De gesel der liflaf-gezelligheid
In steeds meer restaurants bestel je niet meer een saai driegangenmenu, maar ‘hapjes’. ‘Kleine gerechtjes’. Die je dan ‘gezellig’ kunt delen. Hier in de Vinex zit sinds kort ook zo’n etablissement. De inrichting is donker en überhip en de keuken is ‘oosters georiënteerd’. „Hoezo oosters”, mopperde ik, terwijl ik er met een grote boog omheen liep, op weg naar mijn geliefde buurtrestaurant, „Alsof je de Indonesische, Chinese en Japanse keuken zomaar hatsekidee op één grote hoop kunt gooien.”
Maar goed. Uiteindelijk ging ik er toch naar binnen. Omdat man zo van Thais houdt. En zoon van sushi. En omdat ik niet alleen conservatief, maar ook nieuwgierig ben. En toen bleken al die ‘hapjes’ zo ontzettend lekker dat ik de taupe geschilderde wandjes en zwarte vloerbedekking voor lief nam. En waarom zou een goeie kok eigenlijk geen Japanse zeewiersalade, Thaise viskoekjes en Chinese broccoli op tafel kunnen zetten, besloot ik toen we weer naar huis liepen. De thuiskok draait zijn hand toch ook niet om voor een eclectisch weekmenu van pizza, hutspot en noedelsoep? Het enige nadeel van het restaurant vond ik eigenlijk dat die hapjes zo verdomd klein waren. En dat ik ze vervolgens ook nog eens gezellig moest delen.
Vandaag een klein maar fijn gerechtje: tonijn in sesam. Koop bij een goede visboer twee verse, dikke tonijnbiefstukken. Collega Menno Steketee legde een paar weken geleden uit dat we skipjack- en albacoretonijnen nog met goed fatsoen kunnen eten, vraag ernaar.
Dep de biefstukken droog met keukenpapier. Meng vier eetlepels sojasaus met een beetje honing, een eetlepel mirin, een doperwt wasabi en iets zout. Kwast de tonijn in met dit mengsel en wentel de biefstukjes daarna door de sesam tot ze helemaal mooi bedekt zijn. Doe een klein beetje olie in een koekenpan en laat goed heet worden. Bak de tonijn aan beide zijden een halve minuut. Maak er wat snel-klaar ingelegde gember bij, door een flink stuk gember te schillen en in flinterdunne plakjes te snijden. Dat gaat het makkelijkst met een (Japanse) mandoline, maar met een dunschiller lukt het ook. Ongeveer 50 gram gember is genoeg. Kook de plakjes drie minuten in een klein beetje water en laat ze goed uitlekken. Verwarm 5 eetlepels rijstazijn met 2 eetlepels mirin, een halve eetlepel witte basterdsuiker en een stevige mespunt zout, tot de suiker is opgelost. Zet het vuur uit, roer de gember erdoor, dek af en laat zo een paar uur staan.
Snij de tonijn in mooie dunne plakjes. Leg die op vier borden – zodat niemand hoeft te delen – drapeer er wat gemberplakjes naast en geef er soyasaus en wasabi bij.
Tonijn in sesam
Voor 4 personen:
250-300 g tonijn
sojasaus
mirin
honing
wasabi
± 100 g sesam
gember
rijstazijn
