waren bang dat dit ze zou kunnen schaden.” Maar na een aantal bijeenkomsten met de GRAY-redactie, waar stevige discussies zijn gevoerd, wilde iedereen wel participeren.
Kunststudent Sina Khani uit Iran was in elk geval aangenaam verrast. „Ik had saaie kantoortypes verwacht, maar het bleken heel kleurrijke mensen, en ze waren oprecht geïnteresseerd.” IND-medewerker Corina Kuurman: „Wij zijn natuurlijk erg gericht op regels, terwijl ze hier op school wordt geleerd zich daar niets van aan te trekken, en juist buiten de kaders te denken. Dat was voor ons ook wel weer eens verfrissend.”

AEX: 338,65 




