Procureur met rode-wijnsaus
Procureur is het nek-schouderstuk van een varken, mooi doorregen mals varkensvlees. Het is heerlijk vind ik en wie het niet kan krijgen kan ook heel goed ontbeende schouderkarbonade nemen.
Wie het wel kan krijgen doet er goed aan om meteen een flink stuk te nemen en dat dan in plakken in te vriezen, het is zo’n heerlijk doordeweeks stukje vlees – snel klaar, veel smaak, goed bij alles. (Ga ik nu weer zeggen dat het van biologische of anderszins blij en gelukkig geleefd hebbende varkens moet zijn? Liefst een beetje langzame groeiers: meer smaak voor ons, meer leven voor hen?)
Dit is een eenvoudig gerecht met veel smaak, het soort eten waarvan je, als je het eet, denkt: waarom maak ik dat nooit als er mensen komen? Eenvoudig en heerlijk. Dus. Maak het gerust ook eens als er mensen komen…
Procureur met rode-wijnsaus
4 lapjes procureur (of 4 schouderkarbonades), klontje boter, 2 el tomatenpuree, 1,5 dl rode wijn
Bestrooi de procureur met peper en zout. Laat de boter in een koekenpan op middelhoog vuur lichtbruin worden en bak het varkensvlees aan beide kanten goudbruin. Laat het nog tien minuten doorbakken.
Doe de tomatenpuree in de koekenpan en laat die al roerend een beetje oplossen en meebakken. Giet de rode wijn erbij en roer weer goed, zodat de puree en de wijn zich vermengen. Laat de wijn wat inkoken. Doe er een scheutje water bij en proef even of er nog wat peper en zout bij de saus moet – hij moet hoog op smaak zijn.
Dien de procureur met de saus op en geef er bijvoorbeeld deze groenten bij
Gestoofde boontjes en worteltjes
4 stengeluitjes, klontje boter, 1 ons ontbijtspek in stukjes, 4 worteltjes, 4 ons (diepvries) tuinbonen, ½ glas (kippen)bouillon, ½ glas witte wijn
Snij de uitjes niet al te fijn. Snij het spek in stukjes. Schrap de worteltjes en snijd ze in plakjes.
Laat de boter smelten in een pan met een dikke bodem. Bak het spek, de uitjes en de worteltjes op betrekkelijk laag vuur een minuut of vijf in de boter, tot de uitjes zacht worden. Doe er de bevroren boontjes bij en draai het vuur wat hoger. Voeg ook de bouillon en de witte wijn toe. Bestrooi het geheel met wat peper en zout en laat het op laag vuur, zonder deksel een minuut of tien sudderen.
Als de boontjes al zacht zijn maar de saus nog erg ‘rauw’, schep de groenten dan vast over in een schaal en kook de saus nog even op wat hoger vuur in. Er hoeft niet veel saus over te blijven, maar een beetje voor de lekkere smaak.
Ook andere groenten kunnen trouwens prima op deze manier gestoofd worden: doperwtjes, een mengsel van wortel, bleekselderie en sperziebonen, enzovoorts.
