Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Longhaas, jodenhaas en bavette

Een paar weken terug ontbrandde op deze plek een taalpuristisch dispuut over de vraag of je het zoeken van paddenstoelen als paddenstoelenhunt zou mogen betitelen. Het staaltje van anglicisme rolde uit de mond van zowel een Hollandse boswachter als een Achterhoekse paddenstoelenkenner die er zijn werkzaamheden mee omschreef. Deze week heb ik weer zo’n gedoodverfde steen des aanstoots in de aanbieding met het bijvoeglijk naamwoord dry aged. In nuchter Nederlands zou je van drooggerijpt spreken, want het gaat om het rijpen van vlees in een droogkast. Alleen is dry aging momenteel het toverwoord in kringen van betere slagers en hun consumenten en valt de term drooggerijpt nergens.
Uiteraard is dry aging een Engels woord, maar vooral een Amerikaans begrip: grote stukken rundvlees worden net zo lang aan droge, koude lucht blootgesteld dat er een gecontroleerd rottingsproces op gang komt. Na weken -of maanden- worden de zwarte, oneetbare delen weggsneden en komt er rood vlees tevoorschijn dat door de werking van de enzymen malser is geworden. Het proces begint snel, maar het effect vertraagt met de tijd.
Doordat de rijping in dagen en weken wordt uitgedrukt en een langere rijpingstijd beter is, of in elk geval lijkt, is dat cijfer van het aantal droogdagen opeens belangrijk geworden en wordt het te pas en te onpas gebruikt om kwaliteit mee te staven en een hogere prijs mee te excuseren. En er is een handel en verhuur op gang gekomen van droogkasten die in restaurants geplaatst kunnen worden om de gast deelgenoot te maken van deze schilderachtige rigor mortis.
Er zijn ook simpelere methoden om tot een biefstuk met een interessante smaak te geraken en daarvoor gaat de slager slchts bewapend met het aloude mes op zoek naar de biefstuk in de ‘goedkopere’ delen van de koe.


In deze video laat slager Gertjan Kiers van slagerij Fontijn zien waar de jodenhaas, de bavette (pardon my French) en de longhaas (of onglet) vandaan komen. Het zijn biefstukken met smaak, die lang niet elke slager in zijn vitrine heeft liggen. Taai zijn ze allerminst, maar omdat het werkspieren zijn, zal er op gekauwd moeten worden en ze zullen met zorg dwars op de draad gesneden moeten worden, liefst met een vlijmscherp mes zonder kartels. Juist door die extra smaak zijn deze delen ook zeer geschikt voor het -met de hand- snijden van tartaar, zoals dat bijvoorbeeld in de keuken van Brasserie Flo in Amsterdam gebeurt. A.s. vrijdag op deze plek een video uit de keuken van Bert van Buschbach (restaurant de Compagnon, Amsterdam) die de verschilledne biefstukken roostert.

Geplaatst in:
Gastronomie
Restaurants
Vlees
Lees meer over:
bavette
Gertjan Kiers
jodenhaas
longhaas
onglet
slager

10 reacties op 'Longhaas, jodenhaas en bavette'

het kompas

zie onze website: staat al minstens 10 jaar op de menukaart. heb
marjanne vos dit al eens opgestuurd jaren terug. intussen hebben
we de vinkelap niet meer op de kaart. het is vaak aardig om te
kijken hoe ze in andere landen een beest uitsnijden, daar worden
dan andere stukken vlees gebruikt als bij omns te doen gebruikelijk. met vriendelijke groet, willem ham het kompas texel

Bart Mak

Geweldig om te zien! Zonder enige twijfel een absolute vakman aan het werk. Ik ben geen slager maar het is een genot om naar te kijken hoe deze man schijnbaar moeiteloos een heel mooi stuk vlees klaar maakt.

het kompas

het is geen 10 jaar maar 30 jaar dat we dit vlees op de kaart
hebben, over karweivlees heb ik toendertijd marjanne vos al wat
gemeld. heerlijk vlees met heel veel smaak. zie ook op onze website, procureur, lamsniertjes, lamszwezerik, lampspootjes
hebben we ook al een 30 jaar op de kaart, en intussen vele andere
collegas. nogmaals met vr. groet willem ham het kompas op texel
wij waren ook het eerste slow food lid, toen nog vanuit Italie,
in nederland, samen met een journalist die over eten enz schrijft
ben zijn naam even kwijt.

Antje

Ach, na Woonmall is er niets lelijkers te bedenken. Hopelijk.

Hans Kalshoven

En dan is er ook nog de “araignée”, per koe is er zo’n 750 gram beschikbaar, zit ergens op de achterpoten. Dit wordt bijna onder de toonbank verkocht bij de goede slagers in Frankrijk en is bij liefhebbers zeer gewild, sterke smaak en ook een goed mes nodig. Geen idee hoe dat in het Nederlands zou heten overigens. De bavette en de onglet staan op de menukaart van vele brasseries in Frankrijk, heerlijk met sjalotten.

Arjen Blom

Ben laatst in Perth (AUS) op bezoek geweest bij de Boatshed, een ‘over the top’ delicatessen zaak maar dan in het groot. Daar hadden ze een droog kast met zoutblokken, volgens Nepalees gebruik. Het zout trekt als het ware het vocht uit het vlees wat dan een zeer geconcentreerde smaak geeft. Is dit hetzelfde principe of is het proces in het artikel meer verwant aan het afsterven van vlees, wat ik dacht alleen met wild gebeurde?
met vriendelijke groet uit Singapore, Arjen Blom

Hans von Meijenfeldt

De “araignée” komt uit de adductor spier in het achterbeen en heet in Vlaanderen “spinnekop”. Overigens is dit vlees, met de onglet en de bavette, gewoon in de supermarkt verkrijgbaar (bij ons in Normandië). Zoals je bij Leclerc ook regelmatig een halve big kunt bestellen voor zo’n 80 euros : en nog keurig in hapklare stukken voorbereid.

Ronald Hoeben

Hallo Arjen,
Het is in principe hetzelfde proces als bij wild, waarbij gevogelte overigens ‘in de veren’ afhangt. Een afstervingsproces dat spierweefsel zachter maakt en smaak versterkt. Droge lucht is noodzakelijk om slijmvorming en een ander, virulenter rottingsproces te voorkomen, dat gebeurt in de rijpingskasten mechanisch door ventilatie en temparatuurbeheersing, maar het kan dus blijkbaar ook met zout.

Gertjan Kiers

araignée of spinnekop noemen wij het slotlapje. In nederland enkel voor gehakt(helaas)

Johan Pranger

Het rijpen van vlees was tot ongeveer 1960 een gewonen zaak. De slager kocht op het abatoir een rund en liet deze gerust een week of soms 2, afhankelijk van het gewicht hangen. Dat kon toen omdat geld nog niet zo belangrijk was als nu. In de eerste plaats ben je de investering een paar week kwijt en het vlees droogde behoorlijk in wat gewichtsverlies betekende, direct na het slachten en koelen is men reeds 4% van het gewicht kwijt door verdamping. Na de eerste dag gaat het gewichts verlies langzamer, maar zet wel door, vandaar dat lang gerijpt vlees aanzienlijk duurder is dan vers van de slacht. Kwaliteit heeft dus ingeboed door de financiëele belangen.