Een vrijmoedige carnavalssnack

Bestaat het nog? Echt feest-eten, gerechten en lekkernijen die alleen op bepaalde feestdagen op tafel komen? We kennen de pepernoten die al eind augustus in de schappen liggen. Paaseitjes arriveren al voor Driekoningen en ‘proef’stolletjes zijn het hele jaar te koop. Je kunt het ook positief zien: het is alle dagen feest.

Nonnevotten wacht eenzelfde lot. Vanouds zijn ze een carnavalslekkernij, maar deze zomer at ik ze in Venlo en het schijnt dat je ze het hele jaar kunt krijgen. Een nonnevot, ook bekend als strik, is simpel gefrituurd gebak, gemaakt van opgevoerd brooddeeg. De naam vraagt om een verklaring. De meest gehoorde is dat nonnevot verwijst naar de strik die nonnen vroeger op hun achterste (= vot) droegen.

Het doet recht aan wat de carnavaleske essentie lijkt te zijn, een vrijmoedige, zo niet platte omgang met gezag, geloof en lichamelijkheid. De drank is ook in het spel, de nonnevotten leggen een goede bodem voor het aanrichten van een drinkgelag.

Bij het huis-, tuin- en keukenbakwerk is het altijd weer verbazingwekkend hoe recepten uiteen kunnen lopen. Zo ook bij de receptuur voor nonnevotten. Een factor twee verschil in de verhoudingen tussen de hoeveelheden ingrediënten is geen uitzondering. Ook lopen de raadgevingen en geboden sterk uiteen. De Vlaamse tv-chef Piet Huysentruyt is resoluut. In nonnevotten horen eieren noch zout. En je bestrooit ze enkel met basterdsuiker, door hem bastaardsuiker genoemd. Ik heb alle aanwijzingen geprobeerd. Zo’n 36 nonnevotten verder kan ik stellen, over het zout verschillen Piet en ik van mening. Net als over het ei en de basterdsuiker.

Smelt de boter, laat hem iets afkoelen. Los de verbrokkelde gist op in lauwe melk en roer er 20 gram suiker door. Zet hem op een warme plek tot zich belletjes beginnen te vormen. (Met 7 gram gedroogde gist kan het ook. Meng in dat geval de gist door de bloem en kneed in een keer alle ingrediënten tot een stevig deeg.) Zeef de bloem in een kom. Maak een kuiltje in het midden. Giet het gist-melkmengsel in het kuiltje. Voeg een losgeklopt ei toe en de gesmolten boter. Kneed alles in een minuut of tien tot een stevig deeg. Laat onder een vochtige doek het deeg in een uur op een warme plek rijzen. Kneed het deeg even door en rol het uit tot een rechthoekige lap met een lengte van dertig centimeter. Snijd de lap in twaalf lange repen. Vouw elk reep tot een cirkel en leg de uiteinden in een losse knoop. Laat ze nog tien minuten narijzen. Verwarm de frituurolie tot 180 graden. Bak de nonnevotten met twee of drie tegelijk in olie in ongeveer drie minuten goudbruin. Draai ze halverwege de baktijd om. Laat ze even uitlekken en bestrooi ze meteen met een mengsel van fijne suiker en kaneel. Eet ze absoluut warm.

Nonnevotten

Voor 12 stuks:

250 g bloem

125 ml volle melk

20 g verse gist

20 g suiker

5 g zout

60 g boter

1 ei

60 g fijne suiker

2 tl kaneelpoeder

2 reacties op 'Een vrijmoedige carnavalssnack'

Veronica Cramer

Die kun je hier het hele jaar door krijgen. Ze heten
een “Danish”. Maak dit maar niet alle dagen feest.
Wel erg lekker.

S.F. van Hest

@Veronica Cremer

Zo te horen zit u in de V.S., of daaromtrent?

Daar worden allerhande zoete broodjes –meestal nièt gefrituurd en bovendien met een vulling– aangeduid als ‘Danish’ (pastry).

Is niet helemaal hetzelfde: een nonnevot ligt dichter bij de ongevulde, eveneens gefrituurdedoughnut, die trouwens ook –wel– een Nederlandse oorsprong heeft.

De reden dat Vienneses ‘Danish’ worden genoemd in de V.S. (en omstreken) is omdat ooit (19e eeuw) een groep Weense ‘free-lancers’ een Deense bakkersstaking brak, en daarbij tussen neus en lippen de Viennese in Denemarken introduceerden.
Toen later alles weer koek en ei was tussen de Deense bakkers waren die gedwongen om aan de wensen van de inmiddels verwende klanten te voldoen, waaroor in no-time iedereen daar zoete broodjes bakte.

Aan het eind van de 19e en het begin van de 20e eeuw brachten Deense gelukszoekers hun favoriete ontbijt mee naar de V.S., waar het al gauw als lekkernij –niet als ontbijt, zoals bij die malle Denen– zijn zegetocht begon onder de herkomstnaam.

Denen noemen het zelf (ook) Wienerbrøt.

Een Cinnamon Donut komt nog het dichtst in de buurt van wat met buiten Limburg aan nonnevotbenadering kan aantreffen.
(Sterker nog, en dit mogen de Limburgers niet horen: ‘t is gewoon hetzelfde, op wat kinnesinne na.)

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief