Een ruime vocabulaire is niet een eerste vereiste, zet Jelmer Steenhuis uiteen. ,,Het begint met een rekenkundig inzicht. En met de vorm. Het is passen en meten met woorden. Ze moeten passen in diagrammen en elkaar kunnen kruisen. In mijn puzzel in Vrij Nederland maak ik het me nog moeilijker: iedere letter wordt dubbel gebruikt, kruist altijd met een ander woord. Dat erin te krijgen is ontzettend veel geklooi. Ik ben op dat moment maar fragmentarisch met de betekenis van woorden en hun gelaagdheden bezig.''
Toen Steenhuis in '87 begon, bestond zijn materiaal uit een blocnote, een potlood en een gum, met in de boekenkast een rij woordenboeken en andere naslagwerken. Tegenwoordig staat de technologie hem ter zijde, niet alleen bij het opstellen van de diagrammen, maar ook bij het verifiëren van woorden en begrippen. Daarnaast heeft hij in de loop der jaren een databank aangelegd met zo'n twintigduizend woorden en omschrijvingen die hij de afgelopen vijftien jaar voor het Scrypto heeft gebruikt. Toch, zegt Steenhuis, komt het uiteindelijk steeds weer neer op het handwerk van passen en meten met behulp van potlood en gum.
,,Een enkele keer gebruik ik het zelfde woord, met een andere omschrijving'', zegt Steenhuis. ,,Soms ben ik wel eens bang dat ik zo'n beetje alle woorden waar je wat mee kan al eens heb gebruikt. Maar dan vind ik weer zo'n ongerepte associatie. Neem een ongezellig, stijf woord als 'wetsuitlegging'. Een veel te juridisch woord voor een Scrypto, denk ik nog, en dan zie ik opeens die twee strakke kledingstukken naast elkaar liggen, een 'wetsuit' en een 'legging'. Dat zijn de momenten waar het om gaat. En dan kijk ik weer met gerust gemoed vooruit. Want er valt nog veel moois te ontdekken.''
Het begon ooit als een liefhebberij, vertelt Jelmer Steenhuis. We zitten in zijn kantoor aan de Amsterdamse Nes. Een zaal met enkele bureaus waaraan een tweetal medewerkers zit te werken. ,,Het was een soort bibliotheekje spelen. Mijn vader werkte bij het personeelsblad van Mobil Oil. Daarvoor maakte ik als scholier mijn eerste woordpuzzel. Later werden dat cryptogrammen. Dat deed ik voor een fooitje.''
Had het vak taal op de lagere school nog wel zijn voorkeur, op de middelbare school, zegt Steenhuis, veranderde dat. ,,Ik had voor Nederlands een drie op mijn rapport. Ook omdat ik in de clinch lag met de leraar.'' Steenhuis hield zijn bijverdienste tot zijn eindexamen - en nog even toen hij in Groningen rechten ging studeren. ,,Ik kwam in mijn hipste kleren op het hoofdkantoor van Mobil Oil. Zo'n knalrode broek tussen de keurig gesneden pakken, dat contrasteerde wel. Ik zag de man van het personeelsblad ineenschrompelen. Toen was het snel afgelopen.''
Na zijn studie vestigde Steenhuis zich als advocaat. 's Zaterdags vulde hij altijd het - destijds door Henk Scheltes vervaardigde - Scryptogram van NRC Handelsblad in. ,,Hij maakte de beste, had een eigen touch.'' Toen Scheltes in 1987 stierf, ontstond een vacature. ,,Hij had nog een half jaar voorraad liggen'', herinnert Steenhuis zich. ,,Ik heb me aangemeld. Hoewel ik ze altijd oploste, vond ik het bouwen nog altijd leuker. Ik maakte puzzels voor mezelf, met taalassociaties. En ik was puzzels gaan maken voor Plus, een blad voor scholieren. Het was, kortom, weer gaan kriebelen.''
Jelmer Steenhuis stuurde een aantal proefpuzzels naar de krant en bemerkte dat hij niet de enige was. ,,Er waren er een stuk of twintig. Onder meer de acteur Luc Lutz. Ze werden door een commissie beoordeeld, en ten slotte werd ik uitverkoren. Ik zei dat ik het wel één keer in de maand wilde doen. Maar het moest wekelijks.''
Aanvankelijk bleken Scheltes' erfgenamen te hechten aan de naam van de rubriek - immers een samentrekking van het woord cryptogram en de eerste letter van de achternaam van de oorspronkelijke maker. ,,Maar omdat ook mijn naam met een S begint, is het zo gebleven. Er werd een compromis gevonden in die zin dat de puzzel officieel Scrypto ging heten in plaats van Scryptogram.''
Vanaf oktober 1987 combineerde hij het puzzelwerk - veelal in de nachtelijke uren - met zijn advocatenpraktijk. In 1990 verzocht Vrij Nederland hem een wekelijkse puzzel te maken, naar het voorbeeld van die in de New York Times. ,,Hoofdredacteur Joop van Tijn loste die altijd op met Karel van het Reve en Hugo Brandt Corstius. Hij wilde voor zijn blad ook zoiets hebben.''
Ondertussen volvoerde Steenhuis zijn werk op het advocatenkantoor met afnemend enthousiasme. ,,Ik deed huurrecht, faillissementen en auteursrecht, op een middelgroot kantoor. In 1996, '97 besloot ik definitief te kiezen voor het creatieve. Als advocaat krijg je materiaal aangereikt, waarmee je wel een beetje kunt moduleren, maar niet te veel. Want feiten zijn feiten. Er spelen ook altijd veel belangen mee. Bij het bedenken van puzzels ben je veel vrijer, je kunt veel zuiverder creatief zijn. En de druk is minder groot.''
In de advocatuur ontdekte Steenhuis dat (,,zolang je je niet specialiseert in strafzaken'') de paradox geldt: hoe hoger je ster rijst, des te saaier de zaken. ,,Als beginneling kreeg je voogdijzaken, moest je mensen uit de bak zien te houden. Heel enerverend. Later ging het alleen over geld. Dan ben je een boekhoudkundige post, en wordt de uitdaging minder groot. Een zaak die de krant haalt, dat komt in de praktijk zelden voor. De advocatuur veranderde ook. Het accent kwam te liggen op het ondernemerschap en het organiseren van je kantoor.''
De 'maatschappelijke relevantie' die eigen is aan de advocatuur mist hij nog het meest. ,,Dat vind ik niet in mijn huidige werk. Je kan zeggen: al dat gedoe op de vierkante millimeter... waar gaan die puzzels eigenlijk om? 't Is allemaal lichtgewicht. Maar het voordeel is: je bereikt er veel mensen mee, maakt er meer mensen gelukkig mee. In de advocatuur ben je ingehuurd om het de ander zuur te maken. Bij puzzels haal je óók wel de haat van mensen op je hals, maar dan wel uit naam van de schoonheid en omwille van de uitdaging iets op te lossen.''
Ter gelegenheid van de eeuwwisseling werkte Steenhuis enkele maanden aan een 'onkraakbaar Scryptogram'. ,,Ik heb het veel te mooi, te gelaagd willen maken'', zegt hij. ,,Met als straf dat ik drieduizend oplossingen kreeg, in plaats van de gebruikelijke duizend. Dat kwam ook door de publiciteit. Nu werden mensen uitgedaagd om 'm toch te kraken en in te sturen.''
Met internet heeft Steenhuis er de afgelopen jaren een geduchte categorie oplossers bij gekregen. Op Jaspers' Cryptogrammensite (http://www.jasperscryptogrammensite.com/) wordt Steenhuis' Scryptogram wekelijks ingescand, waarna de deelnemers elkaar via de chatlijn de juiste woorden doorgeven. Illegaal, constateert de jurist, maar hij laat de hobbyisten liever ongemoeid. Zo ontwaakt elke zaterdag een ware Scrypto-community. Steenhuis: ,,Het is hetzelfde als wat je vroeger in het café deed, of per telefoon of fax. Overal had je circuitjes. Internet is nu één groot circuit geworden.''
Ondertussen is Steenhuis bezig zijn activiteiten uit te breiden. Hij werkt aan een bordspel, waarvan de dummy aan de wand van zijn kantoor prijkt. En hij ontwierp verschillende puzzel-formats die hij televisiezenders wil aanbieden. ,,Ik vind het mooi om een systeem te ontwikkelen dat in zichzelf een eigen waarheid heeft. Zodat het altijd weer klopt.''
Steenhuis vervolgt beschouwelijk: ,,Ik heb het gevoel dat de kern van het leven creativiteit is. Ik vervul een functie door creativiteit de wereld in te slingeren, onverwachte verbanden te bedenken. Associaties komen op in je hoofd, dubbele betekenissen en tournures dienen zich aan. Ik vind het een eer als ik die kan doorgeven. Ik voel me een boodschapper.''
De eerste jaren van zijn bestaan als puzzelmaker was Steenhuis voortdurend aan het goochelen met woorden, bijvoorbeeld in het openbaar vervoer of tijdens huishoudelijke werkzaamheden. ,,Tegenwoordig kan ik het beter scheiden'', zegt hij. ,,Omdat ik het vroeger erbij deed, liep het door mijn vrijtijdsbesteding heen. Als ik vroeger een woord hoorde of las, ging ik er meteen mee aan de slag. Ik had altijd een notitieboekje bij de hand, waarin ik hele lijsten maakte.''
Nu heeft Steenhuis drie medewerkers, met wie hij puzzels samenstelt en, sinds de zomer van 2001, het halfjaarlijkse tijdschrift Quizzle maakt. Daarin staan, naast Scrypto's, allerlei soorten puzzels, ook hele nieuwe vormen, alsmede een zoekplaat en columns. Het door Keesing/Denksport uitgegeven blad verschijnt een aantal keer per jaar en is verkrijgbaar in de boekhandel.
Steenhuis wijst op het verslavende karakter van zijn werk, dat ook oprijst uit de brieven van zijn vaste 'klanten'. ,,Er is wel eens een puzzel uitgevallen doordat het Zaterdags Bijvoegsel een themanummer had. Dat leverde me veel brieven op, van mensen die verzuchtten dat ze geen week zonder hun drug konden. Annie M.G. Schmidt was zo iemand, die nam er een aantal mee in haar graf.''
Zijn puzzel voor Vrij Nederland is inmiddels ook een 'klassieker', maar misschien minder arbeidsintensief voor de puzzelaars. ,,Je hoeft hem niet echt te 'kraken', zoals het scryptogram.'' Daar staat tegenover dat in die puzzel meer de actualiteit wordt verwerkt en dat de oplosser een behoorlijke culturele bagage moet hebben. ,,Het scryptogram moet ook kunnen worden opgelost door mensen die de krant niet lezen.''
Zijn grote tegenstrevers waren jarenlang Jan Meulendijks en Bart Schuil, die een puzzel voor de Volkskrant maakten. Daarnaast tekende dit tweetal voor een groot aantal puzzel-gebaseerde tv-programma's (o.a. Babbelonië, Herexamen). Tot ze hun puzzels aan Sanoma (voorheen VNU) en hun programmaformules aan Van den Ende (later Endemol) verkochten. ,,Ik heb wel eens met Jan Meulendijks gediscussieerd'', zegt Steenhuis, ,,in Met het oog op morgen.'' Zijn puzzels waren altijd vierkant en symmetrisch, hij gebruikte ook anagrammen. Bij mij hebben niet het diagram maar de woorden de prioriteit. Het hoeft voor mij niet symmetrisch te zijn, of toevallig in een vierkant te passen. Als het woord maar een Aha-erlebnis oplevert.''
Steenhuis hoopt te ontsnappen aan wat hij in de Volkskrant-puzzel zag gebeuren: dat de ervaren lezer de gedachtegang, de structuur van de makers zodanig doorzag dat oplossing steeds gemakkelijker werd. Aan de andere kant heeft hij te maken met de 'conservatieve inborst' van veel oplossers, die een zekere herkenbaarheid wel op prijs stellen. ,,Je moet niet te freaky worden. Niet alleen rekening houden met de kopgroep, maar ook met mensen die nog moeten worden ingewijd in meer traditionele oplossingen.''
Hij moet daarbij, aangezien dertigers en veertigers het doorgaans te druk hebben, een spagaat maken tussen de twee voornaamste groepen oplossers: studenten en ouderen. Tot nu toe slaagt hij daar, gezien de aanhoudende populariteit van het Scryptogram, goed in. Alarmerend wordt het voor Steenhuis pas als hij zich betrapt op routine, en voor hem 'de frisheid eraf' is.
Een probleem vormt bij het scryptogram de verwerking van eigentijdse namen en begrippen, zeker gezien de vaak gevorderde leeftijd van een belangrijke lezersgroep. ,,Mag je bijvoorbeeld gepensioneerden met popmuziek opzadelen? The Beatles kan wel, maar niet The Velvet Underground. Ik had een keer Tom Cruise in een opgave verwerkt. Kreeg ik brieven met de vraag: 'Wie is dat?' Eddy Murphy of Whitney Houston kennen de oudere lezers ook niet. Aan de andere kant: het woord 'moetje' is onder jongeren weer onbekend.''
De vraag is ook in hoeverre scabreuze woorden worden geapprecieerd. ,,Zolang het voor onze schoonmoeders door de beugel gaat'', definieert Steenhuis zijn criterium. ,,Zodra het een beetje pikant wordt, krijg ik commentaar van lezers. Het mag ook niet kwetsend voor bepaalde groepen zijn. Ik had een keer als opgave 'Verstandelijke gehandicapten mishandelen' voor 'Een gek figuur slaan'. Dat mocht niet; ik dreef de spot met zielige mensen.''
Ook op de omschrijving 'Verschrikkelijke plek om de aandacht erbij te houden' voor het woord 'Concentratiekamp' ontving Steenhuis 'een sloot brieven'.
De gelovigen onder de lezers hebben weer hun eigen gevoeligheden. 'INRI' voor 'Die koningstitel werd pas bij het overlijden toegekend', werd niet op prijs gesteld. Evenmin als 'Eerste draagmoeder' voor 'Maria'.

AEX: 338,65 


