Er zijn weinig romans waarvan de ‘soundtrack’ zo parallel loopt aan het verhaal als in Het grote uitstel van Marc Reugebrink. De liedjes staan zelfs keurig afgedrukt in een bijlage aan het eind van de roman. Crosby, Stills Nash & Young, J.J. Cale en The Allman Brothers Band, The Police, The Ramones, Doe Maar. Het hippiegevoel van de jaren zeventig werd weggeblazen door de punk, die elk idealisme tartte. In wervelende taal vlecht schrijver en dichter Marc Reugebrink dit veranderende tijdsgevoel door de innerlijke worsteling van zijn hoofdpersoon Daniël Rega, en beschrijft hoe die zich uit in diens relaties.
Als tiener brengt Rega zijn dagen liefst door in de gekraakte boerderij Che, waar de ruzies tussen orthodoxe marxisten en nuchterdere hippies het gemeenschapsgevoel ondermijnen – tot verdriet van Rega. Ook zijn verkering met het dominante, kakkerige krengetje Mireille – die hij alleen oraal bevredigen mag, onder strenge aanwijzingen – biedt niet het soelaas waar hij naar hunkert: ‘een hele en eeuwig aan zichzelf gelijk blijvende toekomst’.
Reugebrink verstaat de kunst om seksueel expliciete scènes ook psychologisch expliciet te laten zijn. Rega’s onderdanigheid, later zijn behoefte om te troosten, waardoor hij meestal met de exen van zijn vrienden in bed belandt, zijn invoelbaar bij de beschrijving van elke streling, elke obsessie met een moedervlek onder het linkerschouderblad. Zijn gefrustreerde behoefte om de afstand tussen zichzelf en anderen teniet te doen leidt uiteindelijk tot de verkrachting van de vriendin van zijn huisgenoot, waarvan Reugebrink de aanloop, vol tegenstrijdige gevoelens, huiveringwekkend nauwgezet beschrijft.
Het grote uitstel vertelt het verhaal van Daniël Rega alsof de schrijver een vage vriend is die alles van een afstand heeft gadegeslagen, een medekraker, studiegenoot of flaneur die telkens op de cruciale momenten passeerde. De stem van de verteller is hakkelend, zoekend naar woorden, en in die constante verbetering van zichzelf ontstaat een ritme dat aanzuigend werkt. Het wekt spanning op, omdat je als lezer mee gaat denken, je een voorstelling gaat maken van de situatie en wat die voor Rega zou kunnen betekenen. Reugebrink creëert zo een spel waarin auteur en lezer samen psychologie van de koude grond bedrijven.
Tegelijkertijd is de geschiedenis prominent aanwezig in deze krachtige roman. De eerste scheuren in de eendracht van de krakers van Che, de opstand van de punkgeneratie tegen de hippie-idealen die Rega treft als hij in Groningen gaat studeren; ze bieden een mooie inkijk in de overgang van de jaren zeventig naar de jaren tachtig. Zo probeert Rega’s huis- en studiegenoot Werda hem de implicaties van de Koude Oorlog duidelijk te maken: de dreiging van de atoombom ontmaskerde alle ideologie als wezenlijk levensbedreigend, iets wat maakte dat ‘elke gedachte aan een einddoel, aan de gezegende staat van Zijn die ons door wereldverbeteraars van welke soort dan ook maar altijd in het vooruitzicht wordt gesteld, vandaag de dag als vanzelf gelijkstaat aan de totale vernietiging. Dat maakt ons vrij, snap je? We hoeven niet meer te kiezen omdat er zo bezien geen keuze meer is. Juist de gedachte dat er gekozen moet worden, tegen iets, voor iets, dat er heilstaten zouden zijn , paradijzen en nog andere hemelen, heeft gemaakt dat elke keuze onmogelijk is geworden.’
Het is deze ontmanteling van zekerheden waar Rega niet tegen is opgewassen. Zijn ‘hunkering om op te gaan en te verdwijnen in een wereld waarin mijn dijn was’ houdt hem weifelend en beïnvloedbaar, buitenstaander van al wat om hem heen verandert, een wanhopige minnaar bovendien, die liefde verwart met een verlangen er niet te zijn. Rega heeft behoefte aan vastheid, stilstand en harmonie, en Reugebrink laat prachtig zien, vooral in de seksueel beladen scènes, hoe dat hem van zichzelf afhoudt, totdat je je zelfs afvraagt of deze persoon wel een identiteit heeft.
En die vraag gaat vervolgens onder de huid zitten, want knap genoeg slaagt de schrijver erin Rega van tijd tot tijd beangstigend herkenbaar te maken.
De climax van Het grote uitstel heeft plaats tijdens de val van de Muur, wanneer Rega gelukzalig verpletterd wordt door de menigten uit Oost en West, tijdens de nacht dat alle tegenstellingen even werden opgeheven. Reugebrink heeft geschiedenis, de psychische ontwikkeling van zijn hoofdpersoon en diens seksueel verlangen subliem met elkaar vermengd in taal die bijzonder eigen is, en die net zo rockt als het punkgedeelte uit de soundtrack van deze roman.

AEX: 310,03 




