Garnalenvissen is duursport
Altijd gedacht dat „een dik zeetje” betekent dat het kustwater troebel is, bijvoorbeeld na een storm. Die ‘dikte’ duidt doorgaans op goede hengelvangsten. De vis kan zich daardoor dicht onder de kant wagen zonder in de kijker te lopen van aalscholvers, sterns en andere piscivoren – althans dat was de theorie. Maar nu het garnalenseizoen weer op zijn top is, kwam me voor dat die dikte bijna letterlijk te nemen valt: je voelt in de ondieptes ontelbare garnalen tegen je kuiten ketsen. Dat is die dikte: zeewater, gebonden met garnaal.
Het grote garnalensleepnet gaat deze weken vaak uit. Per trek halen we, dat zijn de twee man die het net met een ingenieus tuigage door de golven zeulen, makkelijk een paar kilo van de grises naar de kant. Even zeven op een rooster, vangst in de krat en zeulen maar weer.
Het moet zo’n beetje de beste combinatie van het nuttige en het aangename zijn. Nettrekken is pure duursport – De Wolgaslepers van schilder Ilja Repin zijn watjes – met een bijna gegarandeerde hoofdprijs. Je zet je hersens in de nulstand en intussen bekijk je de natuurfilm om je heen – en dan heb ik het nog niet over de maatse tongen die ook af en toe in het net verdwalen.
Strandpassanten zijn zonder uitzondering jaloers op onze bult garnalen, waarvoor ze zélf in de super vier euro per viezig bakje moeten aftikken. De enige die hoofdschuddend kijkt, is een zwarte kolos van een zeehond die ’s zomers voor dit Noordwijkse strand vakantie viert. Het beest trekt zich niets aan van directieven van Natuurmonumenten waarin staat dat wilde dieren schuw moeten zijn en op hun rust zijn gesteld.
Deze komt zelfs dichterbij als je hem nadoet en kruipt bijna tot in de branding, wanneer een soort cabriolettank met daarop wankele bejaarden een stukje door de golven komt rijden – ís ook een vreemd gezicht, trouwens.
Aan het eind van de dag gaan de garnalen meteen in een grote aluminium pan met kokend zout water, in de kantinekeuken van mijn camping pal achter de duinen. Wanneer ze gaar zijn, moeten ze eventjes afkoelen, waarna de onverschrokken Tante Greet ze pelt, daartoe aangespoord met zoete witte wijn en geasfalteerde roltabak. Greet woont in de kantine, op de derde barkruk van links. Ik heb het laatst geklokt: haar pelsnelheid is circa negenduizend garnalen per minuut.
En dan maken we er klassieke cocktails van, al was het maar omdat retro helemaal terug is. Eenvoudig thuis na te maken, liefst uitgaande van ongepelde garnalen. Het verdient aanbeveling dan ergens zelf een Tante Greet op te snorren.
Meng de slagroom, mayo, ketchup, whisky en cayennepeper met een kneepje citroen. Doe in champagnecoups een groot blad van de ijsbergsla, leg daarop wat fijngesneden reepjes van diezelfde sla, lepel dan de garnalen erop en vervolgens de saus. Garneer met ultrafijn gesneden peterselie en een schijfje citroen.
Garnalencocktail
half pond Hollandse garnalen
100 ml slagroom
cayennepeper
vier eetlepels mayonaise
twee eetlepels tomatenketchup
limoen
scheutje whisky
ijsbergsla
peterselie
