Het mag wel een onsje minder
Dat het genieten van eten zulke overdreven trekken gekregen heeft, schreef S. Montag laatst. Hij bedoelde niet gewoon gezellig eten met je geliefde of je vrienden of familie, maar het uitbundige openbare genieten („guhnietuh!”) van eten.
„Kijk naar de televisiereclame,” schreef hij, „man bijt in pizza, die heerlijkheid is nog met kaasdraden aan zijn mond verbonden. Eerst doet hij zijn ogen dicht, dan kijkt hij in hemelse verrukking naar het plafond. […] Lekker heeft in de publiciteit een dramatische lustbeleving gekregen.”
Het is de waar, helaas vaak ook buiten de publiciteit. De mensen genieten wat af. Ze praten over eten en over wat ze gegeten hebben alsof het om een van de hoogste waarden in het leven gaat.
En dan kun je zeggen: dat is ook zo, want als je niet eet ga je dood, maar over zulk eten gaat het niet. Het gaat over hemelse sensaties, en grote kunst.
Zo belangrijk is eten nu ook weer niet. Eten moet ondersteunend zijn. Als je aan tafel zit met vrienden, moet het eten zo zijn dat je er een goed humeur van krijgt. Dat je denkt: oef wat lekker, ik neem nog een hapje en wat zijn dit trouwens allemaal bijzonder aardige mensen.
Het eten mag wel heerlijk zijn natuurlijk – daar wordt je humeur alleen maar beter van. Maar het wordt een ander verhaal als iedereen met de ogen gaat zitten draaien of het plafond begint te bedanken.
Zo. Genoeg regels voorgeschreven. Zaterdag loopt weer iedereen met volle mond op straat en dan gaat het echt niet over de kwaliteit van de aspic maar gewoon om of je drie dunne loempia’s zult nemen of juist liever een hamburger van een rokende grilplaat of eerst een kleine loempia en dan nog een hamburger?
Op straat snacken is andere koek dan hemels genieten, al past een pizza met overal kaasdraden wel in de Koninginnedaggevoelens.
Nu is bekend dat veel van de waren die op Koninginnedag verkocht worden niet van onverdachte hygiëne zijn. Veel vlees wordt veel te warm bewaard voor het eindelijk op de grilplaat belandt, en wat er zoal in de pizza’s is gegaan – je weet het niet.
Dus het is stom en ouderwets, maar ook wel leuk en bevredigend om gewoon zelf broodjes mee te nemen als je de straat op gaat.
Heel eenvoudige maar lekker bolletjes zien er zo uit:
Vijzel de dragon tot puree met een snufje grof zout. Stamp en roer de eierdooier erbij, voeg de azijn toe en sla rustig, met kleine scheutjes tegelijk, met behulp van een garde of een vork de olie erdoor tot je een dikke mayonaise hebt. Meng die mayonaise met de Franse kwark.
Snijd knapperige broodjes doormidden. Smeer er royaal de kwarkmayonaise op. Beleg vervolgens naar eigen inzicht met tomaat, oude kaas, koud vlees, zalm wat er maar voorhanden is en lekker lijkt. Een blaadje sla houdt het geheel frisser.
De broodjes een beetje strak verpakken anders vallen ze uit elkaar. Nu de straat op. En dan eens kijken wie er geniet.
Dragonmayonaise
4 takjes dragon
1 eierdooier
1tl grof zout
1 dessertlepel azijn
2 dl zonnebloemolie
3 el Franse of volle kwark broodjes, sla, beleg
