Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Lang leve de diepvriesdoperwt

Toen Janneke Vreugdenhil en ik vorig jaar kookten voor Nigella Lawson verklaarde de kookdiva nogal wantrouwend te staan tegenover types die slechts seizoens- en streekgebonden producten (willen) gebruiken. Lawson zette dit ‘culisnobisme’ op aangename wijze in perspectief: „In het Victoriaanse tijdperk, toen de boerenklasse streek- en seizoensproducten at, liet de elite glazen kassen bouwen om ananassen te kweken. Nu de massa het hele jaar door ananas kan eten schrijft de elite voor dat je seizoens- en streekproducten eten moet.”

Natuurlijk is het goed dat er steeds meer aandacht is voor het feit dat bepaalde eetgewoontes zorgen voor een aanzienlijke druk op het milieu. Maar je moet de boel ook weer niet overdrijven. Zo word ik zelf nogal kregel van mensen die hun neus ophalen voor een diepvriesdoperwt. Natuurlijk, zo’n verse dopper, net uit de peul, kort gekookt met wat peper en zout en een klontje boter, daar kan weinig tegenop. Maar verse erwten zijn maar kort verkrijgbaar en zelfs ‘in het seizoen’ zijn ze aan de prijs. En dan zijn diepvrieserwten een betaalbaar en breed inzetbaar alternatief. Ze smaken even goed door de tortilla met geroosterde paprika als over de pasta met gepofte knoflook en Parmezaanse kaas. Ze zijn heerlijk door een salade met gegrilde courgette en munt en naast het vertrouwde scholfiletje met puree en boterjus. En met flink wat dille erdoor worden ze onweerstaanbaar.

Haal het onderste verkleurde stukje van de stronk van de slakropjes. Niet te veel, anders valt de boel uit elkaar. Snij de kropjes doormidden en verwijder de binnenste blaadjes zodat een soort kommetje ontstaat. Bewaar de blaadjes voor de salade of boterham met kaas van morgen.

Maak een dressing van een halve eetlepel wijnazijn, een klein beetje Dijonmosterd, olijfolie, zout en peper en een beetje citroensap. Knip een flinke hoeveelheid dille fijn (minstens een espressokopje vol) en roer dit door de dressing. Kook de doperwten ongeveer vijf minuten in gezouten water.

Nu kunt u twee kanten op. Wie hecht aan frisse, knalgroene erwtjes laat ze, na het afgieten, schrikken in een bak water met ijsklonten. Mij kan het niet zoveel schelen als de erwtjes een beetje verkleuren en ik vind het lekkerder om ze warm door de dressing te scheppen, ze nemen dan meer smaak op. Roer tot slot de verkruimelde feta erdoor.

Verhit een klein beetje olijfolie in een grill- of koekenpan en bak de slaschaaltjes aan beide zijden tot ze mooie bruine randjes hebben en zacht beginnen te worden. Schep de erwten in de sla-bakjes en leg de kropjes tezamen op een mooie schaal.

Dillesalade

Voor vier personen:

300 g doperwten

2 kropjes little gem sla mosterd

wijnazijn

olijfolie

bosje dille

30 g feta

15 reacties op 'Lang leve de diepvriesdoperwt'

dirk

Nigella Lawson is ons dus net een slag voor, net als Rosanne Hertzberger met haar lofzang op de kant en klare maaltijd. Maar haar afschuw voor doperwten is wel verklaarbaar, gatverdegatver, die kulvergrote knalgroene gevallen daar, welke erwtenrassen zouden ze daar eigenlijk verbouwen en gebruiken?

S.F. van Hest

Hmmm…
Al sinds jaar en dag wordt ons over diepvries-erwten geleerd dat ze in vrijwel alle gevallen beter en lekkerder zijn dan verse, immers zogauw de erwten geplukt zijn begint de omzetting van suikers naar zetmeel. (Ditzelfde geldt trouwens voor jonge capucijners, ook wel ‘tuinerwten’ genoemd.)

Industrieel geoogste erwten worden zo goed als direct –soms werkelijk op het veld– diepgevroren volgens de ‘quick freeze’ methode: ze rollen door een tunnel die met behulp van stikstof wordt gekoeld tot -70 à -80 ºC, waardoor ze binnen enkele seconden bevriezen.

(In Engeland staat er zelfs heel groot “Picked & Frozen in 2½ Hours” op de zakken.)

Alleen wie zelf plukt en de erwten meteen verwerkt is beter af. (Sowieso: even de tuin in met zo’n geëmailleerd schaaltje, wat handjes doppers plukken, de eitjes rapen en met een koud aardappeltje van gisteren even een boerenomeletje fiksen…)

Kom je de verse eens tegen op de markt of bij de Turk: proef een rauwe erwt om te beoordelen hoe ver ze zijn.
Taai en melig? Niet doen!
Makkelijk door te bijten en zoet? Kopen en snel verwerken!

En @Dirk,

Die erwten in het perfide Albion zijn over het algemeen inderdaad van de variëteit Mr. Big: daar houden ze daar nu eenmaal van.
En bij de Bonduelles van deze wereld worden de erwten vanzelfsprekend op grootte gesorteerd, en dan zijn de grote gewoon voor de Engelse markt.
(Die van 9 millimeter hebben ze het liefst, wij die van zes en kleiner… En wat is trouwens een ‘kulver’ en hoe groot is die? Ik ken het woord niet, vind het nergens, maar denk aan een musketkogel.)

Nog iets anders geks: vroeger –en soms nog– werden de blik-erwten in Engeland geverfd, met tartrazine, E102, en ‘smurfenblauw’.
In kant-en-klaar-eten kun je ze nog wel eens aantreffen, aldaar, van die fluorescerend groene knikkers.

Wat zei Obélix nou ook weer altijd over die Britten..?

dirk

@ heer van est: kulvers zijn grote glazen stuiters, een brabants woord, dat op de google al niet meer traceerbaar blijkt,wat ik daar weer wel op vond, die Mr Big varieteit, nog weer groter dan de Thomas Laxton, die toch al groot waren, over smaak valt niet te twisten, maar weer wel veel te chatten.

S.F. van Hest

@dirk

Heb je het over erwten dan heb je het over Thomas Laxton!
Dat was een vriendje (en collega) van Darwin dat, in navolging van Mendel, de grondlegger van erfelijkheidleer, erwten gebruikte om mee te kweken en ze te veredelen, met als doel om eigenschappen als smaak, grootte, opbrengst en resistentie te verbeteren en te beheersen.

Ook voor onze extra-extra-fijne erwtjes zijn wij hem allen nog schatplichtig en daarnaast is hij nog eens de geestelijke vader van diverse (in Engeland) populaire appel- en aarbeirassen. Sommige daarvan dragen zijn naam; een standbeeld is er nooit voor ‘m opgericht. So it goes…

M.b.t. die ‘Kulvers’: bedankt, ik vermoedde al Noord-Brabant als herkomst. en ‘knikkers’ noemde ik onwillekeurig met zoveel woorden.
Ook (oude) VanDale’s en andere lexicons bieden geen aanknopingspunten, evenmin als websites met knikker(bij)namen dat doen. Fascinerend!

Heel misschien is er een link naar het in de jaren ’50 beroemde Amerikaanse Culver Glass: die maakten weliswaar geen knikkers, zover ik kan nagaan, maar waren wel bekend vanwege hun luisterrijke decoratis met gekleurd glaspasta en 22 karaat goud. (Het lijkt op de Marokkaanse theekopjes die je tegenwoordig hier ook veel ziet. Dat klopt, want daar was veel Culver Glass op geïnspireerd.)

(Dit is natuurlijk de Thuiskok en niet de Woordhoek, surrie. Laat ik me er vanaf maken door te zeggen dat Culver voornamelijk bar sets en coctailglazen maakte, en dat dat ook boven fel vuur geschiedde… Nuja.)

dirk

@ S(ander): over die kulvers, ja dat gaat terug tot pakweg 60 jaar, we hadden gewone gekleurde kleiknikkers en dan die dure glazen kulvers, waarin een onwaarschijnlijk mooie driekleurige kleurspeling in spiralen in zat, voor ons kinderen, indertijd dan, te mooi om waar te zijn, maar tegenwoordig voor die verwende krengen, niet meer , vrees ik, heel gewoon, lijkt me, als ze al nog bestaan.

dirk

@ heer van Hest: om de draai terug naar culinair te maken, in het nog stokoudere kookboek van mijn moeder staat Laxtons Superb als handappelras genoemd, en, idd,het kan met die petit pois, ook alweer volgens dat boek, niet fijn en klein genoeg zijn, extra fijn, extreem fijn, merkwaardig toch dat de engelsen de geheel andere richting zijn uitgewaaierd met hun Mr Big, moraal: dat wordt echt niets met dat verenigd europa. want elke liefde gaat immers door de maag heen.

S.F. van Hest

@dirk

:-) ‘t Is verder toch heel rustig op Thuiskok, zeker sinds de kolom ‘laatste reacties’ is verdwenen –vooruitgang is niet altijd een verbetering, moge maar weer blijken–, dus van onze off topic bijdragen zullen er niet veel last hebben…

Daarom nog maar even over die knikkers –ik heb me er toevallig ooit eens in verdiept, om mij moverende redenen–: die u beschrijft ken ik uit later jaren en werden in de Randstad ‘katteogen’ genoemd.

Indertijd kwamen die hoogstwaarschijnlijk van Vacor in Mexico, die nog steeds de mooiste knikkers maakt.
In West-Afrika kunnen ze er trouwens ook wat van, maar de meeste knikkers komen tegenwoordig uit China –waar anders?–.

Nuja, om het culinair te houden: knikkers kunnen in de keuken ook nog wel eens van pas komen!

• Zo gaat blind bakken van taart- en pasteivormen prima met glazen knikkers van de speelgoedwinkel.
In speciale kookwinkels heten het ‘bakparels’ en kosten ze kapitalen.

• Met een paar knikkers in een afsluitbare plastic beker (Tupperware?) schud je in no time een beetje slagroom lobbig of zelfs stijf.

• Een knikker in een pan met iets kokends begint te stuiteren en te tikken vlak voordat de pan droog kookt.

• Bij saus, crème of pudding die snel aanzet helpt een aantal knikkers in de pan dit voorkomen, of althans maken ze het roeren effectiever, want je moet wèl beslist blijven roeren, in tegenstelling tot wat in sommige –vele!– bakerpraatjes wordt beweerd over ‘een knikker in de pan tegen het aanbranden’: dat werkt namelijk nu juist nèt níet…

Kortom: in de keuken is ‘t altijd knikkertijd!

Roos Ouwehand

In mijn streek/buurt/schooltijd werden die grote knikkers ‘kokkers’ genoemd, een kokker was zeker tien knikkers waard. Prachtig vond (en vind) ik ze.

dirk

ja, zo komt er weer van alles boven, je had van die grote, ik schat nu 3 cm, waar je niet zoals bij de kulvers doorheen kon kijken, langs de centrale kleurige spiralen heen dan, en waar de ruwere spelletjes mee gedaan werden,en dan dus die kulvers, pakweg 1.5 cm (dus wel ietsje groter dan de grootste dopwerwt, vrees ik) waarmee meestal in een zelf gegraven knikkerkuiltje of potje geknikkerd werd, ja die tijden zijn nu wel voorgoed voorbij, voor mij dan. Wij noemden kulvers nooit knikkers, dat waren die uniform gekleurde van klei.Elke moeder maakte ook altijd een knikkerzak voor die knikkers en kulvers,kom daar nou eens om! Ze moeten nu naar fitness of high tea met vriendinnen.

anne uuldersma

‘Dorrels’vroeger bij ons genoemd.
Prachtiggg en vooral die ‘Joekels’. Met van die betoverende mooie kleurtjes, waren zelfs een aantal stuks glazen knikkers waard. Oh,en Erg als je verloor. Wachten tot wederom jarig zijn of je dubbeltje van de zaterdag sparen voor nieuwe aankoop.
In de straat had iedereen haar eigen domein-dorrelpotje en met je hak erin gedraaid.Mijn dochters noemden ze overigens ‘Stuiters’.Een enorme trommel vol nog op de zolder staan.

anne uuldersma

Overlapping men.Dirk.
Met de moeders van nu is toch niks mis.Ik zie dat niet tenminste. Liefdevol hoeft natuurlijk niet van een ‘zelfgemaakte knikkerzak’ te komen en door Moeders gemaakt.
Zelfgekocht en uitgekozen door kinderen van hedendag met hun moeder of vader, ook heel leuk.

dirk

@ anne: ja, wat was dat erg als je verloor, ik voel het nu nog. maar een door je eigen moeder gemaakte knikkerzak, dat was toch echt iets anders dan een in de winkel gekochte, sorry hoor! ik vrees dat hier een generatiekloof meespeelt.

S.F. van Hest

Van mijn moeder mocht ik een oud, gaar washandje gebruiken als knikkerzak; touwtjes had ik wel in mijn broekzak.

Een knikkerzak?
“Dáár is de lappenmand, zet de naaimachine maar neer, dan leg ik het je wel uit.”

Nadenken, binnenstebuiten stikken, nadenken, tunneltje maken, nadenken, ouwe veter erdoor wurmen met een veiligheiddspeld: “Kijk eens aan; zó maak je een knikkerzak, knul!”

Niemand had een mooiere!

dirk

ja, van erwt naar knikker en knikkerzak, ik heb als student nog ooit als thesaurier van mijn jaar rondgelopen met een knikkerzak, gemaakt door mijn hospita, want dat was in mijn tijd noch des vrouws, o tempora, o mores.

dirk

herstel: -noch- moet zijn -nog-. ik raak tog niet aan het dementeren?