Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Saucijsjes op Normandische wijze

Laatst zat ik wat in het werk van de Tsjechische dichter Miroslav Holub te lezen, zoals dat gaat met poëzie, je pakt soms weer eens een bundel of een verzameld werk uit de kast, soms op zoek naar iets, soms naar niets in het bijzonder, of naar een thema of een stemming die je voor jezelf vaag uitdrukt met ‘liefde die geen jeugdige verliefdheid is’ of ‘hoe sta ik tegenover de wereld’. Al bladerend en lezend vind je de mooiste en soms ook verrassendste dingen. Ook dingen die je helemaal niet zocht. Bijvoorbeeld dit gedicht over een soort razzia: „De poppenkoning/ houdt klopjacht/ op worsten.”

Een poppenkoning en worsten. Interessant. Een poppenkoning zal wel geen worsten eten, poppen staan niet bekend om hun perfecte spijsvertering. Maar waarom zouden de worsten onderdanen zijn van de poppenkoning? Raadselachtig. „Verschrikte metworstjes/ en warrige frankfurters/ flitsen door de struiken,/ hun vette buikjes/ doorzeefd met schoten”.

Geweldig: ‘warrige frankfurters’. Daar mogen we vertaalster Jana Beranova ook wel mee complimenteren. Hoe kan een frankfurter nu warrig zijn, als het eenmaal zo ver is gekomen, is er wel iets helemaal mis daar in poppenland. En dan die doorzeefde vette buikjes. Worsten hebben vette buikjes natuurlijk – zou het Tsjechisch ook verkleinwoorden kennen? Dat moet haast wel. ‘Vette buiken’ zou totaal anders klinken, meer alsof er op dikke burgermannen gejaagd wordt. Nu hebben de worstjes (geen ‘worsten’) iets vertederends. Tsjechen zeggen vast ‘worstjes’ – ik herinner me tenminste uit de verrukkelijke boeken van de Tsjechische schrijver Bohumil Hrabal ook altijd veel worst in de verkleinvorm.

Het gedicht wordt trouwens toch nog grimmig: „Hun uitroeiing is nabij./ De laatste exemplaren/ worden bewaard/ in gekoelde volières/ in de Babylonische dierentuin.” Eigenlijk een gedicht met visionaire kwaliteiten in tijden van een sterk groeiende anti-vleesbeweging.

In mijn eigen sterk gekoelde volières liggen nog heerlijke worstjes die ik in het najaar maakte. Ik moet gauw weer nieuwe maken, lentewarmte doet altijd in een keer de worstactiviteiten ophouden, ik weet niet waarom.

Maar goed, nu eerst een lekker gerechtje met verse worst, gewone saucijsjes die aan de klopjacht ontsnapt zijn, zijn er prima voor.

Prik de worstjes in en bak ze in een klein klontje boter in een koekenpan op niet te hoog vuur aan alle kanten bruin, laat ze op laag vuur met eventueel een deksel op de koekenpan gaar worden. Dat duurt een minuut of 15 à 20. Schil intussen de appelen, snijd ze in partjes en bak ze in een andere koekenpan in een iets ruimere klont boter tot ze goudbruin en een beetje zacht zijn geworden. Schep ze met een schuimspaan op een schaal, zet de koekenpan terug op het vuur. Giet een glas cider in de pan en laat dat een paar minuutjes borrelen. Giet de calvados erbij en laat die ook weer even verdampen, schenk er de room bij en laat die inkoken tot een zachte, romige, appelige saus die op smaak wordt gebracht met peper en zout. Leg de worstjes naast de appel, giet de saus eroverheen en dien op.

De worstjes zullen dankbaar zijn.

Saucijsjes op Normandische wijze

Voor vier personen

500 g saucijsjes

500 g goudrenetten

1 wijnglas cider

2 el calvados

125 ml room

boter

Geplaatst in:
borrelhap
Lees meer over:
saucijsjes
worst