Houdbaar tot 2009: laten staan?
Veel mensen hebben het idee dat eten weggooien helemaal zo erg niet is, schrijft Carolyn Steel, de auteur van De hongerige stad, omdat ze denken dat dat eten toch organisch is en gewoon netjes en natuurlijk afgebroken wordt. Een vergissing: de vuilnisbelten zijn bronnen van methaangas en dat is, zoals we zo langzamerhand heus wel weten, een van de schadelijkste broeikasgassen.
Het kan wel anders: als het afval gerecycled wordt kan er compost van gemaakt worden die weer nuttig in de kringloop ingezet kan worden, bijvoorbeeld.
Maar aan dat weggooien van eten gaat natuurlijk iets vooraf: het idee dat eten goedkoop is, weinig waarde heeft. Alsof er niet voor elke krop sla werk verzet is, alsof niemand die aardappelen heeft gepoot, bewaterd en gerooid, alsof een varken voor niets geleefd heeft, dat wij zijn spek gewoon kunnen weggooien als we denken dat het misschien een beetje oud is.
Want ook dat doen we: veronderstellen dat de dingen over de datum heen zijn en ze dan maar vast weggooien. Zelf kijken, ruiken proeven of het wel waar is, dat is er niet meer bij. We zijn incompetent geworden in de keuken, verzucht Steel.
Als je zoiets leest word je altijd meteen bezield door de beste voornemens. Niets weggooien, nooit! In de praktijk lukt dat nooit helemaal, maar het streven is goed. Dus de blikjes met olijven waarop data in 2009 staan, laat ik manmoedig in de kast staan. ik wéét dat ze in fabrieken veel te vroege uiterste data op de blikjes zetten en dat je dus niet zo piezemiezerig moet doen. Maar ja, je weet ook dat er rare chemische reacties in blikjes kunnen optreden.
Dan misschien maar iets verzinnen met ansjovisolijven? Dat blikje staat er trouwens niet voor niets zo lang, het zijn smerige ansjovisolijven, van Carbonel. Zout en onlekker, heel anders dan die van Merza.
Met verse groenten is het makkelijker om braaf te zijn. Gewoon iets nieuws verzinnen vanuit de groentela. Dat levert trouwens ook vaak het leukste eten op. Zo leuk dat er soms een heel nieuw en aantrekkelijk gerecht ontstaat.
Zo maakte ik dit heerlijke groentenstoofje van de buitenste bladeren van de zachte kropsla, een restje diepvrieserwtjes, wat babymaïskolfjes die begonnen te verpieteren. Het was heerlijk!
Hak de lente ui en de sjalot redelijk fijn en fruit ze in de olie. Voeg de spekblokjes toe. Hak de lavas fijn en doe hem met de rode peper ook in de pan. Strooi er wat zout overheen. Snijd de maïskolfjes in stukjes van ongeveer een centimeter, snijd de sla in repen en doe ook in de pan. Laat 5 minuten stoven. Voeg de doperwtjes toe en 1 dl water en laat nog 3 minuten koken.
Het gerecht kan op zichzelf gegeten worden, of met pasta.
Dit is mijn laatste bijdrage aan de doordeweekse kookrubriek. Ik blijf over eten schrijven in de zaterdagbijlage Lux, wat al mijn aandacht vraagt.
Stoofpotje van voorjaarsgroenten
Voor 4 personen
2 kroppen sla
3 lente-uitjes
2 sjalotjes
1 tl verkruimelde rode peper (chilivlokken)
1 ons spek aan blokjes
3 takjes lavas (maggikruid)
10 mini-maiskolfjes
400 g dorperwten
