Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Video: de slager en de Lakenvelder

Wie in een restaurant of eetcafé een biefstuk bestelt krijgt bijna altijd een buitenlands stukje vlees op het bord, vaak Zuidamerikaans. Eén reden daarvoor is dat het Hollandse runderbestand hoofdzakelijk uit melkkoeien bestaat, waarvan het vlees na een carrière in het zuivel alleen geschikt is voor industriële verwerking en niet voor biefstuk. Niettemin heb ik wel eens perfecte ribeye van een afgemeste melkkoe gegeten, maar die moeite wordt niet op grote schaal gedaan, waarschijnlijk omdat er niet genoeg mee te verdienen is.
Een van de weinige succesvolle Nederlandse vleeskoeien is het MRY-rund, dat zulke enorme kalveren produceert dat ze alleen via de keizersnee ter wereld gebracht kunnen worden.
Een nadeel van grote koeien is dat ze uit grote stukken vlees bestaan. Leuk als je een bistecca fiorentina zoekt, maar een rib eye of entrecôte van zo’n reus raakt uit proportie. Bij de ideale dikte van drie à vier centimeter hangt zo’n biefstuk aan alle kanten over het bord.
Blonde d’Aquitaine klinkt als een ranke francaise, maar dat is ook zo’n koe die van die enorme lappen produceert die bovendien tamelijk mager zijn en dat is voor de hartstochtelijke carnivoor geen aanbeveling.
De Lakenvelder koe waar Marjoleine de Vos vandaag over schrijft in NRC Lux is bescheiden van formaat, heeft vlees met een aangename vetdooradering en ziet er met de karakteristieke witte band om de taille ook nog leuk uit.
De Lakenvelders zijn een klassiek Hollands ras en dankzij een kring van liefhebbers is the Dutch belted cattle terug van heel lang weggeweest. Het zou ‘vlees met een verhaal’ moeten kunnen opleveren, maar je komt het in restaurants of slagerijen nauwelijks tegen. Er is weinig van, maar je hebt er ook iemand bij nodig die in de slagerij of aan tafel het verhaal vertelt en daar zijn we in Nederland nu eenmaal beter in wanneer het om een buitenlands product gaat.
In de video wordt het verhaal verteld door slager Fons Hesseling, die het Lakenvelder vlees aan een selecte groep liefhebbers levert.

Geplaatst in:
Vlees
Lees meer over:
Fons Hesseling
koe
Lakenvelder
rundvlees
slager

4 reacties op 'Video: de slager en de Lakenvelder'

bernard weiss

Twee opmerkingen, sorry… Het is MRIJ, niet MRY. Maas, Rijn en IJssel koeien zijn het, voluit. Dus een lange ij.

En Fons ‘H’esseling, niet Wesseling.

Verder een leuke video.

dirk

dat Maas Rijn IJssel rund (die roodbonten) is een dubbeldoel koe, melk/vleesras dus, er zijn in NL steeds minder pure exemplaren van omdat ingekruist wordt met buitenlandse melkrassen, maar er is recent wel een MRIJ rood vleesras van gefokt. Trouwens, zelfde verhaal voor de zwartbonte, was vroeger ook dubbeldoel. Mijn slager zweert bij de blaarkop, ook een dubbeldoel, waarvan er niet veel meer zijn. NL is beroemder om zijn melkvee. dat daar, eenmaal afgemelkt, ook nog wat sudderlapjes van te snijden zijn, is meegenomen! Daar schijnt nu dan eindelijk enige verandering in te komen (er is ook een stichting,-Natuurboeren-, die vlees van puur oud-hollands vee verkoopt in Deventer en omgeving, bij appie komt dat vleesveevlees nog allemaal uit oa Ierland en Uruguay).

demoslager

Op zich heb ik niks tegen iers vlees. Elk ras,melk,vlees of dubbeldoel heeft vaak wel iets aparts in zich. Kwestie van zoeken,proeven en voelen

dirk

over dubbeldoeldieren nog dit, eigenlijk meer iets voor foodlog.nl misschien: de zaak heeft twee kanten, een produktieve/culinaire en een ethische, tot hoever mag je gaan met huisdieren.ook bij kippen had je vroeger dubbeldoeldieren, haantjes waren een bijprodukt van de leghenhouderij, nu wordt 50% van de produktie van de eendagskuikens van de leghoenders verhakseld of versnipperd.