Parafernalialoze paastaart
Bij Pasen hoort een paastaart. Nu is algemeen bekend dat banketbakkers en kooktijdschriften vinden dat daar zoveel mogelijk advocaat en slagroom aan te pas moeten komen, pastelkleurige chocolade-eitjes, paarse linten, pluizige kuikentjes en meer van dat soort paasparafernalia, maar daar trek ik me niets van aan. De taart die ik ieder jaar met Pasen bak, de taart van Nina, heeft niets frivools en niets hoera-het-is-lente-achtigs – of het moeten de twaalf eieren zijn die erin gaan.
Met mijn gezin woonde ik ooit een paar maanden in het zuiden van Portugal, en Nina was onze buurvrouw. Op bestelling bakte ze koekjes en taarten voor restaurants en winkels in de omgeving – een vorm van huisnijverheid die in Portugal nog veel voorkomt. Ik zat graag bij haar in de keuken. Zoals zij balletjes rolde van amandelspijs om er koekjes van te bakken, of zoals ze met een verweerde houten lepel beslag roerde voor amandeltaart; ik kon geen genoeg krijgen van de rust en vaardigheid waarmee ze eindeloos dezelfde handelingen verrichtte.
Door mijn abominabele kennis van het Portugees – en oké, ook een beetje doordat Nina nog maar één, diepdonkerbruine, tand bezat – was communiceren niet eenvoudig, maar het recept voor die amandeltaart heb ik haar weten te ontfutselen. Er gaat officieel ‘doce de gila’ in, jam van spaghettipompoen, wat hem aangenaam smeuïg maakt. Maar abrikozenjam is een prima vervanging.
Volgens Nina komt aan een goede taart overigens beslist geen elektrische mixer te pas. Het moet artesanal, anders wordt het nooit wat, zo bezwoer ze me. Uiteraard gaf ik haar destijds ruimhartig gelijk. Maar als ik je nu op mijn beurt één ding mag aanraden: gebruik voor het zwaarste werk in godsnaam een elektrische mixer.
Verwarm de oven op 200 graden. Mix met een elektrische mixer de eieren en suiker vijf minuten tot een schuimige lichtgele vla. Voeg de gesmolten boter toe en mix opnieuw enkele minuten.
Gooi de gemalen amandelen erbij en roer nu stevig met een houten lepel tot het beslag als een lint van de lepel afloopt. Voeg de jam toe en roer nog 2 minuten (met de lepel). Doe de bloem erbij en blijf nog 2 minuten roeren.
Schep het beslag in de springvorm. Beboter een stuk aluminiumfolie en leg dit met de boterzijde op de taart. Schuif de vorm in het midden van de oven. Breng na 15 minuten de temperatuur terug tot 175 graden.
Bak de taart in nog eens 75 tot 90 minuten, tot hij goudbruin en gaar is. (De gaarheid controleren met een satéprikker heeft weinig zin, want de taart blijft vrij vochtig van binnen; het moet dus een beetje op gevoel.)
Amandeltaart
12 eieren
500 g kristalsuiker
150 g boter, gesmolten
225 g gemalen amandelen
300 g abrikozenjam, glad gepureerd
100 g patentbloem
springvorm (24 cm), bekleed met bakpapier en ingevet met boter
