Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

WTF

“Gedichten zijn een soort sms’jes”, zei Carol Ann Dufy, de Engelse Poet Laureate. Ja, paardenkarren zijn een soort auto’s. Kralen zijn een soort dollars. ‘t Is wonderlijk wat mensen allemaal verzinnen om bij de tijd te lijken. Met ‘tijd’ bedoelen ze dan de behapbare ruimte tussen gisteren en morgen. Wat zijn gedichten allemaal niet geweest? Postduiven, banieren, dolkstoten, telegrammen, papieren vliegtuigjes. Morgen staat Carol Ann Dufy op en zie, er bestaan geen sms’jes meer. Carol Ann Dufy moet opnieuw iets pakkends voor de jeugd verzinnen. ‘t Is hard werken voor een Poet Laureate.

En het is heus wel aandoenlijk van haar. Dat aanprijzen van poëzie is een verslavende bezigheid. Zaaiers gaan uit om te zaaien. Het veld is dor en onmetelijk dor. Wie nog hersenen heeft of een vingerhoedje talent móet in de gigantische stupiditeitsmarkt en toonloze massa’s wel een goudmijn zien. De domheid en de tekortkomingen van de mens vormen de basis van alle evangelisten en miljardairs. Dichters, pik uw graantje mee.

Ik ben ook wel eens voor de verleiding bezweken. Toen de computer doorbrak beschikte iedereen ineens weer over een toetsenbord. Wat toch betekende dat je het alfabet moest kennen om bij de tijd te blijven. ‘Toetsenborden zijn een soort alfabetiseringsprogramma’s.’ Inmiddels zijn er touchscreens met beeldsteno die de analfabeten niet langer discrimineren. Het toetsenbord is aan het verdwijnen naar de verdomhoek. ‘Fake emails often contain misspellings and grammatical errors,’ waarschuwde PayPal me gisteren, nog geheel in de sfeer van de oude wereld waarin laagopgeleiden ontmaskerd konden worden. Die wereld implodeert nu. Alleen glazenbolkijkers in jurken van sterrenstof kunnen voorspellen waar de teloorgang van gemeenschappelijke taalregels toe zal leiden.

‘t Handige van domheid is dat dommen zichzelf niet dom vinden, en dat je de ezels dus alle kanten op kunt sturen. Nu ja, rechtsaf of linksaf, het moet niet te ingewikkeld worden. Om terug te keren naar Carol Ann Dufy – zelfs het smalle pad van de poëzie maakt een kans.

“Gedichten zijn een soort sms’jes.” En die arme romans dan? Die hulpbehoevende essays dan? Niet voordringen, he! Propaganda voor poëzie die poëzie niet ziet als deel van een bredere beschaving is misleiding. Wat Carol Ann Dufy met haar sms’jes propageert is niet de poëzie, maar de zelfwerkzaamheid. Al sms’ende ben je al een halve dichter, dus ontwikkel die toverkrachten in je!

Zelfwerkzaamheid in de poëzie is een gruwel en dient hevig onderdrukt te worden.
Dat gedichten een soort sms’jes zouden zijn valt als bemoedigingspraatje voor scholieren nog wel te begrijpen, maar erger is het dat Carol Ann Dufy de zaak omdraait – een sms’je is al een soort van kant-en-klaar gedicht. Want wat is een gedicht? Volgens The Guardian ziet ze een gedicht als ‘een manier om meer te zeggen met minder woorden.’ Als een manier om ‘gevoelens en ideeën in zeer compacte vorm samen te vatten’. Een gedicht is, net als een sms’je, ‘de originele tekst’. Ze wil duidelijk het modewoord authentiek vermijden. Maar modieus blijft het. De jongen die ‘boe’ roept naar een oud vrouwtje op straat, de verklede Indiaan die ‘ugge ugge’ doet op feestjes, de vijand die je een ‘val dood’ toewenst, allemaal dichters in de dop. Allemaal mensen die hun gevoelens en ideeën in zeer compacte vorm samenvatten.

WTF, het complete werk van Shakespeare in drie letters.

Omdat ik al bloemlezende in het verleden een soort bloemleeskriebel heb ontwikkeld, een onaangename, hardnekkige huidziekte, zou ik wel eens een bloemlezing willen zien uit al die kletspraatjes die opborrelen uit de hals van wereldverbeteraars en frikken die denken bij de tijd te blijven door een hype te verbinden aan hun al of niet verstofte professie. Het zal een dikke bloemlezing worden.

De aandrang om appels met peren te vergelijken bewijst alleen dat ze niet goed raad weten met de nieuwe wereld. De wolk is op zoek naar eigen wetten.

Geplaatst in:
Lees meer over:
Carol Ann Dufy

9 reacties op 'WTF'

peter van der sloot

“Lof der zotheid” was helaas als titel al in gebruik maar anders had U deze zeker in bezit genomen, Meneer Komrij!
En nu ook nog even Shakespeare misbruiken om Uw intelligentie op het schild te hijsen? Hulde.

Pieter Keesen

Mevrouw Dufy (belachelijke naam trouwens) slaat de plank mis. Maar mijnheer Komrij slaat ook niet de spijker op zijn kop.
Natuurlijk is een SMS geen poëzie, een normaal alledaags berichtje heeft niets van doen met literatuur of spitsvromigheid. Een boodschappenlijstje is ook nooit verheven tot kunst. Of het moet uit de koker van mijnheer Duchamp komen, of al dan niet in een museum liggen, in een glazen vitrine, omdat het lijstje historische waarden heeft, omdat het een verhaal verteld.
Nu worden er vandaag de dag heel veel SMS’s verstuurd, vluchtige berichten die vervliegen, in heel veel verschillende vormen. En vorm onderscheidt poëzie van proza, daar heedt Mevrouw Dufy een punt.
Daarnaast, oude mensen vinden jonge mensen altijd dom en achterlijk. Het gekrakeel van de jeugd heeft ook niet de waardigheid van een bezonnen gesprek tussen twee arrivés.
Dan het volgende mijnheer Komrij. Inderdaad, de kunst van het schrijven verdwijnt, in de nabije toekomst is een toetsenbord zelfs niet meer noodzakelijk. U praat tegen een computer, en de computer spelt en typt de tekst. Misschien dat geschreven teksten dan weer meer lyrische en ritmisch worden. Wat echter wel verdwijnt, is de Nederlandse taal mijnheer Komrij.

Jaap van der Does

Bedankt voor deze fraaie, uit de hand gelopen Tweet!

Maarten Altena

Ik heb maar een gepaste reactie op de Shakespear grap, geheel in Dufiaanse poëtische stijl: rofl!

Anton Gronloh

Het komt wel erg dichtbij W.F. Hermans.

Kees de Jongen

“‘t Handige van domheid is dat dommen zichzelf niet dom vinden.”

Een waarheid als een koe die al meer dan 2000 jaar geleden door Sokrates werd verkondigd. Dat werd hem, bij Zeus (nu: WTF) niet bepaald in dank afgenomen, overigens.
http://keessiedeg.wordpress.com/

Paul van Gool

Meneer Komrij,
Nadat u zo’n 20 jaar geleden in een nrc column alle Duitsers ervan beschuldigde een zeker gehalte aan fascisme in zich te dragen (in tegenstelling tot alle andere volkeren op de wereld), ben ik opgehouden u serieus te te nemen en uw werk te lezen. Ik las na 20 jaar voor het eerst weer eens deze column en mijn oordeel: nee, het is nog steeds niets. Ik zal over 20 jaar weer eens checken.

Ernst van Damme

Domheid is een relatief begrip. Het zal u verbazen hoeveel ‘domme’ mensen een uitstekende bijdrage aan hun samenleving leveren. Als ‘de dommen’ uberhaupt de moed verzamelen om iets aan de flexibele houtpulp dan wel aan het digitale netwerk toevertrouwen is de inhoud van hun verhaal belangwekkender dan de stijl of een spelfoutje hier en daar. Ik beken, het zal geen poezie zijn, maar dat hoeft ook helemaal niet. We willen nu eenmaal niet allemaal een Gerrit Komrij zijn.

Het kan toch niet zo zijn dat ‘de stijl’ is waardoor u taalpuristen zich laat afschrikken in uw contact met deze ‘inferieure taalverkrachters’.

De teloorgang van gemeenschappelijke taalregels is slechts een natuurlijk proces in een voortdurend evaluerend taallandschap.Waaruit enerzijds woorden en regels verdwijnen en anderzijds er nieuwe taalbegrippen en bewoordingen ontstaan. Taal is nu eenmaal geen statisch geheel.

Als de zogeheten ‘dommen’ van zichzelf niet kunnen constateren dat ze dom zijn, wil ik hierbij toch de stelling poneren dat onze zogenoemde poetische inteligentia zichzelf in dit opzicht misschien wel eens danig zou kunnen overschatten. Misschien wel zonder dat zij dit doorhebben. En wie is er hier dan dom?

Even een sms-je schrijven nu! “Beste mam. Kom aanstonds weder naar de krib. Met ontluikende verwachting en hoopvol uitziend naar uw verpletterende en smaakvolle dis, zal ik met vliegende vaart mijn aanstotende opwachting maken”.

Je zwakhoofdige zoon.

Marius Geertsema

Kennelijk is onze tijd zo dom dat de dichter niet meer aan het dichten toekomt maar het belang en de rol van de dichter steeds opnieuw moet uitleggen. De bovenstaande reacties bevestigen dit. De dichter moet zelf functionaris worden van het dichtbedrijf. Naar waarheid kan hij dit niet zijn en begeeft hij zich in het domein van waaruit het verschil voortkomt. De dichter ziet en dicht verschillen, dit betekent ook het verschil dat hij ervaart in dat wat hoger en lager is, dom en niet dom. In de explosie van het dichterlijke onweer heerst een vernietigend onderscheid dat uiteindelijk zijn ondergang vindt in de daaraan gespiegelde implosie van betekenissen in het verstand van de massa. Waar begeeft uw horen van de dichter zich?