Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Wuif de winter uit met lof

De natuur heeft dit jaar in één keer afscheid genomen van de winter. Andere jaren is het wel eens wat aarzelend, die intrede van de lente, maar dit jaar: pats. Daar stond ze. Of hij. Ik denk altijd aan de lente als vrouwelijk, maar Herman Gorter schrijft ergens „De lente komt van ver, ik hoor hem komen”. En Elders schrijft hij dan weer„De lente – ik sta midden in haar – ”. Gorter kon niet helemaal kiezen en misschien is dat maar goed ook, de lente heeft zowel iets zachts als iets schrils, iets stoers en iets teders. Niet dat woordgeslachten zich iets aantrekken van zulke associaties.

Dat is trouwens waar, je hoort de lente altijd komen, eerder dan je hem ziet. Het zijn de vogeltjes. Die weten altijd al heel vroeg wanneer de lente op weg gaat naar onze streken en dan roepen ze, de koolmeesjes althans: „Schiet in ’t vuur, schiet in ’t vuur”. Volgens Jac. P. Thijsse is dat wat ze roepen. Het klinkt volgens mij meer als twee knikkers die tegen elkaar aan slaan. En dan nog eens en nog eens. Je zou best gewoon een uur kunnen luisteren naar al die geluiden. Ze zijn het leven zelf. De lente en het leven, dat is hetzelfde.

Zo staat men wel eens te mijmeren voor het raam of in de vroege voorjaarszon, bezig dor spul uit de tuin te verwijderen en vertederd zich buigende over allerlei groene blaadjes en rode puntjes van het leven dat onder de grond uit wil, ook dit heldere licht in. Waar het leven gelijk in heeft.

Intussen in de keuken. Daar is de lente nog maar zo’n beetje voelbaar, het is nog zo vroeg. En de avonden en de nachten zijn koud, elke ochtend is het dak van mijn huis wit berijpt, de sneeuwklokjes, de laatste, liggen ’s ochtends plat op de grond van de kou, de boom voor mijn raam, die over een maand in roze bloei moet staan, is bedekt met kleine ijsdruppeltjes.

Dus iets warms ’s avonds gaat er best nog in. En er is nog lof, de laatste echte bittere winterstruikjes.

Dus ik dacht: een afscheid van de winter in de vorm van een lof gratin die zoet en hartig en bitter tegelijk is.

Verwarm de oven voor op 200 graden.

Snijd de struikjes lof in de lengte doormidden. Smelt de boter met de suiker in een koekenpan en leg als de suiker is opgelost, de lof met de snijkant naar beneden in de pan. Bak ze zo een minuut of tien, beweeg ze geregeld zodat het zaakje niet aanbrandt.

Vet een ovenschaaltje dan in met boter of olie en leg daar de struikjes lof in met de bolle kant naar beneden.

Meng in een kom het broodkruim, de Parmezaanse kaas, de tijmblaadjes, het citroensap en de room. Maal er veel peper over en prak het met een vork allemaal goed door elkaar. Leg op elk lofstruikje een bergje van dat mengsel. Daaroverheen een plakje ham en het geheel nu een half uurtje in de oven tot de lof zacht is en een bruin korstje heeft.

Lof gratin en ham

Voor 4 personen:

8 struikjes lof

30 g boter

2 el suiker

kruim van 3 boterhammen zonder korst

80 g Parmezaanse kaas

2 el tijmblaadjes

1,5 dl slagroom

kneepje citroen

8 dunne plakjes rauwe ham

6 reacties op 'Wuif de winter uit met lof'

Daan

Marjoleine,

Gorter zou nooit geschreven hebben……,zorg dat het zaakje niet aanbrandt. Neen…
Blinkend licht splinterde fijn…,… Zie je ik hou van je…en je neus en je mond en je haar…..Vroeger leerde je Gorter op de middelbare school.

Marjoleine, morgen maak ik je recept en zal denken aan de lente en ook aan jou.

Emi Grant

Bestaat een boterham uit twee sneeën brood of een?Het schilt wel de helft.

René Hoogenboom

Beste Marjoleine,
als er “slagroom” in een recept staat, wordt er dan opgeklopte slagroom bedoeld, of nog ongeklopte slagroom? Het staat er bijna nooit bij…

Roy Schenk

Marjoleine,

Leuk recept. Alleen 8 struikjes lof gehalveerd, levert 16 halve struikjes op waarvoor toch wel twee grote koeke(n)pannen nodig zijn om die te bakken. Dan mogen boter en suiker m.i. wel verdubbeld.
Ook lijken me 16 plakjes ham me dan handiger.

Maar wel er(ru)g lekker..

Gerard de Lange

Marjoleine, als je iets leent, moet je er natuurlijk wel bij vermelden van wie je het leent: Ottolenghi en het iis echt een geweldig recept. Trouwens ook een geweldig kookboek. Groet.

Pieter (& Anneke)

Vorig week-end gemaakt en het was weer genieten.

Wij hadden Struiken lof en hebben dus het aantal verminderd.

Vandaag zouden we het voor onze dochter maken en dus wit brood opgespaard, maar het recept was onvindbaar.

Dankzij internet wordt het toch weer genieten, gelukkig.

Dank Marjoleine, Dank NRC