Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Voordeel van de minitompoes

Tijdens een goed gesprek met de hoofdredacteur van nrc.next leerde hij mij dat de mensheid in drie categorieën valt onder te verdelen, aan de hand van het tompoesdilemma. Er zijn die, die eerst de geglazuurde bovenkant van de tompoes halen en opzij leggen om die als laatste op te eten. Dan zijn er zij, die de bovenkant van de tompoes halen om vervolgens de onderkant met crème en al daar weer bovenop te zetten. Zo is de tompoes beschaafd met een vorkje te eten en heeft men toch bij elke hap de complete tompoesbeleving. De rest valt gewoon aan en zit onontkoombaar met een klodder crème op het bord of, in het ergste geval, in het kruis.

Ikzelf behoor tot de laatste categorie. Zelfs met mes en vork weet ik de crème niet binnen de koekranden te houden. Ik neigde in het verleden nog wel eens naar de eerste techniek, want ik vind eigenlijk alleen de gesuikerde bovenkoek van de tompoes lekker. Maar ik beschik niet over genoeg geduld om mij eerst door de kleffe hoop banketbakkersroom heen te vechten. Dat heeft iets te maken met korte- en langetermijnbevrediging.

Een favoriet tijdverdrijf in onze pubertijd was, na het nuttigen van een flinke joint, een tompoesbouwpakket van Smelik scoren. Als we echt in een gekke bui waren, bleven de zakjes instant-crème dicht en smeerden we alleen bovenkantjes.

Hoe dan ook, techniek twee biedt een goede uitkomst voor het tompoesdilemma. Maar de beste oplossing zijn voor mij nog steeds de bite size Tommies van Maître Paul. Omdat de minitompoesjes meer glazuuroppervlakte hebben ten opzichte van de crème patissier.

Nog zo’n probleem: vanaf welke kant eet je de appeltaart? Begin je bij de korst, zodat je die per hapje met een stukje natte vulling kunt eten? Of duik je er direct in vanaf het puntje en hak je aan het einde in drie happen dat droge stuk korst weg? Deze appeltaart met kardemom is op elke manier lekker.

Kneed de boter, suiker en het zout tot een egale massa. Meng een ei erdoor en kneed vervolgens met de bloem en het bakpoeder tot een mooie deegbal. Zet een half uurtje in plastic folie in de koelkast. Rooster ondertussen de amandeltjes in de oven tot ze bruin kleuren en beginnen te geuren.

Schil de appels en snij in grove stukken. Meng met de rasp en het sap van de citroen, het tweede ei, de kaneel, twee eetlepels jam en de amandeltjes. Haal de kardemomzaadjes uit de peulen en vijzel die of hak fijn met een mes. Meng ze door de appels.

Bekleed een ingevette springvorm met de helft van het deeg. Vul met het appelmengsel en maak met de rest van het deeg een raster van sliertjes er bovenop. Bak de taart 40- tot 45 minuten in een oven van 180 graden. Maak de laatste eetlepel jam warm en bestrijk daarmee de gebakken taart.

Appeltaart

Springvorm van 24 cm

6-8 jonagold appels

1 citroen

2 handjes halve amandeltjes

3-4 peultjes kardemom

1 el kaneel

3 el abrikozenjam

2 eieren

250 g boter

400 g bloem

zakje bakpoeder

200 g lichte basterdsuiker

mespuntje zout

21 reacties op 'Voordeel van de minitompoes'

cdleeuw

Er is nog eenvierde manier: de tompoesdeler. Met het bijgeleverde vorkje doorsnij je de room halverwege, zodat aan de boven- en onderkant allebei evenveel room bevatten. Vervolgens eet je om de beurt van de boven- en onderhelft. Dit komt in de buurt van de optimale tompoesbeleving

rudi

zucht

robb

niets zo smerig als een tompouce. Zelfs mijn poes is het hier met me eens.
bakpoeder, kardamon,(kardemom?)jam en amandelen? Dat is geen appeltaart.

Hans

Een tompouce zet ik op zijn “zijkant”, en dan met een mes verticaal een reepje afsnijden, dat je van het mes hapt.

Frank

Het lijkt me toch duidelijk sinds Nico Scheepmaker. Een tompouce kan men niet eten, die moet men demonteren.

fatima

Ik behoort tot de 1ste en 2de categorie…

eekie63

gaarne een correctie toevoegen : “de nederlandse tompoes dit & dat” … de franse mille-feuille* heeft vaak een tussenverdieping die al die zeverige opmerkingen neutraliseert. Niets te vieze of te dikke roomlaag die aangeboord moet worden. (* die van een echte ouderwetse bakker, niet die kant-en-klare brokstukken…)

menno

Zoals de Amerikanen spreken van “As American as apple pie” is dat allemaal toch afkomstig uit het decadente en verloren Europa en waarschijnlijk vooral uit Nederland. Geen café in ons land waar geen stuk (doorgaans fabrieks) appeltaart in de koelvitrine ligt. Met slagroom meneer?
Hoewel ik respect heb voor Joël’s recept kan ik niet laten het recept van mijn moeder te vermelden, dat al jaren met veel succes door mijn vrouw wordt voortgezet. Wij noemen het appeltaart, puristen zullen wel bezwaar maken. Dat hindert niet, iedereen doet wat hij of zij lekker vindt.
225 g. bloem
175 g. boter
175 g. basterdsuiker
1/2 citroen geraspt
snufje bakpoeder
Vulling
2 goudreinetten in stukjes gesneden
125 g rozijnen
75 g krenten
75 g amandelen zonder schilletje
1 zakje vanillesuiker
snufje kaneel
Aanpassen mag.
Nou ja, het deeg maken mag je bekend achten, dan in de springvorm en vullen met de gehusselde vulling, Daarover heen kruiselings reepjes deeg en bestrijken met losgeklopt eiwit.
Hup in het midden van de oven ongeveer 1 uur op ca. 175.
En de punten eten van het midden naar de buitenkant. Dat doe ik tenminste, maar iedereen moet doen wat zhij lekker vindt.

menno

hmmm, ik had de ingrediënten netjes onder elkaar staan, maar dat werkt niet.

S.F. van Hest

Het scherpe steakmes dat de gourmand altijd bij zich draagt –traditioneel vaak een Laguiole– bewijst ook bij de toumpouce goede diensten.

Nu is een gewoon, gekarteld tafelmes ook prima bruikbaar, alleen weten de meeste mensen nog altijd niet hoe dat werkt en gaan ze ermee dúwen in plaats van dat ze er mee sníjden: wie moeite heeft met een tompouce kan eigenlijk nog steeds niet met bestek omgaan!

Met de tanden van een gebaksvokje en een flukse, zelfverzekerde beweging doorsteekt en breekt men zonder probleem stukjes van de bovenste koek, en de onderste breekt door wat wrikken: een stukje boven- en onderkoek, bijeengehouden door de room, blijven dan keurig als hapje aan het vorkje plakken.

Een taartje eten: hoe moeilijk kan het zijn?
(Nouja, je ziet dus zelfs mensen de zijkantvan een vork gebruiken, om op mijn eigen retorische vraag te antwoorden.)

Nederlandse appeltaart trouwens ete men het best met een lepel, met al die losse rommel, die vieze kleffe deegbodem en die bonk onhandelbare margarinekoek.
Da’s geen taart, da’s een prakkie, maar-dan-anders.

Oh, en Joël: “pubertijd” kan ècht niet hoor, ook niet als woordspeling!
(Heeft NRC nou nog steeds geen grote computer die dat woord standaard weigert te verwerken? Je bent de enige niet namelijk…)

Lisa

@S.F. van Hest:
Puberteit en pubertijd zijn beide correcte Nederlandse woorden, die in veel naslagwerken staan. Het zijn niet zomaar spellingvarianten; ze hebben een verschillende betekenis.

De puberteit is ‘de periode waarin de geslachtsrijpheid intreedt en zich ontwikkelt’. Dit woord komt van het Latijnse pubertas, dat ‘het man-zijn’ betekent. Het Latijnse achtervoegsel -tas is in het Nederlands -teit geworden.

Pubertijd is een samenstelling van puber en tijd en betekent ‘de tijd dat je puber bent’, waardoor het synoniem is aan puberjaren.

Zie ook: http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/pubertijd-puberteit

Lisa

@S.F. van Hest: uberteit en pubertijd zijn beide correcte Nederlandse woorden, die in veel naslagwerken staan. Het zijn niet zomaar spellingvarianten; ze hebben een verschillende betekenis.

De puberteit is de periode waarin de geslachtsrijpheid intreedt en zich ontwikkelt. Dit woord komt van het Latijnse pubertas, dat het man-zijn betekent. Het Latijnse achtervoegsel -tas is in het Nederlands -teit geworden.

Pubertijd is een samenstelling van puber en tijd en betekent de tijd dat je puber bent, waardoor het synoniem is aan puberjaren. Zie ook: http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/pubertijd-puberteit

Lisa

Met excuses voor de dubbele reactie!

S.F. van Hest

@ Lisa

Dank, ik begrijp nu dat ‘pubertijd’ iets van de televisie is, een –inderdaad woordspelige– programmatitel, die ingeburgerd is geraakt.
(Net als “een ver-van-mijn-bed-show”, schiet me te binnen, maar dat terzijde.)

Dat wist ik niet.

In mijn 11e druk van DDvD (uit ’84; ‘punk’ staat er al in) komt ‘pubertijd’ niet voor; wèl ‘puberleeftijd’ en het veel fraaiere (en synonieme) ‘puberjaren’.

Het Groene Boekje zegt mij overigens helemaal niets –en met mij velen, waaronder de NRC-redactie, die het alternatieve ‘Witte Boekje’ hanteert–, dat acht ik als naslagwerk nog onbruikbaarder dan de Wikipedia.
(Iets dat ik u overigens niet aanwrijf: ik zeg het slechts ter verduidelijking van mijn standpunt.)

Want al mag ‘pubertijd’ dan tegenwoordig “correct Nederlands” zijn, persoonlijk krijg ik er spontaan acné van.

Maar nogmaals dank voor het inzicht: ik ga maar proberen er aan te wennen, want dat zal dus wel moeten, ben ik bang…

Lisa

@S.F. van Hest: ik volg zeker niet klakkeloos het Groene of Witte Boekje en heb bovendien geen tv, maar vind het erg interessant hoe taal evolueert. Waarschijnlijk zullen uw acné-uitbarstingen nog veel meer toenemen zodra u in de gaten krijgt dat ‘beter als’ binnen afzienbare tijd wellicht goedgekeurd wordt… Ik vind zulke ontwikkelingen bijzonder interessant en volg deze op gepaste afstand, zowel letterlijk en figuurlijk!

Lisa

Hum…ik voel me in dit geval genoodzaakt ook even te corrigeren: zowel letterlijk als figuurlijk!

menno

Modermismen allemaal. Gewoon vacantie en october met een c blijven schrijven etc., komt gewoon allemaal weer goed. En wat NRC Handelsblad betreft, eindelijk redacteuren een taalproef laten afleggen, teksten laten nalezen en je niet verschuilen achter deadlines (de Ombudsman), die hadden ze vroeger ook.
Krant lezen kost tegenwoordig 2x zoveel tijd omdat je ogen terugschieten om te zien of je de zin wel goed hebt gelezen.
Hola, dit is een Thuiskok rubriek.

menno

@S.F.van Hest, appeltaart met een lepel lijkt me uitstekend, vooral als die gevuld is zoals in “mijn” recept met wat we charoset noemen, zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Charoset
Maar met een kleffe bodem en margarine zou ik hem in de groene Klikobak gooien.

S.F. van Hest

@Lisa

Nogmaals dank, en geen zorgen: ik ben purist noch frik, (hoewel soms met de neiging tot ‘grumpy old man’, maar daar kun je honderd mee worden, schijnt), ben me bewust van de evolutie van taal en daar ook actief in geïnteresseerd.

Dat van die ‘pubertijd’ wist ik niet; het was sowieso al noot verboden, maar ik vind ‘t gewoon niet tof, het voelt niet goed.
(Gesproken is nog een ander verhaal: zoals Onze Taal ook aangeeft is er een klemtoonverschil tussen ‘puberteit’ en ‘pubertijd’. Op schrift ontstaat er echter twijfel.)
Anders gezegd: het is een neologisme dat ik in de NRC niet verwachtte.
Nog anders gezegd: als beroepsschrijver, of als ‘krant’, zou je zo’n woord niet moeten willen gebruiken, al is het maar om misverstanden te voorkomen.
Heldere communicatie, en voorbeeldfunctie/autoriteit.

Dat taal verandert staat daar in zekere zin los van. Ik denk niet dat ik een ‘traditionalist’ ben als ik vind dat er óók een aantal ijkpunten, ‘instituten’ mogen, moeten zijn, blijven, en dat juist ook een krant als de NRC die rol kan blijven vervullen.
(Voor hip ‘helemaal gezellig’ gebeuzel pak ik de Viva en voor ‘je geloofd het niet’ neem –nee, mijdt– ik de Spits. En op dat wereldwijze digitale snelweb kom je soms ook wat tegen…)

“Hunnie ze auto kost net zo duur als die huis van me dingesetante” hoor, lees ik nu al geregeld, en reken ik dan ook gewoon goet…

En die puistjes verdwijnen uiteindlijk ook weer vanzelf! ;-)

S.F. van Hest

@ Menno

Ja, terug naar de taart!

Die Ashkenazische ‘taart-zonder-taart’ kende ik niet, maar is een schitterend voorbeeld.
Zal je zien dat Nederlanders weer gaan mopperen dat er geen kleffe bodem en harde koek bij zit.
Op zich boeit die koek niet –ander zou ‘ie inmiddels wel beter zijn, ontwikkelingstechnisch–, maar het deeg moet je dik een uur kneden, met de hele familie, kleinkinderen incluis, met spierpijn als getuige, en dat de taart daardoor oneetbaar is hóórt zo, is traditie: zo deed oma het ook al!

“Maakt niet uit of het lekker is, als er maar genoeg is.”, heb ik eens iemand horen zeggen, terwijl hij taart at omdat ‘ie honger had.
Dat betrof een Nederlander, en appeltaart. Dus ja…

En dank voor die charoset. Mazzeltof!

A.Willemsen

De tompoes (tompouce hoort hij te heten) want zo’n mooie naam hoort bij dit mooie produkt.
Maar…. de tompouce is de tompouce niet meer, behalve(voorzover mij bekend) bij banketbakkerij Holtkamp in Amsterdam en Maassluis.
Dáár wordt de vulling, de gele banketbakkersroom, nog gekóókt en wel met rauwe koemelk! Zó hoort dat! Dus daar géén “instanttroep”als vulling. En de bovenlaag is daar geen dikke laag “uitrolfondant”, maar échte fondant dat verwarmd wordt een uitgegoten en uitgestreken over de bovenplak. Daarvan is een filmpje te zien op you tube.
Dat is dus de TOMPOUCE, zoals het hoort en…smullen!
Als je hem/haar eet, dan kan dat op een gebaksschaaltje, pakt hem tussen duim en wijsvinger en snijdt hem met een kartelmesje aan reepjes van ca 2 cm. (meer mag ook) en prik aan het gebaksvorkje. Gewoon de héle tompouce tussen duim en wijsvinger en zó uit de hand opeten mag ook (is eigenlijk nog veeeeel lekkerder!!)
Wat betreft de appeltaart heb ik een paar voorkeuren. Géén bakpoeder, maar in plaats daarvan bicarbonaat (gewoon zuiveringszout), bij de apotheek te koop; de boter vervangen door half/half boter en margarine (voor een minder slap deeg) en de afdeklaag van abrikozenjam niet verwarmen, maar met het vocht (citroensap of iets water) even opkoken. Dan geleert het mooier.