Illustratie Nanette Hoogslag Illustratie Nanette Hoogslag

De mooiste noot (12): Isabelle van Keulen

Gepubliceerd: 2 augustus 2003 00:00 | Gewijzigd: 22 augustus 2008 17:08

M vraagt aan muzikanten en componisten wat ze de mooiste noot in de muziek vinden. Violiste Isabelle van Keulen over de laatste noot van Quator pur la Fin du Temps van Messiaen. 'De tranen stroomden over mijn wangen.'

Sandra Heerma van Voss

   Illustratie Nanette Hoogslag
Illustratie Nanette Hoogslag
Wat is voor u de mooiste noot?

‘Dat is de laatste noot van Quator pour la Fin du Temps van Olivier Messiaen (1908-1992). Het is een stuk van eenenvijftig minuten, geschreven voor vier instrumenten: piano, viool, cello en klarinet. Het laatste deel, Louange à l’immortalité de Jésus, gaat over de onsterfelijkheid van Christus en bewijst die ook, wat mij betreft. De allerlaatste noot, een hoge e van de viool die volgt op een overmatige kwart, is de personificatie van de eeuwigheid.

Messiaen schreef dit stuk in 1940, terwijl hij in een krijgs- gevangenenkamp in Görlitz, Duitsland zat. Kennelijk kreeg hij daar wel pen en papier, en mocht hij componeren. Hij schreef voor de muzikanten die hij om zich heen had. Het stuk beleefde zijn première in het kamp, met een cello die een snaar miste. Het moet ongelooflijk indrukwekkend geweest zijn: niemand wist of hij er nog levend uit zou komen, en hier werd hoop gecreëerd. In het stuk zit veel angst, maar aan het slot komt de oplossing, de waarheid.

‘Messiaens waarheid had een streng religieuze grondslag. Quator pour la Fin du Temps is geïnspireerd op het laatste boek van het Nieuwe Testament, De Openbaring van Johannes. Mijn geloof heeft meer te maken met een geloof in schoonheid, in mensen, in de natuur. Dat vind je niet in bijbelteksten, je leest het tussen de regels door.’

Wanneer hoorde u dit stuk voor het eerst?

‘Een jaar of tien geleden, toen ik al jaren violiste was. Ik had altijd grote weerzin tegen Messiaen, omdat hij zo religieus is, en omdat hij zoveel orgelmuziek geschreven heeft. Ik hou niet van orgel. Toen ik Quator voor het eerst hoorde uitvoeren op een festival in Zweden, zat ik dus hoogst sceptisch in de zaal. Maar ik raakte zo gegrepen dat de tranen over m’n wangen stroomden. Na het concert was ik nog dagen van slag.

‘Toen ik mijn man, klarinettist Michael Collins, ontmoette en we op zoek gingen naar dingen die we samen zouden kunnen spelen, kwamen we al snel bij dit stuk uit. Michael heeft het toen hij twintig was nog met Messiaen zelf gespeeld, en kent veel van zijn ideeën erover.’

Hoe moet ‘Quator pour la Fin du Temps’ worden gespeeld?

‘Het is een ontzettend moeilijk stuk. De vier instrumenten komen maar vier keer samen voor, verder is het steeds één op één. De melodieën worden ondersteund door een tergend langzame puls. Aanvankelijk raakte ik verloren in dat trage tempo, omdat ik in maten probeerde te denken. Michael leerde me dat los te laten en in delen te denken, van begin tot eind. Hij had nog wel meer kritiek op wat ik deed. Ik vond dat eerst moeilijk te verdragen, omdat ik er zo vol overgave mijn tanden in gezet had. Messiaen leek me ook zoiets hóógs om te spelen, bijna onbereikbaar. Maar wat Michael zei was wel waar. De muziek is al op het randje van kitsch — als je bij de uitvoering dan je beheersing verliest of er dingetjes van jezelf in gaat stoppen, wordt het snel ordinair. De aanwijzingen die je nodig hebt, heeft Messiaen er allemaal bijgeschreven. Piano, piano. Ik kan er nu ook niet meer tegen als ik een slechte uitvoering hoor.

‘Michael en ik hebben Quator nu zo’n vijftien keer uitgevoerd, met wisselende pianisten en cellisten, en het is helemaal mijn pakkie-an geworden. De viool is goed in hemelse melodieën, en ik heb nu de fysieke en mentale beheersing voor die extreem lange noten. De reactie van het publiek is in elk land hetzelfde. Na afloop zitten de mensen als in trance. Er wordt niet geklapt. Als je dan beweegt en kenbaar maakt dat het voorbij is, volgt een uitbundig applaus, en ‘Bravo!’-geroep. Dan ontlaadt zich de spanning.’

 

Spannungen: Musik im Kraftwerk Heimbach (1999, art.leider Lars Vogt). EMI Classics 7243 5 5703729)

 

Isabelle van Keulen (Mijdrecht, 1966) begon op zesjarige leeftijd met viool spelen. Ze studeerde aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam en aan het Mozarteum in Salzburg. In 1984 won ze het Young Musician of the Year concours in Genève en ging een internationale vioolcarrière van start, waarin ze optrad met vooraanstaande orkesten in Europa en de VS en werkte met dirigenten als Riccardo Chailly, Sir Colin Davis, Valery Gergjev en Marcello Viotti. In 1990 maakte Van Keulen haar solo-debuut op altviool in Italië met het Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Edo de Waart. Van Keulen speelt veel hedendaags repertoire. In 1999 speelde ze de wereldpremière van een nieuw concert van de Nederlandse componist Theo Loevendie met de Staatsphilharmonie Rheinland Pfalz en het Koninklijk Concertgebouworkest, en opende ze het seizoen van het Frankfurt Radio Symfonie Orkest met een nieuw vioolconcert van de Estlandse componist Tuur. Sinds 1997 is ze artistiek directeur van het Delft Chamber Music Festival, een zomerfestival waarin ze optreedt met collega’s als Gidon Kremer, Michael Collins en Vadim Repin. Deze zomer vindt het festival van 1 t/m 10 augustus plaats in het Stedelijk Museum Het Prinsenhof in Delft. Inl. 015-260 26 02 of 020-640 45 55.

 

zoeken

in

Dit doe ik


Correspondent Duitsland Joost van der Vaart over zijn werkzaamheden voor NRC Handelsblad.