Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Ontdekkingsreis door Veggiestan

Slager heten en een boek schrijven over vegetarisch koken. Je verzint het niet, maar Sally Butcher deed het. Ik zal niet de eerste zijn die zich er vrolijk over maakt, en het doet natuurlijk ook niet echt ter zake in een recensie. Maar grappig is het wel.

Wie Butchers Veggiestan doorbladert, vergeet trouwens al snel het hele bestaan van slagers. Slagers, wat zijn dat? Mensen die vlees verkopen? Wie wil er vlees eten dan? Wie taalt er naar vlees als je ook Jacheeen Esfanaji (Perzische rijsttaart) kunt eten? Of Kokolassi me Skordalia (taro-frites met amandelsaus), of Salata Jamr was Jubnat Feta (dadel-fetasalade) of Shorbat Jazar wa Hail (wortel-kardemomsoep)?

De reis die de auteur maakt door het denkbeeldige land Veggiestan is een reis door alle keukens van het Midden-Oosten. „De landen in die regio sudderen, pruttelen en borrelen van de verrukkelijke vegetarische tradities en recepten”, schrijft ze in haar voorwoord. Tussen de recepten door vlecht Butcher anekdotes en tips, geeft ze etymologische verklaringen voor namen van gerechten en weidt ze uit over ingrediënten.

Enige uitleg hier en daar is ook geen overbodige luxe, want hoewel de meeste gerechten wel te maken zijn met spullen uit de (mediterrane) super, duiken er ook dingen op waar ik nog nooit van heb gehoord en, naar mijn bescheiden inschatting, velen met mij. Golparzaad? Moghrabieh? Reshteh? Hier wreekt zich het feit dat de auteur getrouwd is met een Iraniër en een winkel in specerijen runt. Zij is een insider. Wij zijn outsiders. Gelukkig kunnen veel van zulke ingrediënten vervangen of weggelaten worden.

Veggiestan is geen kookboek voor elke dag, maar een dat uitnodigt om er af en toe, op je dooie gemak, eens iets uit te proberen. De recepten vergen eigen inzicht, want ze zijn vrij slordig geschreven. Maar hoe leuk is het niet om echt nieuwe gerechten en nieuwe smaken te ontdekken?

Zoals Avgolemono me Kukia (Griekse ei-citroensoep met tuinbonen). Smelt de boter in een soeppan en fruit hierin rustig de prei, selderij en wortel tot de groente vrij zacht is. Doe er de dille en citroenrasp bij. Giet er na een minuut bouillon of water op en breng aan de kook. Voeg de rijst en tuinbonen toe en laat zo’n 15 minuten sudderen of tot de rijst gaar is.

Klop de eieren met het citroensap. Schep een lepel bouillon bij de eieren en roer door. Neem de soep van het vuur en giet het ei-bouillonmengsel, al roerend, in de pan. De soep mag nu niet meer koken, anders zou het ei kunnen gaan stollen.

Proef en maak de avgolemono op smaak met zout en versgemalen peper en bestrooi met de groene kruiden.

Avgolemono

Voor 3 – 4 personen:

boter

1 grote prei, gesneden

2 stengels selderij, in blokjes

2 middelgrote wortels, in blokjes

1 bosje verse dille, fijngesneden

sap en rasp van 1 citroen

1,2 liter groentebouillon of water,

100 g langkorrelrijst

300 g jonge tuinbonen, gedopt (of diepvries)

2 grote eieren, geklopt

handvol verse basilicum en/of peterselie, fijngesneden

26 reacties op 'Ontdekkingsreis door Veggiestan'

menno

Het proberen waard. Speelt ook niet het probleem een rol, dat het wellicht niet al te best vertaald is? Ook niet erg als jij hier de verbeterde recepten plaatst ;-)

S.F. van Hest

Moghrabieh wordt zelfs bij de grotere AH verkocht onder de Neder-Frans–Arabische naam ‘parelcouscous’ en Resteh kennen wij als ‘vermicelli’ of –ongebroken– als ‘capellini’, engelenhaarpasta.

Dat had die schrijfster best even kunnen vermelden inderdaad.
(Nuja, in Engeland hebben ze geen Appie natuurlijk, maar bij evenknie Sainsbury’s wordt Moghrabieh ook gewoon verkocht, onder de naam ‘Israëli Couscous’.)

Het zaad van Golpar is lastiger: het betreft dat van Perzische Berenklauw en wordt ook wel verkocht onder de naam Angelica seed, Engelwortelzaad, maar is echter niet hetzelfde als zaad van de (Aarts-)engelwortel (Angelica archangelica), die wij hier kennen van de geurige wortels en de (geconfijte) stelen, o.a. gebruikt in Beerenburg, gebak en jam/gelei.

Overigens zit er in Rotterdam een Perzisch restaurant, waar de koks geregeld buiten ‘een blaasie pikken’, staan te roken tijdens werktijd. Ik zal er eens een aanspreken, waar zij hun Gopar scoren. Wellicht klets ik wat los, dan kan zal ik berichten over de smaak ervan.
(Ik vermoed dat het richting komijn/kummel/ketoembar/venkelzaad gaat, ook aromatische schermbloemzaden, echter die zijn ook niet direct inwisselbaar…)

Jessica van de Sande

Sally heeft het boek geschreven precies zoals ze is zou je kunnen zeggen. Sommige mensen vinden de spreektaal in haar boek storend, maar ik ben dan weer geen fan van de stijve receptentaal in veel kookboeken.
Daarnaast denk ik dat je er niet bij stil staat dat je boek vertaald gaat worden in Nederland waar je sommige ingredienten niet of moeilijk kan vinden. Je schrijft het in eerste instantie voor het publiek hier, maar ik zal het haar eens vragen. Ze heeft echt het meest fantastische winkeltje ooit, waar ook grote restaurants hun inkopen doen en ze is sowieso een opvallende verschijning met haar vuurrode haar en kleurige kleding.
Nu is het sowieso makkelijker voor ons in London om de ingredienten te vinden, want op elke hoek van de straat is er wel een Turks, Grieks of Iraans winkeltje waar je de meest fantastische kruiden kunt kopen.
Golpar zaad is een beetje bitter. Men gebruikt het niet alleen om mee te koken, maar strooit het ook over fruit of sla.

Jorinde Doeks

Goeie tip. Voor een wellicht iets toegankelijker boek vol met heerlijke (dagelijkse) recepten uit het Midden-Oosten, raad ik ‘Feast from the Mideast’ aan van Faye Levy. Boek bevat ook vlees en visgerechten maar vooral genoeg nieuwe invalshoeken voor heerlijke vegetarische soepen, dips, stoofpotten, pilaf’s en meer. Weet niet of ‘t ook in Nederlandse vertaling bestaat, maar de Engelse versie is zeer toegankelijk.

Rob van Albada

Een echt geweldig Arabisch kookboek is een goed bewaard geheim van de uitgever (Brill in Leiden):

Nawal Nasrallah, Annals of the Caliphs’ Kitchen, Ibn Sayyar al-Warraq’s Tenth Century Baghdadi Cookbook. 867 pp.

U kunt heb waarschijnlijk nergens in de boekhandel vinden, maar het kan gelukkig wel bij Brill besteld worden.
Het heeft veel illustraties: tekeningen in zwart-wit en reproducties in kleur.

De recepten variëren van bieren en wijnen – wie zegt dat islamieten geen alcohol drinken? – tot de bereiding van kamelenvlees en sprinkhanen. (Uiteraard staan er ook veel vegetarische gerechten in.)
Achterin vind U uitvoerige verklarende woordenlijsten van de ingrediënten.

Van harte aanbevolen!

dirk

@ es ef: dat is grappig, vandaag staat die engelwortel in de nrc (pg 17), als dominerend motief afgebeeld op een 200 m2 groot wandtapijt in het nieuwe Stedelijk, omdat het zo’n echt typisch NLse moerasplant is, volgens de kunstenares Petra Blaisse!

S.F. van Hest

@dirk

Toevallig ja, ik zag het ook.

Op de plek waar nu het Stedelijk staat zou vroeger o.a. Engelwortel hebben gegroeid.
Heel goed mogelijk, want als rivieroeverplant (geen ‘moeras’, wel nat) kom je ‘m bijvoorbeeld ook midden in Rotterdam tegen, op basalttaluds waar de maaiers er niet bij kunnen, en op in onbruik geraakte haventerreinen.

Mijn Heimans, Heinsius en Thijsse noemt het trouwens ‘een van ouds beroemde geneeskrachtige plant’ en vermeldt daarnaast specifiek het gebruik in ‘Benedictine-likeur’.

Ooit kocht ik bij de al eerder genoemde Sainsbury’s een doosje gekonfijte –en, net als hun doperwten, felgroen geverfde– Angelica, die aldaar traditiegetrouw voor de onontbeerlijke groene spikkels in de Christmas Cake zorgen.

Van de veldbioloog ‘Ome Kees’ Sipkes weet ik dat diens grootvader Cornelis nog tot zeker 1890 engelwortel konfijtte èn tot jam/gelei verwerkte in zijn Haarlemse Stoomfabriek voor Limonade en Confiture.
Het werd toentertijd kennelijk nog gebruikt door Nederlandse pâtissiers.
In België –en ook in Cannes, waar men vanouds gespecialiseerd blijkt in konfijten- heb ik ‘t recent nog wel eens op taart en bonbons gezien.

De plakjes stengel zijn fraai van vorm, doorschijnend groen en lijken op geslepen smaragd.
De smaak is licht aromatisch en doet denken aan hoestbonbons, op een prettige manier.

(Over het zaad van de Perzische Engelwortel trouwens verder nog geen nieuws…)

dirk

@ es ef: jammer dat we de neandertalers die vroeger in deze contreien rondzwierven daarover niet meer kunnen navragen, die zullen er ongetwijfeld ook heel wat over te vertellen gehad kunnen hebben, want veel appies, kookboeken en naslagwerken had je toen nog niet. heimans en thijsse (van mijn moeder zaliger)gebruik ik ook nog steeds, in een rode langwerpige dikke uitgave, met veel schitterende duidelijke tekeningetjes waarin nogal veel hommels en bijtjes rondzoemen!

menno

Hmmm, Heimans……de mijne was volgens mij met een grijze band. Hopelijk is die via kinderen en kleinkinderen nog ergens in de familie. Ik zal navraag doen. Dit noemen ze off-topic, maar ja als je Angelica wilt opzoeken….. moet kunnen zoals dat heet.

Piet

de mijne (H & Th) had 1 rode omslag, maar sinds die echtscheiding… nu ja ik zal er maar over ophouden anders krijg ik er weer “drijfnatte” ogen van. trouwens Heukels ook foetsie, nu je er toch over begint. Gelukkig de Vogelgids weten te behouden, wel off-topic, nu ja dat moet kunnen in zo’n mooi programma

dirk

@ Piet: net als in het echte leven (kantoor, belastingaftrek, hypotheek, creche, verjaardagen) vind ik eigenlijk alles wat off topic is verreweg het aardigst! vooral dingetjes die ik toevallig ergens op zolder nog vind!

S.F. van Hest

@Piet

Ironisch, want juist vógels vliegen weg…

De 21e druk HH&T die ik bezit, uit 1965 –planten doen nauwelijks aan trends– is gebonden in groen linnen.
(Er zijn ook witte, rode en blauwe druks; waarschijnlijk zal ik ooit de complete serie erven, want er zijn ook mensen die flori collectioneren: ik ken er een..!)

Overigens verzorgt de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging jaarlijks een (biologie)boekenbeurs, vaak samen met de Vogelbescherming en tegenwoordig look op de roemruchte Deventer Boekenmarkt, waar een gemiddelde HH&T voor een handjevol euro’s kan worden aangeschaft. Ook op boekwinkeltjes.nl tref je diverse edities vaak zeer voordelig aan.
En zelfs de vroege en/of gesigneerde dan wel door andere ‘beroemdheden’ gebruikte en geannoteerde edities zijn –in vergelijking met andere antiquarische boeken– spotgoedkoop.

(Dit voor ‘t geval u zo’n zelfde rode editie toch nog weer eens in uw bezit zou wensen…)

Overigens: weliswaar staan er geen recepten in de flora, maar eetbaarheid of specifiek nuts- of cultuurgebruik van planten wordt in HH&T zeer vaak aangegeven, waarmee men er culinair gezien dus óók wel degelijk wat van op kan steken.
Zó ‘off topic’ is ‘t onderwerp’Flora’ dus nu ook weer niet! ;-)

(En al helemaal niet zo gek in het kader van ‘Veggiestan’ en het eten van louter plantaardig voedsel, als ik zo vrij mag wezen dat zijdelings tegen te werpen.)

Lestens: Ik las aanvankelijk dat u “De Gelukkige Vogelgids” had weten te behouden, maar dat stond er helaas niet.

Helaas, want bestond dat maar, z’n gids…

Piet

@SF van Hest, Oprechte dank voor uw bericht, echter de boekenbeurzen liggen buiten geografisch bereik. Indien u ooit iets (letterkundig, botanisch, gebruik) aantreft over de koolpalm, cabbage palm (Roystonea oleracea) waarvan ook een lekker gerecht werd bereid, houdt ik me graag voor berichtgeving aanbevolen. Ik heb er ongeveer 75 in mijn tuin.
De vogelgids is natuurlijk die van Peterson (etc), vertaald door Kist.

“She laments, sir… her husband
goes this morning a-birding.” (W. S.)

Piet

het voorgaande bericht heeft betrekking op vegetarische maaltijden

S.F. van Hest

@Piet

U zit waarschijnlijk op Barbados?
Slechts dáár wordt namelijk de de naam ‘Cabbage palm’ gebruikt voor deRoystonea oleracea: foutief!

De Koolpalm is de Sabal palmetto, de Roystonea oleracea wordt in het Nederlands ‘Venezolaanse Koningspalm’ genoemd.

Van die Koolpalm –de ‘officiële staatsboom’ van zowel North Carolina als Florida– worden de ‘palmharten’ gegeten als salade, iets dat werd afgekeken van de ‘Indianen’, de oorspronkelijke bewoners van de streken waar de palm groeit.
Het gaat dan om de malse, zich nog ontwikkelende bladscheuten die in het hart van de palm groeien, zoals ook bij kool (en artisjok).
De palm overleeft zo’n eenmalige oogst trouwens niet, maar palmharten worden ook ingeblikt verkocht…

De R. oleracea, uw palm zeg maar, wordt, met zijn lange, rechte stammen, gebruikt als constructiehout, en het suikerhoudende sap werd/wordt soms afgetapt om ‘palmwijn’, Toddy van te maken, hoewel dat laatste op Barbados nu de een warme rumdrank is.

Recepten (beide vegetarisch ook nog eens!):

PALMHARTENSALADE met avocado en mango

-Blikje palmharten, in plakken gesneden
-Rijpe avocado, in blokjes
–Rijpe mango, in blokjes
–Halve (beslist onrijpe) komkommer, met zaad en schil, in blokjes
–Rode paprika, gedunschillerd en is niet te fijne stukjes gesneden
–Sappig, niet-te-heet rood pepertje, in ringen
–Koriander of, als men dat niet blieft, verse munt.
(Maar wie koriander naar zeep vindt smaken proeft in mango boenwas en eet deze salade tóch al niet…)

Aanmaken met een vinaigrette van 4 el olie en het sap van een halve limoen, met flink zout en versgedraaide zwarte peper.

Lekker bij geroosterd varkensvlees. Dat dan weer wel…

RUM TODDY

- 2 borrelglazen bruine (Barbados)rum
- 4 el honing
- 3 el vers citroen- of limoensap
- De onder heet water ‘opengeboende’ schillen van een halve citroen
- Mespunt versgeraspte nootmuskaat, of twee mespunten, mag ook
– een snufje goeie Ceylon-kaneel (traditioneel een stokje heel, maar da’s zonde, en het drinkt ook lastig.)
– Halve kop kokend water

Doe de ingrediënten in een mok, roer ze door en pas eventueel de smaak aan met extra honing, sap of specerijen.

Oh, en nog een raadsel, niet terug te vinden in de onvolprezen Peterson: welke vogel heeft maar één poot?

˙ǝɾʇuɐɐɥ ɟlɐɥ uǝƎ

dirk

langzamerhand wordt het hier wel off-off-off-topic, maar wel weer gezellig, tijd voor een glaasje jamaica rum!

dirk

de derde dan!

menno

Ik heb wel eens gedacht dat het aardig zou zijn om een forum te creeeren waar vooral off topic over eten in de allerbreedste zin van het woord “gesproken” kan worden. En bij voorkeur waar Marjoleine de Vos, Janneke Vreugdenhil en nog enkele ter zake kundigen af en toe een duit in het zakje doen. Janneke heeft trouwens een eigen site http://www.etenenzo.nl/ (als ik reclame maken mag).

dirk

@ menno: dat bestaat al en heet: foodlog.nl,van dick veerman, ken je natuurlijk al, maar daar druipen de echte koks en kokkerellers (bv lizette kruyff) wel langzaam af, merkwaardig hoe weinig voedselproducenten (bv louise fresco) en voedselconsumenten en -genieters gemeen hebben, het is altijd het een of het ander, dat vind ik wel jammer, eigenlijk! how come?

Piet

@ S.F. van Hest, over de smaak van mango heeft Purseglove een aardige witz: “It has been variously described as ‘king of all fruits’ and ‘a ball of tow soaked in terpentine and molasses, and you have to eat it in the bath tub’”. (Ik kom later terug op de vermeend foutieve naam koolpalm).

S.F. van Hest

@Piet

Uw bibliotheek lijkt, ondanks ontstentenis van Heimans en Thijsse en Heukels, nog redelijk intact, of althans welvoorzien, gezien Peterson en Purseglove.
(En die laatste is ook nog bijzonder nuttig in de tropen!

De afkeer van mango schijnt trouwens –net als die van koriander– te maken te hebben met zowel een genetische als sociale factor: sommige mensen hebben een tong die per definitie ‘iets vies’ proeft, in beide gevallen.
Sommige anderen hebben die smaken het nooit als ‘eetbaar’ ingeprent gekregen tijdens hun jeugd, en ‘herkennen’ het later niet meer als eetbaar, laat staan als ‘lekker’.
(Omdat het dat eigenlijk ook niet ís.)

Helaas behoor ik zelf tot de genetisch misdeelden, althans zegt mijn mond ‘nee’ tegen zowel koriander als mango.

Inderdaad proef ik in mango terpentine, wanneer ik zeg ‘schoensmeer’. (Schoensmeer bevat terpentine!)
En slechts een flinter koriander kan mijn smaak zodanig oversturen of ‘in de war maken’ dat erna zelfs de koffie en het toetje me niet meer smaken…

Overigens ben ik benieuwd naar de uitleg of argumentatie voor wat betreft Purseglove’s having to eat it [mango] in a bathtub; ik vraag me dan af which, what, whose bathtub, where, and –particularly–: WHY?

Piet

S. F. van Hest, De Nederlandse soldaat A. Kappler schreef rond 1850 over de nu Roystonea oleracea genoemde palm:
De middelweg van het fort bestond uit eene heerlijke laan van koninklijke palmen, doorgaans koolboom genoemd,(Areca oleracea, Linn.); hunne toppen, waarvan de
bladeren in de gedaante van eene pluim groeijen, raakten elkander bijna aan, en vormden een prachtig gewelf. De digt bebladerde boomen eener andere laan droegen groote, eivormige vruchten van eenen tot genot uitlokkenden geur. Ofschoon ik ze niet kende, at ik er eenige van en vond ze voortreffelijk. Het waren mango’s
(Mangifera indica), die op dezen tijd rijp zijn en somtijds twee oogsten ‘s jaars opleveren. Deze
vruchten hebben de grootte van een ganzenei, zijn gewoonlijk aan den eenen kant een weinig ingedrukt, rijp zijnde geel van kleur, en even als de bladen des booms van eenen terpentijnachtigen reuk. De schil wordt er afgetrokken en men zuigt het gele, vezelige vleesch van den steen, die eenigzins plat, doch bijna even lang is als de vrucht. De smaak er van is zeer zoet en aangenaam, en laat zich niet met dien van eene enkele europesche vrucht vergelijken; de vezels van het vleesch blijven ligtelijk tusschen de tanden zitten.
A. Kappler, Zes jaren in Suriname (1854),(p.21-22).
Het woord koolboom of koolpalm was dus toen al in Suriname in gebruik (hoewel de palm daar oorspronkelijk niet voorkomt).
Volgens Henderson, Galeano en Bernal, Field Guide to the Palms of the Americas, wordt Roystonea oleracea op meerdere plaatsen Cabbage palm genoemd, net als de Sabal palmetto.

Piet

S.F. van Hest, Rond 1850 schreef een Nederlandse soldaat in Suriname: De middelweg van het fort bestond uit eene heerlijke laan van koninklijke palmen, doorgaans koolboom genoemd,(Areca oleracea,Linn); hunne toppen, waarvan de bladeren in de gedaante van ene pluim groeijen, raakten elkaar bijna aan, en vormden een prachtig gewelf (A. Kappler, Zes jaren in Suriname, 1854). Het woord koolboom voor de nu Roystonea oleracea hetende palm was dus toen al in gebruik (de palm is in Suriname een exoot). Volgens Henderson, Galeano & Bernal, Field Guide to the Palms of the Americas, wordt de R. oleracea op meerdere plaatsen Cabbage palm genoemd, net als de Sabal palmetto.

dirk

@ Piet: het zal U ook wel bekend zijn dat NLers die over het Amazonewoud vliegen dat woud steevast met een boerenkoolveld vergelijken, dat kennen ze nl maar al te goed van thuis, en het heeft er ook idd veel van weg!

dirk

@ piet en es ef: en dan heb je tot overmaat van ramp ook nog de palmkool, een koolsoort die er met zijn losse bladeren in de kroon als een klein palmpje uitziet.

S.F. van Hest

@Piet

Van 75 van die palmen in uw tuin zou het sap af te tappen zijn: hoeft u nóóit meer Palmwijn te kopen! ;-)

@dirk

Ja, die palmkool ken ik, die is hier ook al eens de revue gepasseerd, onder de Italiaanse naam Cavolo Nero, ‘zwarte kool’.
(Brassica oleracea)

Het bijzondere was dat niet de hele plant in één keer werd geoogst, maar dat je gedurende een langere periode naar behoeven bladeren van de plant haalt.
Zodoende ontstaat er een kale stam (gelijkend op een spruitenstronk), met bovenop een toef blad: nèt een palm!