Receptenkettingmail-recept
Je zou het een bescheiden jeugdtrauma kunnen noemen: kettingbrieven. Ergens in de late jaren zeventig moet het fenomeen op zijn hoogtepunt zijn geweest, want als kind kreeg ik om de haverklap zo’n dwingend schrijven in de maag gesplitst.
‘Stuur deze brief door aan 5 anderen, en stuur een ansichtkaart/poesieplaatje/gulden naar de bovenste persoon op de lijst, dan krijg je 3.150 ansichtkaarten/poesieplaatjes/guldens in de brievenbus.’ Sommige van die brieven sloten af met een gezellig: ‘Als je deze brief niet doorstuurt krijg je een ongeluk.’
Ik had het hart niet om zulke post te negeren, dus schreef ik de brieven braaf over, troggelde mijn vader postzegels en enveloppen af en wachtte als een puppy bij de brievenbus tot de beloofde buit zich zou materialiseren. Hetgeen nooit, niet één enkele keer, gebeurde.
Mijn eerste impuls toen ik onlangs een receptenkettingmail ontving was dan ook: delete. Maar stel je voor dat mijn mailbox zomaar zou volstromen met honderden fijne recepten van vrienden van vrienden en daar weer vrienden van? En was het plezier van lekker eten niet bij uitstek iets om met zoveel mogelijk mensen te delen?
In een opwelling stuurde ik 20 vrienden en collega’s de mail door, en de afzender een van mijn lievelingsrecepten: een stoofpotje met witte bonen, kerstomaatjes, chilipeper en komijn. De dagen die volgden checkte ik een stuk of miljoen keer mijn mail. Niets. Zie je wel.
En toen opeens was daar het eerste receptenkettingmail-recept. En het tweede. En derde. Tot mijn verbazing kreeg ik 8 recepten opgestuurd. Niet allemaal even aanlokkelijk – er zat een pasta met zalm bij, waarin voor 2 personen een halve liter crème fraîche moest – maar toch. Iets.
Eén recept moest meteen dezelfde dag worden uitgeprobeerd, een snelle pommes dauphinoises. Ik ben wanneer het over aardappelgratin gaat nogal van het omslachtige, van het meticuleus neervlijen van de plakjes rauwe aardappel die vervolgens minimaal 2 uur moeten garen, dus dit was een ontdekking: even voorkoken, in een ovenschaal storten, room en kaas erover en een half uurtje in de oven.
De gratin bleek smakelijk genoeg om een jeugdtrauma te genezen.
Verwarm de oven op 180 graden. Breng een pan ruim gezouten water aan de kook en kook hierin de aardappelschijfjes 8 minuten voor. Beboter een lage ovenschaal. Giet de aardappelschijfjes af, stort ze in de ovenschaal. Klop de crème fraîche en slagroom los met zout, versgemalen peper en de knoflook of bieslook en verdeel het mengsel over de aardappelen. Bestrooi met geraspte kaas, en bak de gratin 25 à 30 minuten in de oven.
Aardappelgratin
Voor 4 personen:
1 ¼ kilo vastkokende aardappelen, geschild en in dunne plakjes gesneden
125 ml crème fraîche
125 ml slagroom
1 fijngesneden teentje knoflook of een handje fijngesneden bieslook
150 gram geraspte kaas (bijvoorbeeld Gruyère)
