Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Bij zon: picknick met Kopland

Er klopt geen bal van. Het is potdorie eind juli. Ik hoor allang ergens op een berg of onder een oude boom te zitten, met de verzamelde gedichten van Rutger Kopland op mijn warme knieën. Ergens waar je ver weg kan kijken. Waar lome bijen zoemen en in de verte wat schapen grazen.

In plaats daarvan slaat de verwarming om de haverklap aan en laveer ik mij natgeregend door de laatste, uitputtende schoolweken. De juffen en meesters zijn moe, de kinderen zijn afgepeigerd en de ouders wringen zich in allerlei bochten om aanwezig te kunnen zijn bij de vele schoonmaak- en eindejaarsactiviteiten. De laatste ritmische gymles wordt afgesloten met een wedstrijd („Het zou leuk zijn als er wat ouders komen helpen met medailles uitreiken en foto’s maken”). De toneellessen moeten worden ‘gepresenteerd’ („Jullie komen toch wel kijken?”) en het schooljaar dient natuurlijk feestelijk uitgeluid te worden („Wie helpt een handje mee achter de bar?”). En dan zijn daar nog de legostenen die in de vaatwasmachine moeten, de verfbakjes die moeten worden uitgekrabd en komen jullie naar de schoolmusical? En vergaderen jullie mee over de verkeersveiligheid rond school? En denken jullie aan de bloemen met de persoonlijk kaartjes voor de juffen en meesters, om ze te bedanken voor al hun goede zorgen?

Nog twee dagen, dan is het zover. Dan is het eindelijk vakantie. En dan wil ik zon. En een stapel boeken. En een picknickmand met daarin koele witte wijn en een geurig brood met kip en dragon.

Mocht u het zo kunnen organiseren dat u een restje kip in de koelkast heeft staan, dan is dit fijne picknickgerecht zo klaar. Lukt dat niet, bak dan ongeveer drie ontbeende kippendijen (nadat u ze heeft ingesmeerd met peper, zout en wat citroensap) in een mengsel van olijfolie en boter. Braad ze aan beide zijden mooi bruin, zet het vuur laag en laat ze twintig minuten garen. Laat wat afkoelen en snij de kip in kleine stukjes. Snij de olijven in dunne plakjes en hak flink wat verse dragon fijn.

Klop vier eieren en voeg de Noilly Prat eraan toe. Mix met een handmixer het zelfrijzend bakmeel erdoor, wat zout en peper, de mosterd en ten slotte de olijfolie. Schep de vulling erdoor en giet alles vervolgens in een rechthoekige cakevorm. Bak het brood een uurtje in de oven, op 180 graden.

Eet met een venkelsalade, mosterdmayonaise en een handje eersteklas chips op een plek met uitzicht. En lees daar het gedicht Kaart van een Grieks Eiland weer eens, dat Kopland schreef voor zijn overleden vriend Herman de Coninck: ‘poëzie was geluk, het geluk om een paar woorden te vinden die even bij elkaar wilden horen, voor de dood ons kwam halen’.

Kip-dragonbrood

175 g kippenvlees

3 el dragon

1/2 el mosterd

hand-ontpitte groene olijven

250 g zelfrijzend bakmeel

4 eieren

100 ml Noilly Prat

50 ml melk

100ml olijfolie

peper, zout, citroensap

1 picknickmand

3 reacties op 'Bij zon: picknick met Kopland'

S.F. van Hest

Misschien nog een handje jonge sla erbij…

menno

Roos, ik heb met je te doen, ik hoop dat je met je picknickmand naar buiten kunt om lekker in de zon van dat brood te eten.
Zou het ook wat zijn om daar de restanten kip voor te gebruiken die overblijven na 2 of meer uur trekken voor kippesoep? Er gaat voor jouw kip-dragonbrood zoveel lekkers bij dat je van die kip toch al weinig meer proeft en dat is net wat je hebben moet met die tamelijk smakeloze restjes.
Of mik je die meteen weg? Heb het er altijd moeilijk mee.
(Ook al gepost op nrcnext-koken, maar daar wordt niet erg gediscussieerd, trouwens hier ook nauwelijks meer).

Piet

@SF van Hest, omdat in het onderstaande Kopland-gedicht gegeten wordt (“wij aten zijn brood, dronken zijn drank ‘vermengd met tranen’”) waag ik het hier in te zenden…. Ook omdat Roos. O. die aanloop nam….

J’s dood.

Toen vader J door moeder A
reeds vrijwel dood in bed gevonden
was en zij zijn overschot
niet meer had kunnen wekken
o god o god o god
laat ons niet alleen, wij waren
ziende blind, horende doof
voor uw woord, stof
zijn wij, zie J.

O nachten in Steenwijk
koeien loeien bij gunstige wind
straten van stille klinkers
om kleine grijze tuinen
bolwerken en grachten al
eeuwen rustend in vrede
o god o god o god
in de torentransen huist de satan
spelend met de wijzers van
de grote klok, tijdelijk
zijn wij, zie J.

Toen zaten wij, J’s kinderen als toen
met A aan tafel, wij aten
zijn brood, dronken zijn ‘drank
vermengd met tranen’
o god o god o god
want A las uit psalm 102:
‘ik gelijk een eenzame vogel op
het dak’ en verder ‘ik verdor
als gras’, zie J.

O groene grazige weiden om Steenwijk
er lijkt zo droevig weinig gebeurd
onder de zon als wij als hij
door het landschap rijden
o god o god o god
‘op haar legerstede des nachts
zocht A haar zielsbeminde
zocht hem, maar vond
hem niet’.