Koek van de oma van opoe
In de trein zaten drie oudere dames met elkaar te praten. Ik zat te lezen en echt niet te luisteren naar wat ze zeiden. Eventjes maar. Omdat ik het woord ‘kipfilet’ hoorde. En meteen daarna hoorde ik ‘gevuld met roomkaas’. Ik keek gauw weer in mijn boek dat echt over héél andere dingen ging en ik las door tot het woord ‘hachee’ mijn oren bereikte. En toen, en daarmee sloot ik de oren definitief, zei één van hen: ‘margarine’.
Margarine. Het hele woord jaagt een rilling van ontzetting door je heen. Wat kan er van een gerecht komen als je het met margarine gaat klaarmaken. Niets goeds!
Het is uitgevonden als minder bederfelijke botervervanger en als zodanig heeft het zijn verdiensten, maar als je niet op een lange veldtocht bent waarbij de boter in je ransel kan bederven, zie ik weinig reden om margarine te gebruiken.
Maar de plantaardige vetten dan? zeggen de voorstanders. Dan zeg ik gauw iets over transvetten en dan zeggen zij weer dat die er bijna niet (meer) in zitten en dat je actief cholesterol kunt krijgen van margarine of zoiets, want dat staat op van die kuipjes, en dan heb ik altijd maar één antwoord en dat luidt: smaak.
Er is geen sprake van dat tot margarine gemaakte plantaardige vetten, hoe best en braaf ze verder ook zijn, de verrukkelijke smaak van echte roomboter kunnen vervangen. Een biefstuk in roomboter gebakken heeft niets te maken met een biefstuk gebakken in margarine.
In een boterkoek is margarine echt géén vervanging.
En nu we het toch over boterkoek hebben: ik kreeg van een geweldig aardige mevrouw een halve amandelrozijnenboterkoek. Met boter dus.
Het recept voor deze koek is afkomstig van haar grootmoeder die de koek weer leerde van haar moeder en grootmoeder. Boterkoek is een Nederlands-joodse traditie, het enige Nederlandse recept dat Claudia Roden in haar joodse kookboek heeft opgenomen is voor boterkoek. De koek is eigenlijk een nieuwjaarskoek, maar het voorjaar is ook een vorm van nieuw jaar zou ik zeggen. Dus hups, fijn bakken!
Kneed de bloem met de boter en de basterdsuiker, plus een snuifje zout, de kaneel en de citroenrasp door elkaar tot een deeg. Laat dat ten minste een uur rusten in de koelkast.
Vet een boterkoekvorm in met wat boter. Verdeel het deeg in tweeën en rol de twee stukken met een deegroller uit tot ronde lappen zo groot als de vorm. Leg één van die lappen in de vorm.
Snijd de amandelspijs in plakjes en leg die op het deeg. Strooi er de rozijnen overheen. Leg daarover de tweede deegcirkel.
Versier de bovenkant met de amandelen en bestrijk die met het losgeklopte ei.
Bak de koek op 150 graden gedurende een minuut of 50, kijk geregeld hoe het gaat. De koek moet lichtbruin en gaar zijn, maar als-ie uit de oven komt is-ie nog zacht. Laat geheel afkoelen.
Amandelkoek
250 g boter
250 g bloem
100 g basterdsuiker
1 tl kaneel
rasp van ½ citroen
500 g amandelspijs
200 g witte rozijnen
100 g blanke amandelen
1 losgeklopt ei
