Dit heeft hij gisteren aan de Tweede Kamer laten weten. Dat betekent dat andere steden zich de laatste weken tevergeefs hebben gemanifesteerd als alternatief.
Zijn besluit stuit op kritiek van Leiden, Nijmegen en Utrecht, die ook plannen hebben voor het museum. Gisteren nog vroeg de gemeente Utrecht om een open competitie. Afgevaardigden verschenen bij het ministerie van OCW in het gezelschap van een verklede Romeinse legionair.
„Aangezien het om een zaak van nationaal belang gaat, pleiten wij voor een open afweging aan de hand van duidelijke criteria, waarbij een goede beoordeling mogelijk is”, aldus de Utrechtse wethouder van cultuur, Cees van Eijk, en Statenlid Anneke Raven in een brief aan de minister.
Op zijn beurt schrijft Plasterk aan de Kamer dat er een verband moet zijn tussen de locatie van het nieuwe historische museum en de directe omgeving. „De locatie moet verband houden met dat historische verhaal waardoor het kan bijdragen aan het vertellen ervan.”
Steden die zijn overgeslagen, verwijzen naar hun rijke historie. De Nijmeegse burgemeester Thom de Graaf wees al op het feit dat Nijmegen de oudste stad van Nederland is. „De stad was belangrijk in het rijk van Karel de Grote, had een bloeiende middeleeuwse samenleving en was de plaats van de betekenisvolle Vrede van Nijmegen”, aldus de burgemeester. Plasterks keuze voor Amsterdam, Arnhem en Den Haag vindt hij dan ook „tamelijk arbitrair.”
Het vorige kabinet had laten doorschemeren Den Haag als vestigingsplaats te kiezen, maar Plasterk besloot Amsterdam en Arnhem toe te voegen. „Dat was een verder ongemotiveerde selectie”, aldus de Nijmeegse burgemeester.
Een woordvoerder van de minister laat weten dat er in een eerder stadium wel is gepraat met Nijmegen en Utrecht, „maar je moet op een gegeven moment een selectie maken”. Minister Plasterk heeft aangekondigd eind deze maand een beslissing te nemen.

AEX: 342,42 




