Platteland koop je in de stad
Soms is de ijskast zo goed als leeg. Dan heb ik iets te luchtig gepland of het idee gehad dat er nog ‘van alles’ in zat en dat is misschien in zekere zin ook wel zo, maar ‘van alles’ heeft nogal de neiging te beschimmelen en te verpieteren.
Het is natuurlijk een kwestie van georganiseerd boodschappen doen, maar hoe gaat dat met boodschappen als je niet in de stad woont: één keer per week wordt de markt bezocht. Die is in de stad, op het verrukkelijke boerenplatteland is niet zo gek veel te krijgen. Dat is altijd eigenaardig om te merken, maar het is wel zo. Dorpen hebben geen winkels meer, een op de zoveel dorpen heeft een supermarkt en dan ben je daar op aangewezen. Niets ten nadele van de dichtstbijzijnde, maar om te zeggen dat het een opwindend boodschappenfeest is, nee.
Dus een keer per week naar de stad waar je dan voor veel geld plattelandsproducten kunt aanschaffen… Na een poos krijg ik er altijd genoeg van, de boodschappentassen zitten barstensvol, ik heb geen zin meer om verder na te denken over het eten ik heb ‘van alles’. En de rest, beloof ik mezelf, doe ik in de plaatselijke supermarkt.
Helaas komt dat laatste er niet altijd van, of niet grondig genoeg, of ik had wel royaal ingeslagen maar toch niet precies genoeg in het hoofd gehad hoeveel maaltijden er moesten komen en van welke samenstelling. En dan kan het gebeuren dat je weliswaar een heerlijk visje hebt, of nog wat van die verrukkelijke worstjes (zelfgemaakt in november) en ook nog wel wat boontjes, maar iets knapperigs, iets van sla?
Gelukkig waren er wel radijsjes, net gekocht. En een halve venkelknol. En bleekselderij. En, dat is wel de moeite waard om te vermelden: peperkorrels. Een poosje geleden kocht ik een bakje verse groene peperkorrels in trosjes, bij een Aziatische winkel. Toen het bakje eenmaal open was, begonnen de peperkorrels zwart te worden. Dat is normaal. Het heet drogen. Die zwarte korrels waren wel veel geuriger en pittiger dan de gedroogde korrels die je normaal koopt. Doe met deze wetenschap uw voordeel!
Ik maakte dit slaatje dat in één keer een lievelingsslaatjes is geworden, een echt lenteslaatje.
Snijd de radijsjes in dunne plakjes. Schaaf de venkelknol op een mandoline in dunne plakken, bij gebrek aan mandoline gewoon met een mes zo dun mogelijk snijden. Hak de bleekselderie in kleine stukjes. Combineer dit met elkaar in een schaaltje.
Maak de dressing (daar gaat het eigenlijk om, die maakt het leuk): hak de peterselie grof en doe hem in de keukenmachine of in de mengbeker van de staafmixer.
Spoel de kappertjes grondig af (bij gebrek aan zoute kunnen ook zure gebruikt worden). Stamp de peperkorrels even in een vijzel – dat geeft een pittiger smaak dan uit de molen. Doe ze ook in de mengbeker. Rode wijnazijn erbij, olie, en maal. Giet dat over de sla, meng en eet.
Voorjaarssalade
1 bosje radijs
2 stengels bleekselderie
1 kleine venkelknol
½ bosje peterselie
1 volle el zoute kappertjes
10 zwarte peperkorrels
1 el rode wijnazijn
4 el olijfolie
