Aanrechttest: de Nespresso Lattissima Plus
Ofschoon de Italiaanse etiquette het drinken van cappuccino na elf uur ‘s ochtends verbiedt, drinkt Nederland de godganse dag door koffie met melk. Schuimende melk wel te verstaan, klassiek geklopt in een pannetje op het fornuis of met behulp van een al dan niet handmatig bediende melkklopper of uit de magnetron. Vaak is er zelfs een combi routine waarbij de melk eerst in de magnetron gaat en daarna in een glazen, stalen of stenen stampklopper die nog het meest lijkt op een cafetière. Wie een serieuze espressomachine aanschaft, kan doorgaans de verleiding niet weerstaan om er dan direct een met een stoompijpje te kiezen, al was het maar omdat zoiets nog meer lijkt op een professionele machine. Nu wil ik het niet moeilijker maken dan het al is, maar wanneer je een kleine machine koopt zul je merken dat het tegelijk paraat hebben van vers gemaakte koffie en warme schuimende melk niet zo makkelijk is als het lijkt, bijvoorbeeld omdat beide taken aan één klein keteltje gesteld worden. Een bestelling van drie cappuccino leidt dan geheid tot filevorming. Maar voor de liefhebber lijkt, vreemd genoeg, zo’n hindernis eerder een uitdaging: het métier van thuisbarista kent een hoog gehalte aan zelfkastijding. In schuimende melk -melkschuim zo u wilt- zijn overigens ongeveer evenveel variaties als in koffie. De klassieke Hollandse opgeklopte melk heeft een weliswaar vertrouwde, maar niet erg lekkere smaak doordat de melk vaak gekookt heeft. Om van vellen maar te zwijgen. Het ideale schuim, of laat ik voor de veiligheid zeggen: mijn ideale schuim, is romig zonder stijf te zijn en ik maak het van volle melk. Het vormt een deksel op de koffie, die je er naar keus doorheen kunt roeren of zelfs bovenop en doorheen kunt gieten. Of magere melk beter schuimt dan volle of andersom is een academische kwestie, het ontstane schuim oogt en smaakt anders dan schuim van volle melk. Het schuim van volle houdbare melk is een fenomeen waar je steeds vaker mee geconfronteerd wordt, de oorzaak ligt in het gemak: je hoeft niet telkens de melk terug te zetten in de koelkast en dat scheelt de horeca een zorg en een handeling.
Nespresso heeft zich met succes (en George Clooney) het gebied tussen Senseo en klassiek gebrouwen espresso toe weten te eigenen. Je komt de cupslikkende apparaten meer en meer tegen in kantoren, op hotelkamers en -in groter formaat- in het evenementencircuit. Koop je voor thuis een Nespresso apparaat, dan ben je van veel kopzorg (molen, bonen en het bewaren ervan, onderhouds en afstellingsgevoelige machine) verlost en kun je op elk moment vertrouwen op een heel behoorlijke espresso. Daar staat tegenover dat de benodigde cups relatief duur zijn, ook al is het patent daarop onlangs verbroken door de concurrentie.
Sinds september is er voor Nespresso een nieuw DeLonghi apparaat op de markt, dat Lattissima Plus heet en cappucino-achtigen produceert via een stoompijpje en een los melkreservoir. De melk wordt direct door het apparaat bij de koffie gevoegd. De oorspronkelijke Lattissima ken ik niet, ik neem aan dat deze Plus daar een verbetering van is. Van echte apparatenfreaks zal de Lattissima het hart niet kunnen stelen, de kunststof uitvoering is daarvoor teveel apparaat en te weinig machine. Maar het werkt en ik denk dat liefhebbers van caffe latte er hun hart mee op kunnen halen. Zelf blijf ik liever bij mijn stalen espressomachine, al combineer ik die met een ander Nespresso product zoals in de video te zien is.
