Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Biefstuk. Helemaal uit Zuid Amerika?

Misschien is alleen al het bezoek aan een abattoir voldoende om een groot deel van de carnivoren definitief aan een andere passie te helpen. Ik zeg groot deel, want na mijn bezoek aan een slachthuis dat per dag 1800 koeien verwerkt of over de kling jaagt –net hoe je dat bekijkt- is mijn eigen vleesgoesting weliswaar niet verhevigd, maar er toch ook niet minder op geworden. Hoe dan ook, U bent dus gewaarschuwd eer u deze video consumeert.


“En, ging het een beetje humaan?”, wil een enkele thuisblijver weten. Een enkele, want de meeste vleeseters maken direct al een afwijzend gebaar dat zich niet laat miskennen: praat me er niet van. Met als achterliggende gedachte: ik lust nu mijn biefstukje nog, laat me in die toestand van beredeneerde onwetendheid.
Of het er een beetje humaan aan toe gaat, was de vraag. Jazeker, niemand minder dan Temple Grandin heeft zich gebogen over de vraag hoe de koeien de toegang tot het abattoir zouden ervaren. Grandin is een Amerikaans zoöloge die zich dankzij haar autisme zodanig weet in te leven in de gevoelswereld van de koe dat ze constructie adviezen geeft die de laatste gang van het dier (naar het slachthuis dus) zo stressvrij mogelijk maakt. De efficiëntie van de slachtlijn -killing floor vind ik een fraaiere benaming- en de stress die aan het slachtmoment vooraf gaat is in wezen maatgevend voor wat we als ‘humaan slachten’ percipiëren. Na de fatale seconde achter het luik in de muur van het abattoir, waar veel koeien nog met misplaatste nieuwsgierigheid naar uit blijken te zien, is het leven geweken en is de koe verder een product geworden dat aan de andere kant het gebouw verlaat als gekoelde, in plastic getrokken hompen vlees of technische delen: net hoe je het bekijkt.
Het abattoir dat ik bezocht staat in Brazilië. Een land zo groot als Europa, waar geen intensieve maar extensieve veeteelt bedreven wordt. Ruimte is daarbij allesbepalend. Op de eindeloze pampa’s grazen de koeien en leven hun natuurlijke leven in de open lucht, zonder stallen. Het afmesten vindt plaats op stukken land die daarvoor gereserveerd zijn, waar de vegetatie wat rijker was dan op de doorsnee pampa. Maar dit is een verdwijnend ideaalbeeld, want in Zuid-Amerika zijn grote veranderingen gaande. In Brazilië bijvoorbeeld is de welvaart er met sprongen op vooruitgegaan en dat feit wordt direct weerspiegeld in de (rund)vleesconsumptie. Niet alleen is de exportbalans daardoor naar de andere kant doorgeslagen: de 70 procent van het rundvlees die voorheen steevast geëxporteerd werd, consumeren de Brazilianen inmiddels zelf. Ook de productie wordt efficiënter gemaakt, door op grote schaal feed lots in te richten voor het afmesten. Dat zijn omheinde concentraties van runderen die door langsrijdende vrachtwagens gevoed worden en aldus tijdens de laatste maanden van hun leven luierend het einde afwachten. De uitgespaarde hectaren brengen meer op als maïsvelden en ook de groeiende kippenindustrie is profijtelijker dan de vleesproductie van het dwalende rund, maar nu dwaal ik af.
In grote lijnen kun je in Brazilië en Uruguay nog steeds spreken van extensieve veeteelt, waarbij het rund een behoorlijk natuurlijk leven leidt eer het geslacht wordt, als je de laatste maanden in de feed lot dus even buiten beschouwing laat.
Heeft het zin om het Zuid Amerikaanse vlees naar Nederland te transporteren? Het lijkt nogal een omweg. Maar vanuit het standpunt van dierwelzijn is het leven van de (vlees)koe op de pampa’s te verkiezen boven dat van hun soortgenoten in ons land, al was het maar omdat die een groot deel van het jaar binnen staan en buiten op een kleiner oppervlak leven. Dan is er nog het dierwelzijns-argument van het kalf, dat in Nederland direct van de moeder gescheiden wordt en na twee weken vertransporteerd wordt om elders ‘verwerkt’ te worden.
Het veevoer blijkt een belangrijk element bij de berekening van food miles. Het Nederlandse rund moet een groot deel van het jaar worden bijgevoerd. De ruwe grondstoffen (maïs, soja) daarvoor moeten ook grotendeels per schip uit Zuid Amerika worden aangeleverd. Op de pampa’s groeit tien maanden per jaar gras, van bijvoeren van de runderen aldaar is geen sprake omdat er altijd wel weer een onbegraasd stuk is om die twee maanden te overbruggen.
Er zijn ook kwaliteitsargumenten: in vlees-technische zin is de overtocht van gekoeld vlees alleen maar bevorderlijk voor de kwaliteit, het vlees hangt immers af op de boot. Een ander kwaliteitsargument betreft het geslacht van het gebruikte vee. Het typische Zuid Amerikaanse slachtrund is een gecastreerde stier, het typische Nederlandse slachtrund is een met krachtvoer afgemeste koe.
Wat betreft smaak, en de vetdooradering die daar nauw mee samenhangt zullen er altijd verschillen zijn, dat geldt ook voor de maat van het vlees: de ribeye op het bord in een restaurant is vaak uit Zuid Amerika afkomstig. Dat heeft te maken met de prijs –het is vaak voordeliger- en vooral ook omdat zo’n stuk een aantrekkelijke, bescheiden diameter heeft. Een zelfde stuk uit –bijvoorbeeld- een blonde d’Aquitaine koe is veel groter en laat zich dus veel lastiger portioneren.
Mijn zegsman in deze video is Jack van Messel, een Rotterdamse importeur van vlees uit Uruguay. Dat hij een lans breekt voor het Zuid Amerikaanse vlees is dus niet verwonderlijk, maar de argumenten om zijn theorie onderuit te halen heb ik in Brazilië en Uruguay zo snel niet kunnen vinden, of het zou het toenemende gebruik van feed lots moeten zijn, die alleen van de Nederlandse situatie verschillen in de zin dat het vee ginds meer ruimte heeft, buiten staat en nog altijd een groot deel van het leven in vrijheid doorbrengt.

Geplaatst in:
Gastronomie
Vlees
Zuid-Amerika
Lees meer over:
abattoir
Brazilië
churrasco
Jack van Messel
pampa
rundvlees
Uruguay

14 reacties op 'Biefstuk. Helemaal uit Zuid Amerika?'

Frans

Goed item, er is weinig logica om door te gaan in Nederland met ondiervriendlijke veeteelt ten behoeve van vleesproductie, als dat op andere plaatsen ter wereld veel beter kan.
Sinds jaren woon ik in het noord-westen van Mexico de streek bij uitstek in dit land voor rundvlees productie, en dat is te merken aan de kwaliteit. Ieder jaar als ik op vakantie ben in Nederland eet ik alles behalve de taaie smakeloze Hollandse biefstukken. Volgens een kennis die werkzaam is in de vleesproductie als veearts alhier, worden er ook geen groeihormonen gebruikt, de smaak en malsheid is voortreffelijk, en bijkomend voordeel is dat je hier ossehaas koopt voor de prijs van halfom in NL.

Erik

Goed onderwerp, maar wel heel erg slordig geschreven!

Jan

Als wij nu eens gingen helpen met het slachten ginds wat diervriendelijker te maken. Dan was er veel opgelost hier geen ruimtegebrek voor de boeren. Het mestprobleem opgelost. Meteen de varkensboeren voor een groot deel meenemen dan is het stankprobleem zoals hier in brabant ook opgelost. De megastallen hier zijn in zo’n groot land als Brazilie speelgoed hokjes.

Ronald Hoeben

@ jan het slachten gaat daar niet meer of minder diervriendelijk dan in Nederland/Europa

Edwin

Het vleesvee met hun kalveren lopen hier ook zoveel mogelijk buiten.
Omdat we hier de stieren niet castreren kunnen deze ouder als een jaar niet meer naar buiten omdat ze anders teveel vechten. Daarom hebben de meeste vleesveehouders de laatste jaren stallen gebouwd met strohokken voor deze stieren en de koeien die uit de fokkerij afgemest worden.De vleesveehouderij in Nederland word veel teveel over een kam geschoren met het slachtvee uit de melkveehouderij en de kalvermesterij. De hoogste tijd om ook eens te kijken bij de Nederlandse vleesveehouderij.
De Nederlandse vleesveehouders zijn graag bereid om alles omtrent
hun bedrijfsvoering toe te lichten.

P

Maar hoe weet je of je ook exact dat vee hier in NL op je bord krijgt? De dieren die in het slachthuis in Brazilie getoond worden zijn wit en de vredige stieren die staan te grazen in Uruguay zijn bruin/zwart, er zijn geen bepaalde keurmerken die je verzekeren dat het dier een zo natuurlijk mogelijk leven heeft gehad zonder veel pijn/stress, ik twijfel aan de betrouwbaarheid van dit filmpje als een vertegenwoordiging van de veeteelt in heel Uruguay/Brazilie

Veronica Cramer

Ronald. Mijn schoonvader importeerde al rundvlees uit Zuid-Amerika
afgehangen en wel in gekoelde schepen vlak na de 2e wereldoorlog.
Ik eet nu uitsluitend vlees van runderen die op de Canadeese prairies hebben rondgestruind. Die eten alles wat daar groeit.
Met een vergunning mag je hier ook herten afschieten.
Niets van dat vee is ooit bijgevoerd met troep die ze normaal niet zouden vinden in hun vreetgebied. Ze worden ook niet ingespoten met groeihormonen. Wat ziek is of kreupel wordt afgemaakt.
Regelrecht verlies, ook niet verwerkt tot duur honden- of kattenvoer.
Verder wordt het aanbevolen alles van neus tot staart van het beest te eten.
#2 Erik. Get a life!

Ronald Hoeben

@Pia Brazilië is even groot als Europa, ik zou het filmpje zeker niet als het sluitende bewijs willen aanvoeren voor de kwaliteit voor de veeteelt in zowel Uruguay als Brazilië. De witte koeien zijn van het type Brahma of Brahman, maar op hetzelfde terrein zag ik ook Herefords en Black Angus. Ik heb gezien dat Van Messel samenwerkt met een bedrijf in Uruguay (Pul) dat het vlees verwerkt van de farm met de zwarte koeien die in het filmpje te zien zijn.

Jack van Messel

Over slachten: het slachtproces is bijna niet uit te leggen aan consumenten. Zelfs niet aan onze volksvertegenwoordigers :-) Maar de laatste seconden van een rund wegen niet op tegen de dierenwelzijn ‘winst’ die behaald kan worden tijdens het leven van het dier dat in ‘ons’ geval zo’n 63 miljoen seconden duurt. Het is echt jammer dat er teveel naar die laatste seconden wordt gekeken, want daardoor verdwijnt die ‘kwaliteit van het leven’ naar de achtergrond.
Over traceerbaarheid: de Europese Unie legt producenten in derde landen dezelfde eisen op als EU producenten. Dat heeft met volks- en diergezondheid te maken, maar ook met ‘level playing field’. Zo moeten alle runderen in Zuid-Amerika voldoen aan de BSE traceerbaarheidsregels, terwijl er geen (er wordt immers geen diermeel gebruikt) BSE voorkomt in Zuid-Amerika. Daarnaast wordt de EU veehouder nog eens economisch beschermd met importheffingen die kunnen oplopen tot ongeveer 5 euro per kg. In zijn algemeenheid kan men stellen dat hoe hoger (duurdere landbouwgrond) de bevolkingsdichtheid, hoe intensiever de veehouderij en hoe lager de bevolkingsdichtheid (=goedkopere landbouwgrond) hoe extensiever de veeteelt.
Over het filmpje: dat is natuurlijk geen audit van de hele veeteelt in Zuid-Amerika. Maar vanuit een NL standpunt, heeft Ronald net als ik een beeld van die verschillen tussen intensief en extensief geschetst. Er zitten ook nadelen aan extensief. De opbrengst (het aantal kgs vlees per dier) is lager dan intensief. En het duurt iets langer tot het dier slachtrijp is, dus is de verhouding CH4 per kg vlees ongunstiger voor extensieve veeteelt. Dus pleit ik voor minder vlees eten. Maar als je dan vlees eet, eet dan iets van een dier dat goed geleefd heeft. Beter voor het dier, goed voor je lichaam, voor je geweten. Verantwoord vlees is lekker !

Edwin

Beste Jack
In zuid Amerika weegt een os van 4 jaar ongeveer 330 kg geslacht.
Hier in Nederland weegt een stier van 2 jaar meer dan 500 kg geslacht. Dus het duurt niet iets, maar veel langer om het zelfde aantal kilo’s vlees te produceren.
En dan praat ik over vee dat als kalf bij de moeder heeft gezogen en daarna in een strooiselstal is afgemest.
Dat afmesten gebeurd in Zuid Amerika ook,want van alleen gras word een koe of os niet vet.Daarbij worden er in Zuid Amerika op grote schaal (legaal} hormonen toegediend aan het vleesvee.
Maar hun marketing verhaal is mooier dan dat van onze eigen mooie vleesveehouderij.

Jack van Messel

Edwin, ik dacht al, waar blijven de hormonen ? Honi soit qui mal y pense, zou ik zeggen. Want in het hormonenwalhalla Nederland weten we niet meer hoe we langzaam (slowmeat) runderen groot moeten brengen. Edwin, ik heb goed en slecht nieuws voor je. Maar eerst even reageren op afmesten. Dat wordt daar zelden gedaan. Maar het vee van PUL en Ana Paula wordt NOOIT afgemest. Het is 100% grasgebonden. Dat is moeilijk te bevatten voor een NL veehouder, maar het heeft te maken met drie dingen die wij in NL niet hebben: ruimte (1 ha grasland per dier), voldoende temperatuur (groeikracht) en zonlicht (fotosyntese). In NL hebben we wel voldoende vocht. Als je dus 4 ‘landbouw’ azen hebt, kan je dus alleen met gras (supergezond, want OLH heeft dat zo bedacht 5000 jaar geleden) een rund als tussengastheer gebruiken om laagwaardige eiwitten om te zetten in complexe hoogwaardige eiwitten. Terug naar het goede en slechte nieuws inzake hormonen. Ik neem aan dat je androgene hormonen bedoelt. Als je nou estrogene (vrouwelijke) hormonen had geschreven, dan zou ik je een kans van 1 op 1 miljoen gegeven hebben dat wij dat ginds gebruiken. Want lees even goed, lieve Edwin, aldaar worden van stieren ossen gemaakt. Wij leggen de androgene productie dus plat ! Als wij (gratis) hormonen zouden wensen, dan halen we het klokkenspel toch niet weg ? Heb een voorstel. Als jij toegevoegde anabolen of ‘n’importe welke chemische hormonentroep in ons vlees kan vinden, maak ik € 100.000,- over op je bankrekening. Nou het slechte nieuws: Androge hormonen in rundvlees zijn helemaal niet zo slecht. Als je eenmaal een jaar of dertig bent, kan je als man best een klein beetje suppletie gebruiken. Je libido zal minder snel afnemen en je vaatwanden blijven langer sterk en soepel. En voor vrouwen is het ook niet zo slecht, ook bij hen neemt het libido toe als ze ‘hormonenvlees’ gebruiken. Dus Edwin, eet af en toe rundvlees uit Nederland of België als je eenmaal de middelbare leeftijd hebt bereikt. Voor kinderen en wielrenners beveel ik echter vlees uit Uruguay aan ;-)

Gertjan Kiers

Duidelijk Jack

Edwin

Wie ben ik om hormonen in vlees aan te tonen als de wetenschap dat al niet kan. Maar ik heb wel relaties in Zuid Amerika die zelf toegeven natuurlijke hormonen te gebruiken bij het vee. Ik heb ook niet gezegd dat ik daartegen ben, maar ze moeten het niet willen verkopen als het schoonste vlees wat er maar te koop is.
De smaak van het vlees is daar vandaan super, maar dat is het ook van in Nederland afgemest vleesvee, maar dat word zwaar onder gewaardeerd. Wel moeten een hoop vleesveehouders leren het vee wat vetter te laten worden.

Frans

Edwin, aan het libido van de zuid Amerikaanse vrouwen kan ik ook niet afleiden dat het vlees aldaar hormonenvrij is.