Ja, zo zijn de parasieten

De regering waakt…De regering waakt…

Zelden, hoogst zelden, vind ik woordgrapjes leuk. Dat ze het staatssecretarisje van cultuur Halbe Zijlstra de laatste tijd Halve Zoolstra noemen vind ik leuk. Halve Zoolstra heeft, in opdracht van de PVV en de receptietijgers van de VVD, de bijl gelegd aan de laatste wortels van wat nog Nederlandse cultuur heet. De eerste wortels zijn er de afgelopen decennia door de PvdA afgehakt, het betere voorbereidende werk. Een van de kleinere, o zo olijke besparinkjes die Halve Zoolstra nu uitvoert geldt de literaire tijdschriften.

Als ik de woorden ‘literaire tijdschriften’ hoor haal ik mijn wenkbrauwen op, zonder dat ik maar één seconde het triomfantelijke erop loshakken van deze politieke half-aap wens bij te vallen.
Literaire tijdschriften, bestaan die dan nog?

Ik moet de argeloze lezer op dit blog kort uitleggen wat een literair tijdschrift ongeveer was. Ik ga er, misschien iets te enthousiast, vanuit dat het begrip ‘literatuur’ nog enigszins bekend is. Een literair tijdschrift, lezer, was een regelmatig, maar meestal onregelmatig verschijnende kruising tussen een vouwblad en een boek, waarin lezers die het lezen niet konden laten alvast kennis konden nemen van wat er op literair gebied stond te gebeuren, terwijl ze intussen geprikkeld werden met een mengelwerk van boze geluiden, lyriek en teksten waaraan vaak meer drift dan bezinning te pas kwam. In tijdschriften, daar gebeurde het. Daar kregen de polemicus, het aanstormende genie en de zwoeger die een langere rijping nodig had alle kansen. Als de gewichtige zwoegers onze aanstormende genieën in de weg zaten begonnen de aanstormende genieën gewoon een eigen tijdschrift.

Je had literaire tijdschriften die al een eeuw bestonden, je had literaire tijdschriften die meteen na het eerste nummer al bezweken. Het literaire tijdschrift was de keuken, de kansel en het exercitielokaal van de literatuur. Als literaire tijdschriften zo belangrijk waren, waarom heb ik er dan nooit van gehoord? Goede vraag, lieve lezer. U hebt nooit van literaire tijdschriften gehoord omdat ze al een tijdlang niet meer bestaan. Literaire tijdschriften zijn morsdood.

Nu de literatuur nog, hoor ik Halve Zoolstra sissen. Het gecastreerde haantje Rutte staat er bij en lacht. De biertappende hormoonophoping Opstelten staat er bij en schuddebuikt. De witte poederwolk Wilders staat er bij en snuift van genot. Verhagen valt nergens te bekennen, want hij kronkelt ergens daar beneden, tussen de palingen in de snotemmer.

Heren, houdt u alstublieft uw rotcenten bij u! Koop er vakantievilla’s, glimmende auto’s en kamermeisjes van, of slik ze vers van de geldpers door! Ik wens u alle geluk met uw geld, dat niet eens uw geld is, maar onder valse voorwendselen afgetroggeld van de bevolking. Bombardeer er met uw handen op de rug verre landen mee, geef het desnoods cadeau aan uw bankierende vriendjes. Maar val ons niet lastig met uw gore praatjes over kunst en cultuur, over vrijheid van meningsuiting en beschaving. Blijf met uw bloedvingers, uw graaiblikken, uw verzeepte en verzande hersenen, uw armzalige pogingen tot enige schijn van herseninspanning af van onze cultuur. U mag uw rotcenten houden, heren, graag zelfs, die centen zijn ons probleem niet, uw half-apendom is het probleem – verlos ons van uw minachtende, denigrerende praatjes over kunst.

Haal die grijns van uw gezicht, anders doet een ander het binnenkort voor u.

Terug naar het literaire tijdschrift. De rol en de taak die ik beschreef dateren van jaren her. Wat u hier leest, lezer, las u vroeger in een literair tijdschrift. Onze papieren tijdschriften zijn niet zomaar verdwenen. Er waren doorslaggevende hindernissen. De distributie, de beperkte oplage, de exclusiviteit en dat het soms maanden duurde voordat je woede-uitbarsting in de boekhandel lag, om er een paar te noemen. Al die knelpunten zijn door internet opgelost.

Er vindt as we speak een discussie plaats over de toekomst van het literaire tijdschrift op papier. Hier en daar kwijnen namelijk nog wat papieren kasbloempjes weg. Achterhaalde vragen duiken in die discussie op als: moet het literaire tijdschrift niet herleven? Verdient het literaire tijdschrift geen mond-op-mondbeademing? In het kader van de culturele kaalslag misschien begrijpelijke vragen, maar het blijft toch zoiets als over doodkisten discussiëren in een crematorium. ‘t Is definitief te laat. Het enige bijzondere aan de discussie is dat ze plaats heeft op internet. Lees de posts en comments maar na op De Contrabas, het enige ware zenuwcentrum voor uw literatuur op internet.

Soms, als het niet over geld gaat, maar over iets zinnigs, komen in die discussie zelfs vragen naar boven als: wat kan een literair tijdschrift wat internet niet kan? De antwoorden blijven uit.

Voor iemand me nu de tempel uitjaagt omdat ik weer eens niet weet waarover ik praat: ik heb de opkomst en ondergang van het literaire tijdschrift op de huid meegemaakt. Ik debuteerde op de klassieke, trage en, naar men zei, meest strategische manier in een literair tijdschrift, ik ben om en nabij een kwarteeuw redacteur geweest van een literair tijdschrift en ik heb, nog in dit millennium, een literair tijdschrift opgericht. Zo, dat is eruit.

Enkele kanttekeningen zijn me daarom misschien geoorloofd. Alles, ik herhaal het, met de diepste wens dat het in elke uithoek van Nederland literaire tijdschriften zal gaan regenen en dat de voltallige regering genadeloos zal kapseizen, maar tevens glunderend van plezier dat ik dit op internet kan doen.

Literaire tijdschriften zijn na de tweede wereldoorlog nooit meer dan de aanhangwagens van de uitgevers geweest. De uitgever had het laatste woord. De uitgever kon een tijdschrift de nek omdraaien, wat bijvoorbeeld Ronald Dietz radicaal en onaangekondigd deed met Maatstaf, waarvan ik redacteur was.

Literaire tijdschriften gingen nooit tegen het belang van een uitgeverij in. Veel blabla over onafhankelijkheid bij de redacties, maar zo zat het gewoon. Dat was de realiteit. De Gids hoorde bij Meulenhoff, Tirade bij Van Oorschot, Maatstaf bij Bert Bakker. Omdat De Arbeiderspers als literaire laatkomer nog geen tijdschrift had nam het Maatstaf van Bert Bakker over. Een literair tijdschrift was in die periode iets van een must. De Bezige Bij experimenteerde met het ene tijdschrift na het andere, allemaal Bij-wagens van de uitgeverij (sorry voor het rottige woordgrapje).

Voor de uitgeverij betekende het literaire tijdschrift in die Verschrikkelijke Internetloze Jaren dat ze auteurs konden binnenkruien, over een overloop beschikten voor onrijpe auteurs, nog onrijper auteurs een tijdje konden zoethouden en arme debutanten aan een bijbaantje als redacteur konden helpen.

Naast de paar literaire tijdschriften, die het indrukwekkend klinkende predicaat ‘gezaghebbend’ meekregen, bestonden er allerlei kleinere initiatieven, zowel landelijk als lokaal. ’t Kon zijn dat zich daarin een nieuwe beweging aandiende, ’t kon ook zijn dat de schijterige uitgevers er zich niet de vingers aan wilden branden, maar in negenennegentig op de honderd gevallen waren het reservaten van rancuneuze typetjes. Arrogante mini-bolwerkjes van kleine talenten die elkaar en zichzelf geweldig vonden.

In de jaren tachtig viel het charmante uitgeversbedrog dat literair tijdschrift heette niet langer vol te houden. De identiteit van de uitgeverijen verwaterde, de productietijden werden langer zodat het aantal actuele bijdragen afnam en de zogeheten voorpublicaties in tal en last groeiden, en de culturele supplementen van NRC Handelsblad en, in het kielzog daarvan, De Volkskrant hadden voor een deel de rol van de tijdschriften overgenomen. In de krantenbijlagen kon je wél actueel reageren, ze plaatsten er ook gedichten en langere essays en ze betaalden soms aanzienlijk beter.

De discussies in de literaire tijdschriften en de Oorlog der Stromingen aldaar raakten meer en meer op de achtergrond. De redacties (ingeblazen door de uitgevers) begonnen steeds vaker themanummers te maken. Zoiets verdoezelde de lange productietijd, de nummers kregen iets ‘blijvends’, bewaarnummers weetjewel, maar het waren eigenlijk verkapte boeken. Een achterhoedegevecht.

(Het kan niet anders of internet is nu weer bezig de aard en de betekenis van de culturele supplementen te veranderen. De zoon die de vader opat wordt opgesmikkeld door de kleinzoon. Ik volg het met argusogen.)

Ik wist dat literaire tijdschriften hun beste tijd hadden gehad toen ik probeerde het tijdschrift dat Awater zou heten van de grond te krijgen. Ik wilde per se geen regeringsgeld, geen fondsgeld, geen ziekenfondsgeld om dat tijdschrift op te starten. Er kon, zo dacht ik, een basis worden gevonden in een koppeling met de Poëzieclub: de redactie kon op zo’n manier zelfstandig blijven en clubleden hebben graag een fysiek cadeautje dat bindt. Maar een gegarandeerde oplage was er. Als ik aan de twee jaar denk van vernederend bedelen bij bedrijfsleven en particulieren zie ik met vrees de toekomst tegemoet van het ‘particulier initiatief’, zoals voorgesteld door de gebraden haantjes van de regering. De heren van de VSB-bank zaten in hun dure designstoelen, luisterden beleefd en staken even deftig hun kop in het zand. Bij andere bedrijven was het beschikbare sponsorbedrag op weg naar het goeie doel overleden aan de derderangsschrijvers die in de toewijzingscommissie zaten. Dezelfde derderangsschrijvers die je in de commissies en adviesraden van de regering tegenkwam.

Wat had ik voor het blaadje nodig? Niet meer dan het bedrag dat één VVD-receptie van één departement op één vrijdagmiddag kost. En de heren lopen, zoals we weten, receptie in en receptie uit, intussen hun binnenzakken bevoorradend voor het weekend op de bank thuis. Het is werkelijk een wonder dat het tijdschrift er toch nog is gekomen. Het kent nog altijd de meeste abonnees van alle tijdschriften. Wat overigens niet moeilijk is, als je naar de andere tijdschriften kijkt.

Ik wil hier niet uitweiden over de tegenwerking, verdachtmakingen en regelrechte sabotage die ik in die bedeljaren heb ondervonden van dezelfde lui uit de literaire wereld die me nu vragen solidair te zijn.

Op internet kan het literaire tijdschrift weer bloeien als nooit tevoren. Ik ben dol op papier, maar papieren tijdschriften zijn een sta-in-de-weg. Een complete De Gids? Vierentwintig meter. Een complete Maatstaf? Vijf meter. Alle jaargangen van Tirade? Idem dito. De antiquariaten bieden ze aan voor oud-papierprijzen. De bibliotheken verpulpen ze.

Misschien moet er één literair tijdschriftje blijven bestaan, om te koesteren en om te zien wat de spartelende oogappel voortbrengt. Dat mag voor mij Hollands Maandblad zijn. Niet alleen omdat ik erin debuteerde, maar ook omdat het intelligent, open en vrij van sektarische en ideologische belangetjes wordt geleid. En altijd blijft het literaire tijdschrift zinvol van een paar nieuwkomers die de literatuur omverschoppen en de zelfbenoemde licentiehouders doodverklaren. Maar zo’n tijdschrift heeft geen subsidie nodig. Zo’n tijdschrift wil niet eens subsidie.

Het literaire tijdschrift is een luis, een vlo. Een kabouter trapt die met gemak dood. Maar onze regeringskabouters rukken aan de woning die dat soort luizen herbergt. In die woning schuilen de dichters, de violisten, de filosofen, de Hamlets. Het zwaarst gesubsidieerde en in de watten gelegde deel van onze maatschappij, de politici, doen wat parasieten per definitie doen: hun eigen woning aantasten en opvreten.

Regeren betekent niet dat de analfabeten de getalenteerden de wacht aanzeggen. Nu is dat zo.

53 reacties op 'Ja, zo zijn de parasieten'

Careca

Halve Zoolstra, I admit your general rule, That every poet is a fool: But you yourself may serve to show it, That not every fool is a poet.

Lennert Ras

fantastisch stuk! chapeau

Esther Wils

Een grote groep schrijvers, dichters, wetenschappers en journalisten is het faliekant oneens met meneer Komrij, zie http://www.literairtijdschrift-degids.nl/?cat=22.

Rianne Kofman

Mogen velen de betekenisvolle inhoud van dit stuk lezen… RESPECT!

Henk van Dam

U bent een kletsmajoor van jewelste. De teloorgang der literaire bladen komt o.a. door het gebrek aan leeszin bij de jeugd. Als ik mijn generatie (60 plus ) vergelijk met de jeugd van nu dan weet de jeugd van nu amper hoe een boek er van binnen uitziet. Beste gerrit vraag eens aan een boekhandel hoe het gaat met de branche! Antwoord: bar en bar slecht. Het einde van het goed boek is nabij door de digitale beeld- spelletjescultuur die blijkbaar door de jeugd leuker wordt gevonden dan rustig als een oude heer een boek lezen! De echte literatuurfanaten sterven uit en er komt geen aanwas bij: voiâ het probleem!

w. M. Pieters

Helemaal geweldig, dank U wel meneer Komrij!

corinne romijn

U bent geniaal!! heb dit met enorm veel plezier gelezen. Ik heb ooit de eer gehad om u persoonlijk te ontmoeten tijdens een poezie-festival in de schouwburg van maastricht. daar vond ik u ook al zo goed, heerlijk!!! p.s. sorry voor het ontbreken van de puntjes op het woord poezie waardoor het poezie wordt, mijn griekse vriend is nl. niet in staat om mij uit te leggen welke knoppen ik moet bedienen om een trema te toveren.

Wolfgang Aussig

Zelden zo’n duidelijk treffend en prachtig vilein verwoordde “cri de coeur” mogen smaken.
Wir sind auf dem Holzweg! ………, aber, aber
“Kleiner Mann, was nun?”, om maar iemand te citeren.

Wolfgang Ausig
Bewonderaar van Nederlandse literatuur.

Reinaert de Vos

Voor 10 euro per maand heb je al een site, een distributiekanaal, en met een beetje creativiteit kun je dan ook ook gedichten en verhalen schrijven die niet lineair geordend zijn, met hyperlinks. Subsidie niet nodig. De getalenteerden kunnen hun talenten gebruiken om de kabouters de weg te wijen. Gratis en voor niks.

W Braamhaar

Sorry het verhaal niet uitgelezen.

Tijdschriften zijn niet of slecht nazoekbaar. Op Internet vind je alles direct terug; publiceer je vermeende literaire eieren maar op Internet, en als je toch een tijdschrift wil, dan niet op kosten van de gemeenschap die daar klaarblijkelijk in getrapte vertegenwoordiging in meerderheid tegen is.

Echt socialistisch, om over anderen te beslissen hoe hun verdiende geld besteed dient te worden.

Adeline van Lier

ik ben en blijf uw fan

paul van esch

De laatste alinea -over het parasiterende deel van de bevolking- zou zelfs nog verder uitgebouwd kunnen worden, tot romanvorm. Op de man spelen moet. Als politiek bedrijven zo’n cynische bezigheid geworden is als nu, dan maar met naam en toenaam de geschiedenis in. En daar is zeker een particuliere bijdrage voor te vinden.

T.G. van Sas

@Henk van Dam, onder jongeren zijn er nog zat lezers, maar die hebben de voorkeur voor genre-fictie. In mijn herinnering gingen de verplichte leeslijstboeken zo’n beetje allemaal over bizarre (seksuele) relaties in een quasi-intellectueel geschreven stijl. (Het kan zijn dat ik toevallig alleen maar Mulisch adepten heb gekozen.)

De meest succesvolle fictie-boeken van de afgelopen jaren waren detective, fantasy of andere genre-fictie. Wellicht ligt het probleem niet bij het leesgedrag van jeugd en jongeren, maar bij andere zaken zoals het downloaden van Pdf bestanden, verbeterde kennis van buitenlandse talen (met name engels) of dat er gewoon weinig interesse is in het zelfingenomen literaire gebeuren.

Arthur de Jonge

Prachtig stuk, een verademing.

Diederik Lugt

Boosheid blijkt ook nu weer een uitstekende inspirator! Hier lust ik wel pap van. Ga zo door aub! Ik heb genoten van een paar van uw formuleringen en dan dat einde…..te mooi hahahahahahahaha :-)

Leo Rademakers

ad Henk van Dam (#5): “het ligt aan de jeugd”… Da’s een leuke. Wie heeft die jeugd opgevoed, zodat ze niet meer weten hoe een boek er van binnen uitziet? De volwassenen van dit moment en hun ouders. Mensen zoals Henk van Dam, die rustig als een oude heer een boek leest, maar vergeet om die liefde voor lezen aan zijn kinderen en kleinkinderen over te brengen. En maar mopperen op ‘de jeugd van tegenwoordig’ vanuit zijn leunstoel. Bah! Doe er iets aan!

Leo Rademakers

(Excuses voor de rare tekens in mijn vorige bijdrage; de NRC-site kan niks met alt-tekens blijkbaar. Hierbij opnieuw)
ad Henk van Dam (#5): –het ligt aan de jeugd–. Dat is een leuke. Wie heeft die jeugd opgevoed, zodat ze niet meer weten hoe een boek er van binnen uitziet? De volwassenen van dit moment en hun ouders. Mensen zoals Henk van Dam, die rustig als een oude heer een boek leest, maar vergeet om die liefde voor lezen aan zijn kinderen en kleinkinderen over te brengen. En maar mopperen op de jeugd van tegenwoordig vanuit zijn leunstoel. Bah! Doe er iets aan!

ferdi portugal

lang geleden dat ik een stuk las waarbij de grijns niet alleen steeds breder werd, maar ook langer bleef zitten dan meestal. maar niet tot het eind deze keer – toen sloeg de treurigheid toe.
Komrij – ik hou van je. schrijf asjeblieft nog heel lang, en vooral ook zo verrukkelijk vilein.
(de grijns is weer terug nu.)

GJA Visser

Hm…. het huis met de vlooien. Stond dat niet ooit in Portugal? Zo lekker ruim en weids tussen al die arme Portugezen die derhalve zo heerlijk goedkoop konden bedienen :-)?

Rilke heeft nooit in zijn leven één cent zelf verdiend door eigen arbeid maar altijd geleefd via het adellijk mecenaat. Het moderne mecenaat is de staat. En die zet de tering naar de nering, net als de vroegere adel. En een vlo vindt altijd wel een warm plekje waar hij kan zuigen. Dat hebt u ten slotte ook gevonden. Al ligt u natuurlijk wel vaak rusteloos te woelen in een plasje gal of azijn.

Frans de Jong

Geweldig, uw geseling van het kabinet bevredigt me zeer. En inderdaad, in deze tijd is een literair tijdschrift net zo nuttig als de klepperman

Dorian Hiethaar

Waar willen ze heen die domme jongens aan de knoppen door wie zijn ze opgevoed door wie zijn ze omringd met wie hebben ze verkering en wie zijn hun ouders broers en zussen, buren en vrienden? Wie zijn die barbaren aan de knoppen! Waar komen ze vandaan die domme jongens.

Robert van der Tol

Zo doe je dat, met schone en krachtige woorden de waarheid spreken.
Balsem voor de ziel. Dank u wel meneer Komrij.

Hans van Willigenburg

Ik ben, mede door dit stuk, opnieuw veroordeeld mij enthousiast te voegen in de juichende fanbase van de heer Gerrit Komrij, waar ik overigens al jaren toe behoor.

Jan Winter

Briljant stuk.
@ Henk van Dam: De “jeugd van nu” weet wel degelijk hoe een boek er van binnen uitziet. Afgelopen woensdag nog vroeg ik (63 inmiddels) aan mijn eerste klas welk boek ze du moment aan het lezen waren, en ze hadden bijna allemaal een antwoord. En ze wisten ook nog vrij accuraat – de les ging eigenlijk over de waarde van een boek, n.a.v. een boekje van Frits van Oostrom waarin hij vertelt dat de bibliotheek van 11 boeken van zekere kannunik in 1127 bijna twee keer zoveel opbracht als het huis van een andere kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder, en dat geëxtrapoleerd naar de kosten van een middeleeuws boek, en de gevolgen van de uitvinding van de boekdrukkunst, enfin, u volgt mij – wat het boek dat ze aan het lezen waren had gekost. Kortom, die “jeugd van nu”, die is zo slecht nog niet.

U Blaamhaar

Dag W Braamhaar, schrijven is een kunst, maar lezen ook. Waar schrijft U eigenlijk over als U het niet heeft gelezen ?

David van Putten

@W Braamhaar, jaja…die JSF die van ‘mijn’ (de correcte vorm is overigens ONZE) belastingcenten wordt betaald, dat was ook een gele socialistische keuze? Net als het sponsoren van een villa (ook wel de ‘hypotheekrente aftrek’)? Dat is juist de taak van de overheid: het juist uitgeven van onze (dus ja, jouw) belastingcenten. Echt ongelooflijk dit soort drogredenaties.

Casper Rupert

Eindelijk een goed stuk op de NRC-site. Chapeau!

joost tazelaar

de arrogante 60plus , het failliet van het dedain, mijn Wii brengt mij tot grote hoogten, mijn laptop dicht bij vlagen een ooit niet te dichten gat.

G. van Timmeren

U schrijft alsof u hoopt op betere tijden. Die komen niet! Politici verdwijnen niet, elke dag komen er nieuwe bij, en elke dag kramen ze nieuwe onzin uit. Dit is het leven, we zullen ons er door moeten slaan en u helpt mij daarbij.

Jan van Naerdinclant

Wat een gejank weer van de teergevoelige culturele elite. Ga werken, net als al die halfapen waar jullie zo op neerkijken en maak alle kunst en literatuur die je wilt in je vrije tijd. En als het echt goed is, wil deze halfaap het nog wel kopen ook….

Maaike van Rijn

Goh, die meneer Henk van Dam laat hierboven in een paar regels zien waarom ‘Babyboomer’ inmiddels een scheldwoord is. Wat een amechtig gerochel. Vroeger was alles beter, en de nieuwe tijd deugt niet. We weten het meneer van Dam, en wat draagt u zelf daadwerkelijk, in positieve zin, bij aan deze discussie?

Wij worden zo moe van de stuitende domheid van dat soort reacties.

Saskia Moerenhout

Heel heel veel dank. Het helpt om te voelen dat je niet alleen bent in je woede. Ik (violiste) lig wakker van wat er met mijn land gebeurt, van het feit dat getalenteerde, hardwerkende, nuttige burgers door graaiende bankiers als profiteurs worden neergezet, dat zelfs redelijk intelligente mensen daar in trappen en die bezuinigingen toch wel een goed idee vinden. Hoe moet je je verdedigen? In ieder geval hoe dan ook de fakkel brandend houden in de hoop dat er betere tijden komen. Dat de aardappeleters ontdekken wat ze kapot gemaakt hebben, en dat ze er niet eens financieel op vooruit gegaan zijn. Maar daar gaat het ze ook eigenlijk niet om; is het niet veeleer een strijd tussen twee onverenigbare mensentypes? Het zichtbare genoegen op die smoel van Zoolstra doet het vermoeden. Lekker kapot maken! Op dat niveau wordt er geregeerd. Schande over Nederland.

Martijn Benders

En dat terwijl ‘Ook voor Henk en Ingrid is een gedicht te vinden’ de huidige elite zo zou moeten aanspreken.
Is het niet precies *die* misrekening die de oorzaak van alle ellende is?

Naar mijn mening is de analyse dat de literaire bladen dood zijn ook incorrect: die zijn altijd al dood geweest. Het zijn de auteurs zelf die in dit geval vroegtijdig zijn overleden.

jos van Veen

De heuvels van voorheen zijn niet te vergelijken met de bergen van nu.
Toen waren ze nog te beklimmen en nu beklimmen ze jou,of zo..

RC Camphausen

Verbazingwekkend mooi en subtiel beschreven zijn de personages Rutte, Opstelten, Wilders en Verhagen. Heel bijzonder lof wil ik echter uitspreken voor de snotemmer metafoor; simply beautiful!

Barbara Jansma

Het is een paradox, betaald onafhankelijk zijn in je denken, gedoogd kunnen provoceren, zoiets als de hofnar uit vroeger tijden. Het is nooit anders geweest, en niets is ooit echt verloren geraakt, niet echt. Internet is niet vanzelfsprekend, niets is dat. Wel dat mensen altijd nieuwe wegen vinden, en dat frustratie veel kan opleveren.
Lekker geschreven overigens.

Ben Schot

Bravo, Gerrit.

Anno Fekkes

Fantastisch, zeer bemoedigend bijdrage zo vlak voor de komende actiedagen!

jodi martelle den besten

als er nog maar een stem zich laat horen in de naakte ontluisterende waarheid heeft deze nog asem

dank

Pedro Vives Batista

Beste W Braamhaar,
U mag denken en zeggen wat u wilt, maar lees wel een verhaal af
en geef dan pas uw mening. Wij noemen dat respect.
Ik heb het verhaal Wel uitgelezen, en met plezier.

herman hennink monkau

‘Nichts ist verächtliger wenn Literaten,Literaten Literaten nennen’ – Kurt Tucholsky –
Heer Komrij:dank.

Dick Vestdijk

Scherpe analyse, sterke opinie. Hopelijk ontstaat er eerlijk debat.

Kees de Jongen

Natuurlijk heb ik genoten van de Tirade van Gerrit. Toch heeft de rancuneuze actie van dit kabinet (bedoeld om de PVV te behagen) één onbedoeld voordeel: de kunstenaars/kunstuitvoerders moeten uit hun hok. Weg met de drempels, weg met de nep-entourage, laat de kunst zelf maar spreken.
Of in het Engels:
http://keessiedeg.wordpress.com/2011/05/01/keessies-first-live-mozart-opera-experience-in-rotterdam-2008/

Kees de Jongen

Enne … op mijn blog kunt u van maar liefst drie kunstvormen genieten. Gratis! En van mijn vertaling van Plato’s dialoog ‘Gorgias’, waarin opportunisten, volksverlakkers en andere politieke boeven worden ontmaskerd. Nog steeds actueel dus.
http://keessiedeg.wordpress.com/

Jacob Bos

De minachting die uitgesproken wordt door dit kabinet was al duidelijk toen uit monde van de PVV wij (de kiezers) als stemvee werden betiteld. Het lijkt alsof we ons bevinden in een absurdistische B-movie, waar bovenop mij vandaag ter oor kwam dat de VVD zelfs het instituut KNMI wil afschaffen. Nu wil ik de heer Komrij niet betitelen als nar, maar de behoefte aan een nationale nar kan niet groter zijn dan nu.

Simone

Kunst en geld. Ingewikkeld.
Het een gaat over je huis, wat je eet, hoe je reist en hoe je je kleedt.
Het andere toont ons dat er ook andere dimensies in het leven zijn, toont ons de bezieling die ten grondslag ligt aan het leven. En die dimensies kennen en ervaren geeft ons de ruimte creatief te zijn in onze oplossingen en keuzes voor hoe wij wonen, wat wij eten, hoe wij reizen en ons kleden. Deze dimensies kennen -en leven met dit besef- is de immaterieele rijkdom die de leden van deze regering ten enen male ontgaat. Wat ze niet beseffen is dat ze opgegroeid zijn met de immaterieele weelde van de voorgaande generaties, maar dat dat een bron is die ook moet worden gevoed.
In India is een gezegde: “Er zijn twee goden, die van de kennis en die van het geld, aanbid de god van het geld en u zult nooit genoeg hebben, aanbid de god van de kennis en de god van het geld zal u volgen waar u maar gaat.”

Andreas Maria Jacobs

Hulde!!!!!!!!

Andreas Maria Jacobs

Kesselpoet:

http://www.vilt.net/kessello/

Internet uitgever:

http://nictoglobe.com

Arie de Wit

Overleven ten koste van anderen is geen kunst.
Creativiteit en armoe zijn kunst.
Kunstmatige acties leveren geen cent op, domheid en egoisme kosten echter het meest.

Martin de Borst

24 jaar. Snelle auto´s, flitsende vriendinnen en een huis in Toscane. Mijn droom? Nee de harde werkelijkheid van een wielrenner, die hiervoor of zoals hij zelf zegt, hierdoor, doping moest gebruiken.Dat is een cultuuruiting van dit moment. Niet de uitvoering van een muziekstuk, waar de beste uitvoering ter wereld ooit, al 20 jaar geleden op CD op de markt is gekomen.
Dus de ´oude´cultuurwereld moet volgend jaar snel Mart Smeets aan zich binden. Hij weet hoe je cultuur weer in beeld brengt. Misschien komen dan de wagenspelen weer naar mijn dorp.

Truusje van Tol

Het is me als literatuurliefhebber sinds ik mijn eerste woordjes kon lezen, uit het droeve hart gegrepen.

Jean-Paul Close

Inderdaad, zo zijn parasieten. Ik had er zelf ook al een gooi naar gedaan in meer algemene zin door internationaal te bloggen over overheden die parasiet worden van hun eigen maatschappij. http://marktleiderschap.wordpress.com/2011/06/05/governments-that-become-parasite-to-their-own-population/
Boeiend te zien hoe nu de overheid de leeggezogen maatschappij teruggeeft aan zichzelf met de boodschap om via zelfredzaamheid zichzelf maar weer gezond te maken. Die handschoen zou ik zeker aanpakken maar dan wel met de gedachten om de parasiet tegelijkertijd te gaan bannen.

Dirk van de Molen

Tabé literair café, kon Johnny van Doorn (1944-1991) mismoedig schallen, toen hij in de jaren tachtig terugblikte op de Werdegang van het Amsterdamse literair café De Engelbewaarder….

En nu dit weer…..waar moet het toch heen met die Nederlanders?

Rijk Zandstra

Niets zo democratisch als het internet!

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief