Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Eieren in een bakje met kippenlevertjes

Oeufs en cocotte maakt u als volgt:

Verwarm de oven op 170 graden. Besmeer een ramekin (een klein aardewerken schaaltje) van binnen met boter. Zet het schaaltje in een bakblik of braadslee. Breek een ei en giet het voorzichtig in het beboterde schaaltje. Giet er één eetlepel room overheen (alleen over het eiwit) zet het bakblik in de hete oven en giet er kokend water in tot halverwege de hoogte van de ramekin. Bak het ei (of uiteraard meer eieren) zo’n 10 minuten in de oven, druk even voorzichtig met een lepeltje op het wit om te voelen of het de door u gewenste gaarheid heeft.

Eet direct op, met broodruitertjes bijvoorbeeld of met kappertjes of met fijngehakte kruiden (kervel, dragon, bieslook, peterselie).

voor 4 personen:

2 dl rode wijn

1 takje tijm

1 laurierblad

1 sjalot

1 dl kalfsbouillon

4 (biologische) kippenlevers

1 el boter

1 el olie

4 eieren

Verwarm de oven voor op 170 graden

Snijd de sjalot in dunne plakjes. Breng de wijn aan de kook met de laurier en de tijm en laat hem op laag vuur tot de helft inkoken. Doe de sjalot erbij en de bouillon en laat weer tot de helft inkoken. Verwijder het laurierblad en de tijm en maak de saus zo nodig verder op smaak met zout en peper. Zet opzij.

Spoel de kippenlevers goed af, verwijder eventuele gal (groen) en vet of sliertjes. Droog de kippenlevers.

Verwarm de olie in een koekenpannetje en bak de levers in een paar minuten aan alle kanten bruin. Bestrooi ze met wat zout en peper. Doe de kippenlever bij de wijnsaus.

Vet de ramekins in met de boter en verdeel de saus met de lever over de vier bakjes. Breek in elk bakje voorzichtig een ei en plaats de bakjes in een bakblik met kokend water tien minuten in de oven.

Eet met geroosterd brood.

8 reacties op 'Eieren in een bakje met kippenlevertjes'

Jan-Willem

Broodruitertjes? Bedoel je niet broodsoldaatjes?

S.F. van Hest

Toen ik vorige week zatedag op het recpt van Marjoleine de Vos reageerde gaf ik aan dat het jammer was dat juist haar –immers raison d’être en moeder der Thuiskoks– begeleidende drum und dran zo node gemist wordt bij publicatie in deze rubriek.

(Waar van alle andere auteurs het ‘hele verhaal’ ook op internet wordt geplaast krijgen we op zaterdag slechts een recept, zonder meer.)

Nu stond in het verhaal van vandaag niks specifieks over bijgaand recept, zoals vorige week met het quinoa-mysterie wel het geval was.

Maar het was zo’n geweldig stuk –over Lijden, immers Pasemis, en de (dubbele) rol van eten–, met als subliem ironische pay-off een verwijzing naar pâtissier Cees Holtkamp, dat ik zo vrij ben het hieronder integraal te knipplakken voor de niet-abonnees.

(Met het risico gemodereerd te worden of wellicht mijn abonnementsvoorwaarden te schenden, hoewel iets uit NRC.nl pikken om het op NRC.nl te citeren iets is waar cyberjuristen zich verder het hoofd over mogen breken. Komtie!)

Mager Pasen

Wat maakt een feest tot een feest? Niet de aanleiding toch, al zou het heel mooi zijn als je je steeds geweldig verheugde dat Piet weer een jaar ouder is geworden of dat Christus waarlijk is opgestaan – in sommige Griekse dorpjes lijkt dat nog wel zo te zijn, daar roepen mensen elkaar op straat toe: „Christus is opgestaan!” en de ander antwoordt op blijde toon: „Hij is waarlijk opgestaan!”

Maar hier zie ik de deelnemers aan het paasontbijt niet direct dergelijke kreten slaken.

Een feest is eerder een feest doordat je met meerdere mensen bijeenkomt. Het vieren zit hem in het bij elkaar komen en samen iets doen. En dat doen is tegenwoordig negen van de tien keer: eten. Praten en eten. Iets feestelijkers kunnen we blijkbaar maar moeilijk verzinnen. En het is ook zeker zo dat je in een goede stemming kunt raken van een glaasje en een hapje. Al is het eigenlijk het plezierigste om eerst met zijn allen iets anders te doen of bij te wonen, een of ander ritueel, een tocht, een concert. Dat schept gezamenlijkheid en dan daarna ga je die gezamenlijkheid feestelijk onderstrepen met wat lekkers.

Maar zo doen we het vaak niet meer. Een feestje betekent: eten.

Het drong pas echt tot me door toen ik het boek Vet! las, met als ondertitel: ‘Kinderen over obesitas. Hoe kom je eraan en kom je er vanaf?’ Er stond in dat sommige ouders wanhopig werden van alle ‘feestjes’ die nu zelfs op school worden gehouden: paasontbijten, kerstdiners, verjaarstraktaties met manden vol snoep. Feestjes zijn een excuus om je vol te proppen. En als je een dik kind hebt, of zelf een dikke volwassene bent, is dat helemaal niet zo feestelijk.

Ooit moet het dat wel geweest zijn. Als het aanbod in het algemeen schraal is, en de mensen niet heel veel te eten hebben en in ieder geval niet of nauwelijks te snoepen, is een taartje op een verjaardag of een borrel met hapjes inderdaad een traktatie. Maar in zo’n wereld leven wij al lang niet meer. Integendeel: het snoep vliegt je om de oren. Wie door een stad loopt ruikt en ziet overal eten. Was het ooit not done om op straat te eten, nu loopt iedereen te kauwen, ijs te eten, aan flesjes sportdrank te leuren.
Troost

Dikzijn, en dan bedoel ik niet een kilootje meer dan je zelf elegant vindt, maar serieuze obesitas, is een ziekte. Zeggen de artsen die in dit boek, geschreven door journalist Inger Boxsem en met foto’s van Wout Jan Balhuizen, aan het woord komen. Ze spreken zelfs van een chronische ziekte: obesitas is ongeneeslijk. Wie de genetische aanleg heeft om dik te worden en dat als kind ook inderdaad al wordt, heeft weinig kans er ooit nog vanaf te komen. De oorzaken zijn talrijk: niet alleen de lichamelijke dispositie speelt een rol, maar ook de omgeving (het royale voedselaanbod), de houding van de ouders, stress, depressie enzovoort. Hoogleraar ontwikkelingspsychologie Caroline Braet zegt in het boek dat als je geboren wordt met het genetische risico op overgewicht, de omgeving ‘het externe virus’ is dat op je afkomt: overal feestjes, overal vreterij.

De verhalen van de dikke kinderen zijn vaak tragisch: ze worden gepest, uitgescholden, geknepen of geprikt (‘in je vet voel je toch niets’), één jongen is zelfs een keer omsingeld door tien kinderen en met een fietspomp geslagen. Een meisje dat een schaatswedstrijd reed tegen een jongetje hoorde een man tegen dat jongetje roepen: ‘Kom op, je kunt toch wel winnen van die dikke!’. Kinderen worden op straat nageroepen, een meisje vertelt dat een jongen tegen haar zei dat ze wel 6.000 kilo woog en tegen haar fiets schopte „en die was net nieuw”. Een ander meisje hoort de kinderen in haar klas zingen: „Hangbuikzwijn, hangbuikzwijn, M. wil op vakantie maar de auto is te klein.” Het is hartbrekend als je die soms zo angstige en verdrietige ronde gezichtjes ziet en die veel te zware lichamen.

Veel van de ouders van de kinderen zijn ook aan de dikke kant. Lang niet allemaal weten ze erg veel van calorieën – menigeen dacht tot voor kort dat vruchtensappen reuze gezond zijn, terwijl die net zo tjokvol suiker zitten als frisdranken. En uit de verhalen blijkt ook steeds dat eten in de gezinnen voor veel meer dan noodzakelijke voeding staat: voor gezelligheid, voor liefde, voor troost. En dan vinden de meeste mensen het ook nog lekker, niet te vergeten.

De straf daarvoor is hoog: de kinderen lijden soms op hun twaalfde al aan ouderdomssuiker, ze gaan een ongezonde toekomst tegemoet met gewrichtsklachten, hart- en vaatziekten, bewegingsbeperkingen, vruchtbaarheidsproblemen, problemen met de geestelijke gezondheid.

Aiaiai. Als je dit boek leest, wil je meteen ophouden met eten of toch in ieder geval met snoepen. En al helemaal met feestjes die geheel uit eten bestaan. Waarom zijn we ook allemaal zo enorm druk met eten? Zelfs in ontwikkelingslanden schijnt het aantal obesitasgevallen flink toe te nemen. De hele wereld is veranderd in één grote Mars. Het is al jaren zo dat bevolkingsgroepen die vroeger prima aten, zoals de Kretenzische boeren wier dieet van veel groenten, noten, granen en olijfolie ons steeds wordt voorgehouden als het ultieme, gezonde mediterrane dieet, nu ook gewoon dik en pafferig zijn en zich zelf allang niet meer aan dat dieet houden.

Vet, zoet, kant-en-klaar, die aantrekkelijkheden zijn overal ter wereld goed verkrijgbaar.

Ook in eigen huis. Overvloed staat voor gastvrijheid, dat is nu eenmaal zo, altijd en overal geven mensen die gasten aardig willen onthalen die gasten naar vermogen te eten en te drinken van het beste dat ze te bieden hebben. Al staat nu juist de Nederlandse cultuur niet zo erg bekend om dat aspect, we hebben het toch aardig geleerd inmiddels. Niet meer na één koekje de koektrommel dichtklappen maar royaal aanbieden: neem! neem!

Willen we de obese medemens, en vooral het obese kind, helpen, dan moet dat voortaan een beetje anders. Geen paasontbijt waar je drie dagen op zou kunnen teren, maar gewoon een of twee met zorg bereide dingen. Na een inspannende eierzoektocht – bewegen is heel belangrijk.

De feestelijkheid moet niet opstijgen uit de slagroom, maar uit onszelf.
====
Zie in een filmpje op het weblog Honger&Dorst hoe patissier paaskuikens van suker maakt: nrc-punt-nl-slash-hongerendorst

S.F. van Hest

Toen ik vorige week zatedag op het recpt van Marjoleine de Vos reageerde gaf ik aan dat het jammer was dat juist haar –immers raison d’être en moeder der Thuiskoks– begeleidende drum und dran zo node gemist wordt bij publicatie in deze rubriek.

(Waar van alle andere auteurs het ‘hele verhaal’ ook op internet wordt geplaast krijgen we op zaterdag slechts een recept, zonder meer.)

Nu stond in het verhaal van vandaag niks specifieks over bijgaand recept, zoals vorige week met het quinoa-mysterie wel het geval was.

Maar het was zo’n geweldig stuk –over Lijden, immers Pasemis, en de (dubbele) rol van eten–, met als subliem ironische pay-off een verwijzing naar pâtissier Cees Holtkamp, dat ik zo vrij ben het hieronder integraal te knipplakken voor de niet-abonnees.

(Met het risico gemodereerd te worden of wellicht mijn abonnementsvoorwaarden te schenden, hoewel iets uit NRC.nl pikken om het op NRC.nl te citeren iets is waar cyberjuristen zich verder het hoofd over mogen breken. Komtie!)

S.F. van Hest

Mager Pasen

Wat maakt een feest tot een feest? Niet de aanleiding toch, al zou het heel mooi zijn als je je steeds geweldig verheugde dat Piet weer een jaar ouder is geworden of dat Christus waarlijk is opgestaan – in sommige Griekse dorpjes lijkt dat nog wel zo te zijn, daar roepen mensen elkaar op straat toe: „Christus is opgestaan!” en de ander antwoordt op blijde toon: „Hij is waarlijk opgestaan!”

Maar hier zie ik de deelnemers aan het paasontbijt niet direct dergelijke kreten slaken.

Een feest is eerder een feest doordat je met meerdere mensen bijeenkomt. Het vieren zit hem in het bij elkaar komen en samen iets doen. En dat doen is tegenwoordig negen van de tien keer: eten. Praten en eten. Iets feestelijkers kunnen we blijkbaar maar moeilijk verzinnen. En het is ook zeker zo dat je in een goede stemming kunt raken van een glaasje en een hapje. Al is het eigenlijk het plezierigste om eerst met zijn allen iets anders te doen of bij te wonen, een of ander ritueel, een tocht, een concert. Dat schept gezamenlijkheid en dan daarna ga je die gezamenlijkheid feestelijk onderstrepen met wat lekkers.

Maar zo doen we het vaak niet meer. Een feestje betekent: eten.

Het drong pas echt tot me door toen ik het boek Vet! las, met als ondertitel: ‘Kinderen over obesitas. Hoe kom je eraan en kom je er vanaf?’ Er stond in dat sommige ouders wanhopig werden van alle ‘feestjes’ die nu zelfs op school worden gehouden: paasontbijten, kerstdiners, verjaarstraktaties met manden vol snoep. Feestjes zijn een excuus om je vol te proppen. En als je een dik kind hebt, of zelf een dikke volwassene bent, is dat helemaal niet zo feestelijk.

Ooit moet het dat wel geweest zijn. Als het aanbod in het algemeen schraal is, en de mensen niet heel veel te eten hebben en in ieder geval niet of nauwelijks te snoepen, is een taartje op een verjaardag of een borrel met hapjes inderdaad een traktatie. Maar in zo’n wereld leven wij al lang niet meer. Integendeel: het snoep vliegt je om de oren. Wie door een stad loopt ruikt en ziet overal eten. Was het ooit not done om op straat te eten, nu loopt iedereen te kauwen, ijs te eten, aan flesjes sportdrank te leuren.
Troost

Dikzijn, en dan bedoel ik niet een kilootje meer dan je zelf elegant vindt, maar serieuze obesitas, is een ziekte. Zeggen de artsen die in dit boek, geschreven door journalist Inger Boxsem en met foto’s van Wout Jan Balhuizen, aan het woord komen. Ze spreken zelfs van een chronische ziekte: obesitas is ongeneeslijk. Wie de genetische aanleg heeft om dik te worden en dat als kind ook inderdaad al wordt, heeft weinig kans er ooit nog vanaf te komen. De oorzaken zijn talrijk: niet alleen de lichamelijke dispositie speelt een rol, maar ook de omgeving (het royale voedselaanbod), de houding van de ouders, stress, depressie enzovoort. Hoogleraar ontwikkelingspsychologie Caroline Braet zegt in het boek dat als je geboren wordt met het genetische risico op overgewicht, de omgeving ‘het externe virus’ is dat op je afkomt: overal feestjes, overal vreterij.

De verhalen van de dikke kinderen zijn vaak tragisch: ze worden gepest, uitgescholden, geknepen of geprikt (‘in je vet voel je toch niets’), één jongen is zelfs een keer omsingeld door tien kinderen en met een fietspomp geslagen. Een meisje dat een schaatswedstrijd reed tegen een jongetje hoorde een man tegen dat jongetje roepen: ‘Kom op, je kunt toch wel winnen van die dikke!’. Kinderen worden op straat nageroepen, een meisje vertelt dat een jongen tegen haar zei dat ze wel 6.000 kilo woog en tegen haar fiets schopte „en die was net nieuw”. Een ander meisje hoort de kinderen in haar klas zingen: „Hangbuikzwijn, hangbuikzwijn, M. wil op vakantie maar de auto is te klein.” Het is hartbrekend als je die soms zo angstige en verdrietige ronde gezichtjes ziet en die veel te zware lichamen.

Veel van de ouders van de kinderen zijn ook aan de dikke kant. Lang niet allemaal weten ze erg veel van calorieën – menigeen dacht tot voor kort dat vruchtensappen reuze gezond zijn, terwijl die net zo tjokvol suiker zitten als frisdranken. En uit de verhalen blijkt ook steeds dat eten in de gezinnen voor veel meer dan noodzakelijke voeding staat: voor gezelligheid, voor liefde, voor troost. En dan vinden de meeste mensen het ook nog lekker, niet te vergeten.

De straf daarvoor is hoog: de kinderen lijden soms op hun twaalfde al aan ouderdomssuiker, ze gaan een ongezonde toekomst tegemoet met gewrichtsklachten, hart- en vaatziekten, bewegingsbeperkingen, vruchtbaarheidsproblemen, problemen met de geestelijke gezondheid.

Aiaiai. Als je dit boek leest, wil je meteen ophouden met eten of toch in ieder geval met snoepen. En al helemaal met feestjes die geheel uit eten bestaan. Waarom zijn we ook allemaal zo enorm druk met eten? Zelfs in ontwikkelingslanden schijnt het aantal obesitasgevallen flink toe te nemen. De hele wereld is veranderd in één grote Mars. Het is al jaren zo dat bevolkingsgroepen die vroeger prima aten, zoals de Kretenzische boeren wier dieet van veel groenten, noten, granen en olijfolie ons steeds wordt voorgehouden als het ultieme, gezonde mediterrane dieet, nu ook gewoon dik en pafferig zijn en zich zelf allang niet meer aan dat dieet houden.

Vet, zoet, kant-en-klaar, die aantrekkelijkheden zijn overal ter wereld goed verkrijgbaar.

Ook in eigen huis. Overvloed staat voor gastvrijheid, dat is nu eenmaal zo, altijd en overal geven mensen die gasten aardig willen onthalen die gasten naar vermogen te eten en te drinken van het beste dat ze te bieden hebben. Al staat nu juist de Nederlandse cultuur niet zo erg bekend om dat aspect, we hebben het toch aardig geleerd inmiddels. Niet meer na één koekje de koektrommel dichtklappen maar royaal aanbieden: neem! neem!

Willen we de obese medemens, en vooral het obese kind, helpen, dan moet dat voortaan een beetje anders. Geen paasontbijt waar je drie dagen op zou kunnen teren, maar gewoon een of twee met zorg bereide dingen. Na een inspannende eierzoektocht – bewegen is heel belangrijk.

De feestelijkheid moet niet opstijgen uit de slagroom, maar uit onszelf.
====
Zie in een filmpje op het weblog Honger&Dorst hoe patissier paaskuikens van suker maakt: nrc-punt-nl-slash-hongerendorst

menno

Ik sprak zojuist per telefoon een vriendin die al 30 of 40 jaar in Griekenland woont, maar ik kreeg niet echt de indruk dat ze elkaar dit jaar op blijde toon iets toeroepen, maar misschien komt dat nog.
En dan nog wat als het mag, er staat “….moeder der Thuiskoks…..” Wellicht in figuurlijke zin, maar mijn indruk is dat Marjoleine daar veel en veel te jong voor is. Maar ze is natuurlijk wel Opperthuiskok!!!

Ed Rook

@S.F. van Hest: Zo betaal ik voor niets mijn abonnement.
Dat extraatje van Marjoleine is juist voor de vaste betalers. Dan zijn we even onder elkaar!

menno

@Ed Rook, De thuiskok is langzamerhand wel de belangrijkste rubriek van de krant.

Ed Rook

@menno: so what?