Back to the future
Als ik Jancis Robinson ontmoet dan is dat bij legendarische tastings. De laatste keer was het bij een Le Montrachet proeverij in Bourgogne, waar wij destijds het oogstjaar 1999 controleerden. Nu treffen we elkaar in Porto om daar een negentiental vintage oogstjaren van Cockburn’s te proeven (spreek vooral uit Kooburns; over de naam zijn al genoeg grappen gemaakt), op een ochtend die tijdreizigers van ons maakt: via de inhoud van ons glas bewegen wij ons van 2007 terug naar 1896.
Voor de grande dame van de Engelstalige wijnschrijverij is dat bijzonder. Eerlijk gezegd doe ik het ook niet alledag. En zelfs voor de initiatiefnemers, de Symington Family, blijkt deze vintage port tasting uniek. En dat terwijl deze toch de eigenaar is van onder andere gereputeerde portmerken als Graham’s, Dow’s, Warre en Quinto do Vesuvio. Hun nieuwste aanwinst Cockburn’s (anno 1815) verwierven zij echter pas in 2010.
‘Een defensieve acquisitie’, verklaart Paul Symington bij het begin van de proeverij. ‘En al heb ik voldoende grijze haren die ik bovendien ook nog eens aan het kwijtraken ben, als wij het niet hadden gedaan, dan had misschien een van onze concurrenten toegehapt.’
Eerste taak van The Family is het wegwerken van achterstallig onderhoud. Het merk dat tot en met begin jaren zestig van de vorige eeuw bekend stond als the finest of the finest is weggegleden naar een B-status. Mismanagement van vorige eigenaren en andere prioriteiten van de laatste (sterke drankenmultinational Allied) hebben van Cockburn’s een zwalkende operatie gemaakt.
Samen met een twintigtal vertegenwoordigers van de Engelse-, Russische- en Duitse wijnpers zijn wij hier om via de inhoud van het glas het DNA van Cockburn’s te helpen herontdekken. ‘Ook wij hebben de wijnen van voor 1950 nog niet geproefd en we dat u het wellicht wel interessant om die ervaring met ons te delen’, zegt Johnny Symington.
Om te vervolgen met een gevoel voor Engels understatement: ‘We won’t be tasting them again in a hurry’. En daar zou hij wel eens helemaal gelijk kunnen hebben. Sterker nog, dat het ooit nog eens gebeurt ligt zelfs niet voor de hand
Zo bevonden zich in de kelders van Cockburn’s nog slechts zes flessen 1896, 1904 en 1912. Van 1908, die zich later die ochtend ontpopte tot de meest uitzonderlijke, nog zeven. En drie flessen van ieder kwamen op de proeftafel terecht.
Een aantal Engelse soundbites wil ik u niet onthouden:
‘Youthfulness and still all his ribs intact.’
Paul Symington becommentarieert de 1970, met zijn arm in een mitella om zijn bij een motorongeluk gebroken ribben te ontlasten.
‘A wine I love to revisit in ten years time.’
Dominic Symington over de 1963-oogst
‘Old for a port, young for a man.’
Johnny Symington over de 1960-oogst
‘A ladies vintage. No offense Jancis!’
Rupert Symington over de 1950-oogst
‘Amazingly youthful.’
Wijnjournalist Steven Spurrier over de 1927-oogst
‘Revitalising and so alive!’
Jancis Robinson over de 1908-oogst
‘The greatest of all Cockburn’s vintages. This is one of the reasons why I am here’.
Johnny Symington over de 1908-oogst.
Tot zo ver the votes from England.
Maar wat kan er in onvervalst Nederlands genoteerd worden?
Ondermeer dat het inderdaad wijnen zijn met een verbazingwekkend lange adem. Maar het bijkans eeuwige leven is iets dat welbeschouwd voor vintage port van meerdere porthuizen uit de buitencategorie geldt.
Wat de vaderlandse delegatie echter nog meer opviel tijdens deze speeddatingsessie met Cockburn’s is dat zeventien van de negentien geproefde wijnen, ongeacht hun leeftijd, een fraaie, droge, marmeladebittere afdronk lieten noteren.
Aan het einde van deze ochtend vine scene investigation besluit ik wat roodwitte linten om deze proefnotities heen te zetten. Zou dit het gezochte Cockburn’s DNA zijn?
