Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Elke visser een schobbejak

Reuzenvriendelijk van die lezer uit Drimmelen om naar aanleiding van onze discussie vorige week op deze plek over culinaire kanttekeningen bij zoetwatervissen een boek toe te sturen: Terminologie van de riviervissers in Nederland. Het werk, van dr. Th.H. van Doorn uit 1971 is een juweel. Het opent een wereld van vissen die de binnenwateren bevolkten en de mannen die ze vingen. Die wereld laat zich vooral vangen door het jargon van de vissermannen. Wist U bijvoorbeeld dat het scheldwoord ‘schobbejak’ afkomstig is van een rubberen jas die vissers voorknoopten om de vis goed te kunnen ontschubben? En wat te denken van ‘de elger’: „een ijzeren kam met twintig tot vijfentwintig tanden van zes à zeven centimeter die de visser als een hark door de modder trekt om aal te vangen.”

‘Lekko’ is ook een mooie: „uitroep tot de stuurman van de stoomboot die de galg sleept, dat hij de sleepdraad moet losgooien omdat de zegen rondstaat.” Lekko? Aha: let go!

Tegelijkertijd is het droef dat de riviervisserij zoals beschreven in Van Doorns boek vast nooit meer terug komt. Vroeger waren er meer zalmen in de Rijn dan Amsterdam tegenwoordig cabaretiers telt. Die zalm is wel terug, maar nog steeds uiterst zeldzaam en van de schaarse paling die rest, overschrijdt een aanzienlijk deel de concentratie dioxine die de autoriteiten nog verantwoord vinden. Maar ja, moet je dan denken: lekko.

Er is maar één duidelijke uitzondering op al deze somberte en dat is de snoekbaars.

Fileer de snoekbaars – voor hulp: www.visfileren.nl – laat de ontschubde huid eraan zitten en leg het karkas apart. Verwijder de kieuwen want die geven een bittere smaak – schijnt, want ik snijd ze altíjd weg. Giet in een pan een paar scheuten olijfolie en bak hierin de graten en kop even aan. Doe de gesneden venkel, de prei, de sjalotjes en de selderie hierbij. Doe de witte wijn erbij, zeste, het laurierblad, de tijm en wat draaien peper. Laat maximaal een half uurtje pruttelen en druk dan door een zeef.

Doe nog wat olijfolie in een bakpan, bestrooi de filets – die in vier stukken zijn gesneden – met zout en peper en bak ze kort aan. Doe ze nog even in de voorverwarmde (180°) oven, afgedekt met aluminiumfolie.

Laat het gezeefde vocht voor de helft inkoken en voeg dan de room toe. Controleer op zout en peper. Leg op warme borden. Deze werd geserveerd met citroenige risotto en geroosterde groenten.

Snoekbaarsfilet met wittewijnsaus

Snoekbaars van ’n goede kilo

3 glazen witte wijn

200 ml room

3 takken tijm

3 takjes selderie

4 sjalotjes

stronk prei

venkelknol

beetje citroenschil

2 knoflooktenen

laurierblad

olijfolie

zout, peper

8 reacties op 'Elke visser een schobbejak'

S.F. van Hest

‘t Is weliswaar een kookrubriek, maar het gaat over taal, en wat in het moge blijken is dat riviervissers –in weerwil van hun Goede Werken– geen etymologen zijn.

Hun rubberen jas werd ongetwijfeld ‘schubbenjek’ of ‘schobbejak’ genoemd, maar dat woord is veel ouder dan de toepassing van rubber; Bredero gebruikte het woord reeds ruim tweehonderd jaar vóór Charles Mackintosh (‘of Edinburgh‘) de rubber regenjas* uitvond, of B.F. Goodrich het vulkaniseren.

Hoe het wel zit is uitgezocht: ‘schobben‘ is Oudnederlands voor ‘krabben’.
Een ‘schobbejak’ is een ‘luizenkerel’, een armoedzaaier die zich, vanwege luis, gedurig onder de jas loopt te krabben, betoogde etymoloog R. van der Meulen in 1944 voor de Koninklijke Nederlandsche Academie der Wetenschappen, en hij onderbouwde en publiceerde dit indertijd met noten.
(Zie http://www.KNAW.nl)

En helaas komt ook lekko niet van riviervissers, maar is door hen geadopteerd (hoeveel Engelsen komt een visser tegen op Maas, Rijn of IJssel?), te weten uit het Rotterdams dialect, waar het als vracht- en haventerm al eeuwen werd –en wordt– gebruikt, weliswaar niet door “de stuurman van de stoomboot” maar door de tallyman, de zakkendrager of de aanpikker bijvoorbeeld, lieden die ‘balen hijsen’ of -tillen en die weer laten gaan.

Trouwens: dezer dagen wordt er in de Maas o.a. aan de voet van De Hef volop prima snoekbaars gevangen, en ook zwemmen er (weer) zalm en enorme meervallen door de Rotterdam.

*) Een regenjas wordt in het V.K. nog vaak een Mac genoemd, naar de uitvinder. En ‘halve zool’ is een bekender voorbeeld Rotterdams haven-Engels. ‘Klinkt als…’ :-)

menno

Niettemin een aantrekkelijk recept dat ik dezer dagen zal uitvoeren, maar het fileren laat ik de visboer doen en neem dan de graten en de kop mee.
Ik heb het boekwerk van van Doorn (het blijkt een proefschrift te zijn) antiquarisch gevonden en besteld. Mijn jongste kleinzoon is een fanatieke visser en zal het wel weten te waarderen. Mooi voor Sinterklaas. Bedankt voor het uitvoerig noemen Menno.

Nanny J. van Dijk

Fijn een recept voor snoekbaars! Maar gisteren heeft echtgenoot een snoek gevangen, die ik ook weleens wil eten. Is het bereiden van deze vis de moeite waard?

dirk

ja zo blijven we aan de gang, zoetbaars, gewone baars, geen nijlbaars, egli,snoekbaars, en nou weer gewoon de snoek zelf!!! tjongejonge, en nanny maar gewoon wachten tot echtgenoot een en ander op het aanrecht neerlegt!

dirk

ik stel voor: quenelles de brochet!

S.F. van Hest

@ Nanny J. van Dijk

Snoek is vreselijk graterig en vlokkig maar werd om de smaak vroeger zeer gewaardeerd. Het werd vaak in terrines verwerkt, op een paté-achtige manier (je ziet nog wel eens antieke aardewerken snoekterrines met een vis als handvat), of zelfs zoals gehakt, gekneed tot balletjes.

Fileren is echter mogelijk, en op YouTube laten o.a. Canadezen zien hoe dat gaat: http://www.youtube.com/watch?v=Q-32gVbaXDg

(Mocht de link niet werken, zoek binnen YT op ‘pike filet’ of ‘pike cleaning’.)

Menno Steketee

Hé Nan, zeg ‘ns tegen je man dat-ie geen snoeken meer mee naar huis neemt! Mag wel, maar kán écht niet. Catch-n-release, dat zegt hem vast wel wat….

dirk

@ menno: zeg ken jij…de vissersvrouw…de visservrouw…samen kennen wij de vissersvrouw…ze heet Nan(ny)!