Kartonnen beker als accessoire
Iedere ochtend bezoek ik op station Utrecht Centraal het filiaal van Starbucks. Bij deze uit Amerika overgewaaide koffieketen staat altijd een aanzienlijke rij, maar daar laat ik me niet door afschrikken. De cappuccino is er goed en terwijl ik wacht valt er genoeg te zien en te beleven. Voor mij in de rij staan vier meisjes van een jaar of vijftien. Hun reeënbenen steken in plompe Uggs en ze doen hun best om zo ongeïnteresseerd mogelijk te kijken. Ze spelen dat ze in New York wonen, dat ze fotomodel zijn en onaantastbaar. Net als Carrie Bradshaw in Sex and the City bestellen ze een grande skinny latte en leggen daar meer dan vier euro voor neer. Een flink bedrag, maar dat hebben ze ervoor over. Die Starbucks-beker is belangrijk. Een cool accessoire. Ik rookte vroeger om me een houding te geven, deze tieners drinken latte.
Als ik een cappuccino heb besteld vraagt de aantrekkelijke jongen achter de bar naar mijn naam. De eerste keer dat hij dat deed kreeg ik een rood hoofd, nu ben ik doorgewinterd en weet ik dat hij die nodig heeft om de Starbucks-machinerie goed te laten verlopen. De knapperd schrijft ’m op een beker en roept mijn bestelling naar zijn collega’s die achter de espressomachines staan te beulen. Ik betaal, wacht in een volgende rij en staar naar de cinnamonbuns, de blueberrymuffins en de citroencake die er allemaal even aanlokkelijk uitzien. Als dan eindelijk mijn naam wordt geroepen („Een cappuccino voor Roos”) en mijn gesigneerde beker wordt overhandigd, denk ik iedere dag: zie je wel, ik besta.
Omdat ik de cinnamonbuns de hele week links had laten liggen mocht ik dit weekend deze heerlijke kaneelkoekjes maken. Mix de boter in een paar minuten romig en zacht. Doe de poedersuiker en de vanille-essence erbij en mix nog een paar minuten. Spatel er dan de bloem en een snuf zout door en kneed alles vervolgens vlug tot een samenhangend deeg. Vorm dit tot een platte schijf en leg het verpakt in folie een uur in de koelkast.
Bestuif het aanrecht met bloem, rol het deeg uit tot een dunne lap en snij daar een rechthoek uit van ongeveer 35 bij 15 cm. Meng basterdsuiker en kaneel, bestrooi hiermee de deeglap en spreid het met de vingers goed uit.
Rol het deeg voorzichtig op en snij er met een scherp mes dunne plakjes (±1 cm) van. Leg deze schijfjes op een met bakpapier bedekt blik en zet ze een kwartier in de oven (175 graden). Rol de deegresten uit tot (nog) een rechthoek en herhaal het procedé.
Kaneelkoekjes
225 g zachte boter
60 g poedersuiker
1 tl vanille-essence
snuf zout
260 g bloem
3 el bruine basterdsuiker
1 el kaneel
