Over sjacheraars en kolerelijers

Gepubliceerd: 23 september 2005 00:00 | Gewijzigd: 22 augustus 2008 16:54

Heeft sjacheraar nu wel of geen antisemitische lading? En gaat kolerelijer terug op het Franse woord colère voor 'woede’ of op de ziektenaam cholera? Reacties van lezers.

Ewoud Sanders

Het was te verwachten dat dit onderwerp het nodige los zou maken, en dat gebeurde ook. Zo schreef Arnout Wurms: ,,U maakt een vergelijking tussen de begrippen sjacheraar en luibak. Naar mijn bescheiden mening heeft het eerste woord een denigrerende betekenis en is het tweede woord veel minder beledigend en meer grappig bedoeld, ik ben dan ook van mening dat Hans Knoop gelijk had met zijn protest en ik zou mij ook niet laten uitmaken voor sjacheraar.’’

Hans Z. uit Amsterdam mailde: ,,Mijn (jarenlange) ervaring is dat sjacheraar in discussies toch doorgaans in verband gebracht wordt met joden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld sjoemelaar. Overigens, het zich nu verbergen achter het woord scharrelaar door de mij onbekende Wim de Jong vind ik zacht gezegd 'minnetjes' ....en hetzelfde geldt voor het niet plaatsen van de brief van Knoop door de Volkskrant.’’

J.J.A van Strien schreef: ,,Uw artikel 'Sjacheraar' heeft (naar ik hoop 'uiteraard') mijn volledige instemming. Je zou overigens hetzelfde kunnen schrijven over allerlei minderheden, kansarmen enzovoort, maar dit was natuurlijk een mooie aanleiding.’’

De reactie van Mattheus van Dijken sluit hierbij aan: ,,In het artikel 'Sjacheraar' gebruikt u tot mijn niet geringe verbazing het woord neger. Ik weet niet in hoeverre u betrokken bent bij de zwarte gemeenschap hier in Nederland, maar u zou dan moeten of kunnen weten dat het woord neger een negatieve connotatie heeft.’’

M. E. uit Wageningen schreef over zijn ervaringen met het woord sjacheraar: ,,Ik heb bepaald geen grote sympathie voor Hans Knoop en zijn, vaak sensationele, opvattingen over de rol van de journalist, maar moet het helaas in dit geval wel met hem eens zijn ondanks de meningen van woordenboeken en rechters. In mijn ervaring is het woord sjacheraar traditioneel wel degelijk verbonden met antisemitische neigingen. Ik hoef daarbij maar te verwijzen naar de Nazi-propaganda voor en tijdens de laatste wereldoorlog, de uitingen van onnadenkende mensen in de gewone spreektaal op straat en in de kroeg en - meest recent - op internet sites van de joden minder goed gezinde groepen. Zelf heb ik in mijn wetenschappelijke carrière een aantal keren ervaren dat de associatie van het jood zijn met een sjacher-aanleg zo ingebed is in onze cultuur, dat daar naar verwezen wordt als derden een keus moeten maken over het motief op basis waarvan je een standpunt inneemt in onderhandelingen. De authentieke motieven worden genegeerd ten faveure van de veronderstelling dat je wel het sjacheren zal beogen, gezien je achtergrond. Pijnlijk, maar wel een feit. Gek genoeg hadden vooral de intellectuelen waar ik mee te maken had deze neiging, veel heel gewone (eenvoudige, niet-joodse) mensen waar ik ook mee samen werkte waren wel gevoelig voor de lading van zulke woorden, en vermeden ze. Versta me goed: ik voel me noch vervolgd noch beledigd, maar had eenvoudigweg behoefte u te confronteren met de realiteit van alledag.’’

De ervaringen van Juul M. van S. uit Amsterdam sluiten hier niet bij aan: ,,Ik ben een 67-jarige oud-docente Engelse taal- en letterkunde. Iemand voor sjacheraar uitmaken is niet aardig, maar van oorsprong zeker niet antisemitisch. Mijn grootvader (een joodse koopman) schold bij tijd en wijle concurrenten voor sjacheraar uit; of dat joden waren of niet, had er niets mee te maken. Dat Wim de Jong scharrelaar had willen zeggen lijkt onwaarschijnlijk, maar de dagelijkse moord op de Nederlandse taal door journalisten maakt dat ik hem misschien wel geloof.’’

Ook voor Joop Bakker uit Breda, geboren in 1940, heeft sjacheraar geen antisemitische klank. ,,De gevoeligheid van sommige mensen op dat terrein’’ schreef hij, ,,is soms wel erg groot en overdreven.’’

Tot slot nog het woord aan een voormalige rechter uit Oosterbeek, Arthur T. uit Oosterbeek: ,,Evenals de Amsterdamse rechtbank zou ik - en ik ben oud-rechter èn joods - Knoop ongelijk hebben gegeven. Naast de overwegingen van de rechtbank vind ik het nogal aannemelijk, dat De Jong eigenlijk het woord scharrelaar bedoelde te gebruiken. Mensen gebruiken vaak woorden waarvan zij de portee niet kennen, en sjacheraar lag in de context minder voor de hand dan scharrelaar.’’

Kolerelijer

Naast deze reacties schreven tientallen lezers over mijn verklaring van de herkomst van het woord kolerelijer. Zit daar nu het Franse colère voor 'woede’ in verstopt of de ziektenaam cholera? Samen met Rob Tempelaars heb ik dit ooit uitgezocht voor een boekje over verwensingen, getiteld Krijg de vinkentering! 1001 Nederlandse en Vlaamse verwensingen. Dit is in 1998 verschenen bij Contact. Daarin staat het volgende:

Krijg de cholera. Kenmerkend voor cholera zijn hevige diarree en een niet te stoppen neiging tot braken. Regelmatig breken er nog grote epidemieën uit, meestal op het Aziatische continent, met India en Pakistan als centra, maar soms ook in Europa en Afrika. De ziekteverwekker is, zoals Robert Koch in 1883 ontdekte, een kommavormige bacil die vooral in verontreinigd drinkwater voorkomt. In de oudere taal kwam cholera voor als benaming voor een andere ziekte, die gepaard ging met acute darm- en maagaandoeningen; deze, minder ernstige, ziekte noemde men vroeger ook wel bort en tegenwoordig inlandse cholera of cholerine.

Ons woord cholera gaat terug op het laat-Latijnse woord cholera 'ziekte van de gal’. Etymologisch moet het worden onderscheiden van colère, dat bij ons als klere- in veel verwensingen en scheldwoorden voorkomt. Er zijn slechts twee verwensingen aangetroffen met cholera: de basisvorm krijg de cholera en de stapelvorm krijg de touwtering-tyfus-pleuris-kanker-cholera.

Het Franse woord colère 'woede’, dat teruggaat op het laat-Latijnse cholera 'ziekte van de gal’, is vooral voor onze zuiderburen een bekende. Het wordt daar – gespeld als colère, koleire, kolère en kolerie – informeel gebruikt voor 'woede, drift, kwaadheid’. Men zegt daar ook in een Franse koleire schieten ‘woedend worden’ en er de koleire van krijgen 'er woedend, chagrijnig van worden’. Ook koleirig 'woedend, driftig’ wordt volop gebruikt.

In Nederland kennen we colère als een productief voorvoegsel, meestal gespeld als klere - en kelere - maar soms ook als het vetter klinkende kolere. Denk bijvoorbeeld aan klerelijer, klerewijf en kolerezootje. Veel Nederlanders denken dat klere een verbastering is van cholera. Waarschijnlijk is het daarom in zoveel verwensingen terechtgekomen.

Krijg de klere is een van de meest gebruikte verwensingen. Ook de verkorte vorm, de klere of de kolere, komt voor. Veelgehoorde varianten zijn je kunt de klere krijgen, laat ze allemaal de klere krijgen en krijg toch allemaal de k(e)lere. Die laatste vorm komt onder andere voor in de film Ciske de rat uit 1984. Danny de Munk zingt hierin, op een tekst van Karin Loomans:

Krijg toch allemaal de kelere
Val voor mijn part allemaal dood
Ik heb geen zin om braaf te leren
Ik eindig toch wel in de goot
Kinderen willen niet met me spelen
Noemen me 'Rat’, en wijzen me na
De enige, die me wat kan schelen
Die is er nooit, dat is m’n pa

Uitgebreide varianten van deze verwensing zijn:

- Krijg de godver-kolere-kanker-tyfus achter je dikke darm

- Krijg een koperen kind, dan kun je je de hele dag de klere poetsen. Dit is de basisvorm van de hieronder genoemde varianten. In plaats van de klere poetsen wordt ook de kanker, de tering of de tyfus poetsen gebruikt. Daarnaast komt krijg een koperen kind, dan kun je je rot poetsen regelmatig voor. Sommige varianten dateren uit de jaren vijftig.

- Krijg een kind met een gouden hoofd, dan kun je je de hele dag de klere poetsen. In de jaren tachtig gehoord in Rotterdam.

- Krijg een kind met een koperen harses, dan kun je je de hele dag de klere poetsen. Eveneens gesignaleerd in de Maasstad. Een Amsterdamse variant is krijg een kind met 'n koperen kop, keijje je lam poetsen. In Amsterdam zegt men ook krijg een kind met een koperen harses, ken je je 't lazarus poetsen.

- Krijg een kind met een koperen kop, dan kun je je de klere (kolere) poetsen

- Krijg een kind met een koperen kin, dan kun je je de hele dag de klere poetsen

- Je kunt voor mij een pop krijgen met een koperen kontje, dan kun je je de klere poetsen

- Krijg de kopertyfus, dan kun je je de kolere poetsen

Er is ook nog een verband tussen cholera en het verouderde woord hartwater. Hartwater is een oude volksnaam voor 'maagsap’, dat wil zeggen, voor het waterachtige vocht dat men bij sommige maagaandoeningen in de mond krijgt. Het woord is al in de zestiende eeuw aangetroffen. Men sprak ook van herte(n)water, maagwater en weewater. In Nederlandstalig België sprak men van hertekwak of watergal. Kiliaan omschreef herten-water aan het einde van de zestiende eeuw met het Latijnse cholera. Hartwater was de naam voor verschillende ziektes die met heftige maag- en darmstoornissen gepaard gingen. De verwensing werd ons toegestuurd door iemand uit Gouda. De Grote Van Dale (1999) vermeldt het hartwater krijgen voor 'zenuwachtig worden’.

Tot slot nog een laatste verwensing waarin we cholera tegenkomen – tussen een reeks andere vreselijke ziektes. Het gaat om krijg de touwtering-tyfus-pleuris-kanker-cholera, een verwensing die werd ingezonden door iemand uit Amsterdam. Zij kent de verwensing nog uit haar jeugd. In familiale kring werd de uitdrukking verzacht tot krijg de TTTPKC, schrijft zij: ,,Aangezien wij als kind niet mochten vloeken, hadden we eigenlijk ook later als volwassene niet zo'n behoefte om grof uit de hoek te komen. Mijn jongste broer echter reed heel veel kilometers per jaar. En achter het stuur worden volgens mij de meeste verwensingen uitgesproken. Om nou niet al te grof over te komen, was zijn standaardverwensing: krijg de TTTPKC. […] De echte verwensing was: krijg de TouwTeringTyfusPleurusKankerCholera. Niet echt leuk om naar je hoofd te krijgen, maar met zo'n afkorting valt het nog reuze mee. Helaas horen we deze vloek niet meer want mijn broer is overleden (niet aan één van zijn eigen verwensingen), en een zelfbedachte vloek neem je niet van iemand over, dan mist- ie z'n kracht.’’

 

zoeken

in

Dit doe ik


Correspondent Duitsland Joost van der Vaart over zijn werkzaamheden voor NRC Handelsblad.