Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Kruidenvoorkeur en genetica

Wanneer je wilde beren zoekt, dan kun je maar het beste de paden vermijden en een ‘transect’ doen: in een rechte lijn door de wildernis lopen. Beren kwamen mijn wandelmaat en ik in de Griekse Pindus niet tegen, maar wel een professoraal ogende Amerikaan die in de ondergroei scharrelde. Hij was ‘kruidenprospector’ verklaarde hij: voor Pfizer of Merck of zo, zocht hij onbekende geneeskrachtige planten. Hij ging bij zijn speurtocht vooral af op de aromatische geuren. Ruik deze maar eens, zei hij, en pakte uit zijn rugzak een plantje en wreef dat tussen de vingers fijn. Soort koriander, lekker, zei ik. Shampoo, bah, zei mijn wandelgenoot.

De ontmoeting, jaren terug, schoot me te binnen bij het lezen van de reacties in de digitale coulissen van deze rubriek op een stuk van collega Janneke Vreugdenhil waarin sprake was van koriander en korianderzaad. Er ontstond een kakofonie van meningen over de smaak daarvan, maar de discussie liep helaas dood toen iemand suggereerde dat de waardering van het geurende kruid allicht iets met genetica en etniciteit van doen had. Politieke correctheid: je komt het zelfs in kookrubrieken tegen.

Over die laatste kwestie heeft de Universiteit van het Canadese Toronto nog in mei een onverdachte studie gepubliceerd. En dit is dan wel een kookrubriek, maar aanverwante weetjes zijn vast ook toegestaan.

De onderzoekers selecteerden een groot aantal Canadese jongvolwassenen van verschillende etnische achtergronden wier smaakpapillen waren ‘gelijkgeschakeld’ doordat ze waren opgegroeid met een westers dieet. Alleen hun etnische wortels verschilden. Vervolgens kregen ze, voor het eerst in hun leven, koriander voorgeschoteld.

Het bleek dat slechts 3 procent van de mensen met een Midden-Oosten-achtergrond koriander tegenstond en 4 procent van de Zuid-Amerikanen, terwijl dat voor de Oost-Aziaten 21 procent was en voor de gemiddelde westerlingen 17 procent. Wie weet wat de functie is van deze significante verschillen: reageer gerust. Misschien is het gewoon genetisch toeval. Het lijkt in ieder geval geen toeval dat je koriander vooral in de Latijns-Amerikaanse en Arabische keukens treft.

Om stilistische redenen zou nu een Grieks gerecht met beer en iets korianderigs moeten volgen, maar de poelier had gister geen beer. Ach, lamspiesjes kunnen ook.

Maak marinade van één geraspte sjalot, laurierbladeren, rozemarijn, sap van één citroen en zeste van een halve, olijfolie, zout, peper. Snijd het lamsvlees aan blokjes en marineer dit een nachtje. Rasp het andere sjalotje, snijd de koriander en de munt en voeg deze bij de yoghurt. Zet in de koelkast.

Rijg de blokjes op spiesjes en rooster deze op de grill – of op de barbecue natuurlijk. Serveer met geroosterde partjes van de resterende citroenen en met de korianderyoghurt.

Lamsspiesjes

Kilo lamsvlees

2 dl yoghurt

bosje munt

bosje koriander

2 sjalotten

3 laurierbladeren

takje rozemarijn

3 citroenen

olijfolie

zout, peper

20 reacties op 'Kruidenvoorkeur en genetica'

Jack van Hoorn

Raar ! In de Thaise keuken wordt zeer veel koriander gebruikt.
Er zijn verschillende soorten, de een is meer “zeepsopachtiger”
dan de ander

Bart van der Kolk

Merkwaardig onderzoek, want koriander zonder gerecht is ook niet lekker, noch het zaad, noch vers… Het hangt van het gerecht en de hoeveelheid af. Maar afgaande op het onderzoek zijn mijn vrouw en ik wel zeer a-typisch: ik (hollandse oorsprong, opgevoed met hollands dieet) ben gek op koriander in heel veel gerechten, m’n vrouw (turks-arabisch, opgevoed met arabisch dieet) staat het snel tegen… En bij lamsvlees vind ik koriander in yoghurt toch wel snel overheersen, platte peterselie in combinatie met de andere kruiden heeft zeker mijn voorkeur!

Menno Steketee

Hallo coulissen, dit is de link met het artikel:

http://www.flavourjournal.com/content/pdf/2044-7248-1-8.pdf

Lilian Margadant

En koriander zaad (ketoembar) wordt in Indonesische gerechten gebruikt en vlgs mij ook wel in andere Oosterse gerechten. Ik denk dat het met persoonlijke smaak te maken heeft. Koriander is typisch een kruid dat een haat/liefde verhouding oproept.

Peter Bottelier

Naar mijn mening word korianderblad de laatste jaren te pas en vooral te onpas lukraak overal overheen gestrooid. Bij de keukens waar het in thuis hoort is het meteen wel lekker. Wat mij betreft, bij korianderblad hoort wat hitte van rode pepers.

In mijn moestuin staat overwinterde bieslook. Laat dat nou naar korianderblad smaken… Smakelijker eigenlijk…

Bernard Weiss

Ik herken de opmerking van @PeterBottelier. Ik lust korianderblad vooral in scherpe gerechten, en dan nog vooral in de Indiase keuken.

Voor de rest vind ik het vooral smaken naar gebakken plastic tasjes. Niet dat ik weet hoe die smaken, ik eet ze niet dagelijks. Naar korianderblad, vermoed ik.

Korianderzaad daarentegen vind ik heerlijk: ik mag het graag in allerlei kruidenmengsels gebruiken.

Ik snap er niks van, maar aan de andere kant is dat nou juist het leuke van eten en koken. De verassing blijft.

Hannie van Blitterswijk

Ik heb even naar het onderzoek gekeken. Er blijkt naast Oost-Aziaten ook sprake te zijn van Zuid-Aziaten. De Zuid-Aziaten lusten wel koriander. Wellicht vallen de Thai daar dan onder.
Het blijft een interessant vraagstuk: korianderhaters proeven een zeepsmaak. Ik ben een korianderliefhebber, maar ik lust echt geen zeep. Ik proef schijnbaar toch iets anders.

dirk

vraag is, waar komt die koriander vandaan? komt uit mediterraan gebied, maar is daar niet populair of ingeburgerd,niet bijzonder gebruikt id keukens van spanje, italie en griekenland, maar weer wel in die van latijns amerika, oostafrika,zuidoostazie,midden oosten, how come????

Radboud Eisses

Bij Zuid-Azië denk ik in de eerste plaats aan India, overigens ook een korianderland (zowel blad als zaad). De hoek van Thailand wordt meestal als Zuid-Oost Azië aangeduid. Toch vreemd die genetische link, want er lijkt geen duidelijk “heartland” van korianderliefhebbers te zijn, meer een soort eilanden met heel verschillende volkeren. In Indonesië moeten ze volgens mij niets hebben van korianderblad, terwijl het zaad een van de belangrijkste specerijen is: een van de opvallendste verschillen met de Thaise keuken, die verder toch veel overeenkomsten heeft met de Indonesische.
Overigens is korianderblad in Portugal wel een gangbaar keukenkruid, dit wat betreft het “mediterraan gebied”, waar m.i. trouwens ook Noord-Afrika en Syrië, Libanon etc. onder vallen.

Remko Nolten

Harold McGee, toch wel één van de bekendste “keukenwetenschappers”, heeft er ooit ook een leuk stukje over getikt voor de New York Times: http://www.nytimes.com/2010/04/14/dining/14curious.html

Menno Steketee

Ik vind vooral die groep “Hispanics” discutabel: da’s een bonte mengeling, lijkt me, van échte Zuid-Amerikanen – Indianen – en import-Spanjaarden, -Portugezen, etc.

Hans

Alan Davidson denkt dat het woord ‘koriander’ is afgeleid van het Griekse κόρις, de stinkende bedwants. Wantsengeur is een heel typische geur die inderdaad op koriander lijkt.

dirk

Davidson zegt ook dat van de zuid europeanen, de portugezen eigenlijk de enigen zijn die het veel gebruiken in hun gerechten, en dat van de afrikanen (Angola) zouden hebben afgekeken. wat er ook meespeelt, denk ik, dat koriander het in de tropen goed doet. en peterselie minder goed (duurt alleen al 6 weken voor het kiemt, bij ons, daar lukt dat misschien niet zo hard). indianen kennen het natuurlijk pas sinds de import van spanjaarden en portugezen! in de chimi churri vd argentijnen zit peterselie, zelden koriander. italiaanse invloed??

Angelique Hendriks

Geachte heer Steketee,
In uw kookrubriek die gisteren over lamsspiesjes ging, noemt u een studie van de universiteit van Toronto over koriander. U vraagt wat de functie kan zijn van de door hun gerapporteerde significante verschillen tussen groepen van verschillende etnische afkomst met betrekking tot hun voorkeur of afkeer van koriander. Deze vraag zal ik aan het eind van deze brief beantwoorden, maar eerst wil ik beargumenteren waarom de conclusie dat korianderafkeer met genetica te maken moet hebben, niet gerechtvaardigd is.

1. De onderzoeksgroepen waren zeer verschillend van grootte. De groep Hispanics bestond bijvoorbeeld maar uit 27 personen, terwijl die met Caucasische achtergrond wel 581 groot is. (bij 4% Hispanics hebben we het maar over een enkele persoon). Er is daardoor een gerede kans dat het vinden van significante verschillen door de toevallige samenstelling van de groep komt. (zie ook 2).
2. De genetische achtergrond van de deelnemers aan de studie is onduidelijk. Men moest zijn eigen etnische afkomst invullen en dat is natuurlijk risky business. “Hispanics” zijn bijvoorbeeld meestal van gemengd Spaans-Indiaanse afkomst. Zoals u vast bekend is, zijn Indianen genetisch weer sterker verwant aan de Aziaten dan aan de Caucasiers. Dat geeft dus wellicht een probleem als je de resultaten aan de genetische achtergrond willen toeschrijven. Daar komt nog bij dat iemand die zichzelf (nog) vindt behoren bij een bepaalde etnische groep waarschijnlijk ook vaker de bijbehorende eetgewoonten heeft. Voedingsgewoonten zijn namelijk datgene waar men het langst aan vasthoudt als men migreert. Dat leidt op zichzelf weer tot problemen met het interpreteren van de resultaten (zie ook 3).
3. Zoals tevens genoemd door de auteurs van het onderzoeksartikel, beïnvloedt de het type voedsel waar men aan gewend is of men een bepaald voedingsmiddel lekker vindt of niet. Met andere woorden, het ligt voor de hand dat de waardering voor koriander letterlijk met de paplepel is ingegoten. Dat hoeft niet alleen binnen de eigen “etnoculturele” keuken te zijn binnen welke men is opgegroeid, maar kan zelfs beïnvloed zijn door het voedsel dat men via het vruchtwater of moedermelk heeft geproefd. (zie ook mijn opinieartikel in NRC-Handelsblad “Ja schat, die witlof moet je opeten”, 4 sept 2007). Of er misschien ook nog een genetisch bepaalde voorkeur is, kunnen we dan helemaal niet meer zeggen.
Kortom, de auteurs van het onderzoeksartikel sturen weliswaar op die conclusie aan, maar ze hebben eigenlijk alleen maar vage aanwijzingen die nog alle kanten op kunnen. Dat wil niet zeggen dat het niet in principe mogelijk is dat er genetische verschillen zijn tussen mensen die bepalen of je bepaalde voedingsmiddelen wel of niet accepteert. Tenslotte is de een ook gevoeliger voor bitter dan de ander. Maar om vast te kunnen stellen of er genetische aanleg is voor afkeer van koriander heb je onderzoek met identieke tweelingen nodig die liefst zijn opgegroeid in verschillende gezinnen met korianderminnende en korianderhatende ouders (en dan liefst ook nog in verschillende baarmoeders hebben gezeten!). Op dat onderzoek kunnen we, denk ik, nog wel even wachten.
Overigens vind ik het niet plausibel dat mensen genetisch geprogrammeerd zijn om afkeer te hebben van een specifiek soort voedsel. Dat lijkt me helemaal niet handig: ten tijde van voedselschaarste moet je tenslotte in staat zijn vrijwel alles te eten wat maar voorhanden is, als het maar voedzaam is. Verder heb ik zelf ervaren dat koriander eten geleerd kan worden. Ik heb als tiener een jaar in New Mexico gewoond en daar voor het eerst koriander gegeten. Ik vond het ook vreselijk vies, maar ik heb me erover heen gezet en vind het nu zelfs lekker. Hoe zo genetisch bepaald?

Met vriendelijke groet,
Angelique Hendriks
http://www.seniorbreinadvies.nl

roberttakoma

Hello Menno ,Hispanics werd vermeld als 4% en de studie was in Canada.

J.M. Nijveld vd Meijden

Menno,
Als enige europeaan was ik een aantal weken in het Nationale Hartziekenhuis in Kathmandu Nepal. Iedere dag kippen-groetesoep met een overdosis koriander en heb het daar leren waarderen. In andere restaurants ook Koriander bij de gerechten

dirk

waarom staat roberttakoma met zijn opmerking over 4% hispanics in canada nu ineens weer na het relaas van angelique? en niet ervoor zoals gisteren nog het geval was??

Menno Steketee

@Angelique Hendriks,

Dank voor Uw uitgebreide en onderbouwde argumentering. In zekere zin richt U zich tot de verkeerde, want ik haal het onderzoek alleen maar aan. Toch wil ik bij Uw commentaar een paar kanttekeningen maken.

Ad 1. Dat de onderzochte groepen in grootte verschillen, maakt het lastiger om significantie statistisch aan te tonen, zeker, maar de methode van calculeren houdt rekening met deze storende factor – ploegt U vooral een keer door “Biometry” van Robert R. Sokal en James Rohlf.

Ad 2 en Ad3. De onderzoekers hebben, zo goed en kwaad als dat ging, alle storende factoren zoals “de paplepel” en “voorkeur hebben voor” uit te wissen door volstrekt westers opgevoede “onbedorven” jongvolwassenen koriander voor te schotelen. Dit, dus, om alle variabelen anders dan “genetische wortels” uit te sluiten. De proefpersonen zijn dus ook niet nét geïmmigreerd, zoals U stelt.
Idealiter zou een onderzoeker hiervoor inderdaad alleen maar gelijke groepen tweelingen – die hun jeugd op Mars hebben doorgebracht – gebruiken, maar hé die waren er niet. Nogmaals: statistiek kan rekening houden met dergelijke ongewisheden.
Overigens heeft U, denk ik, volkomen gelijk dat die groep “Hispanics” veel te vaag is – en daarmee het héle onderzoek omlaag trekt.

Tot slot. Er staat nergens dat mensen genetisch zijn “geprogrammeerd” om voedsel wel of niet lekker te vinden. Afkeer kan een baaierd aan redenen hebben die allemaal niéts met voedsel van doen hoeven hebben.

dirk

@ angelique en menno: voor jullie informatie, gisteren stond er aardig stukje in de krant (VK?) over onderzoek naar mnl/vrl rollenmodel op basisscholen, dit nav vrees dat jongetjes in de overwegende juffen geen adequaat masculien rollenmodel krijgen voorgeschoteld. dan kan ik mij voorstellen dat dames wetenschappers denken: wat nou? dat pikken we niet! daar heb je die machos weer! dus komt er onderzoeksvoorstel, goedkeuring, en jawel, je kunt erop wachten, daar kwam uit dat juist de juffen de jongetjes aanvoelden en stimuleerden, meer dan hun mannelijke collegas. wij hadden vroeger op de hogeschool het vak proeftechniek, waarin je dan iets uitzocht door alles zoveel mogelijk gelijk te houden of storende zaken door kunstgrepen uit te schakelen zodat de invloed van een enkele factor, bijv. daglengte invloed op kieming , bekeken en ingeschat kon worden. ik krijg de laatste tijd zo’n beetje het idee dat de psychologen en sociologen met die proeftechniek ten onrechte aan de haal zijn gegaan, er hun eigen vrije kuur van gemaakt hebben! en datamassage achteraf blijkt ook al heel gewoon!bomen blijken wel degelijk tot in de hemel te kunnen groeien!!

yvette r

Ik ben enige tijd in Nepal geweest en heb daar dus al een aantal keer per ongeluk verse koriander gegeten. Resultaat was dat ik er compleet misselijk van wordt als ik ook maar 1 blaadje binnenkrijg. Daarnaast vind ik het ook ontzettend vies, al kan ik de smaak van zeep er niet uithalen. Tot ik vorige week in nederland bij een thais restaurant ben gaan eten wist ik niet wat ik 3 jaar geleden in nepal echt niet luste.

Ik lust echt ontzettend veel, er zijn wel wat producten die ik liever niet eet, maar deze kan ik wel eten zonder er misselijk van te worden. Ik kan me dus heel goed indenken dat het lusten van koriander genetisch bepaald is.