Gemberboterkoek
Ineens viel het woord: boterkoek.
Oh ja, zei de vriendin die op bezoek was verlangend. Dat ze dat vroeger altijd maakte omdat niets gemakkelijker was dan dat. Kon niet mislukken.
Nog lekkerder met gember eigenlijk, droomde ik.
We keken elkaar schuldbewust aan. Als er iets écht niet kan, en dan bedoel ik écht niet, ook niet een beetje, dan is het wel boterkoek. In boterkoek gaat boter. En niet zo’n beetje ook.
Dat is nu juist het lekkere ervan, uiteraard, niets heerlijkers dan de boterige smaak van boterkoek, maar ja.
Boter bevat voornamelijk verzadigde vetzuren. Er zit 2 tot 5 procent transvet in, iets waarvoor je niet genoeg kunt oppassen. En dan spraken we nog niet eens over dik worden, zeiden we ook nog.
Dat was een goed gesprek.
„Ik heb nog wel een pot gember”, zei ik daarna. „En ook wel een pakje boter.”
Zo opgewonden was ik van het idee dat we lekker, toch, gemberboterkoek gingen maken dat ik niet goed oplette bij het afwegen van de bloem. „Wel weinig”, dacht ik nog vaag, „op die hoeveelheid boter”, maar aangezien ik geen enkele behoefte had om dieper in te gaan op de hoeveelheid boter, kneedde ik een en ander fluks tot een tamelijk onsamenhangend deeg en legde het in de ijskast om te rusten en te koelen.
Mijn vriendin hakte lekker veel gember fijn. Toen de rusttijd voor het deeg voorbij was, haalde zij het uit de ijskast en poogde er een lap van te rollen.
Er zaten wel erg veel klontjes boter in. Ze kneedde nog wat, verdeelde het deeg in tweeën, stompte het met de gember in een vorm en zette de koek in de oven.
Twintig minuten later kwam hij er weer uit. Wat rook hij heerlijk! Maar wat was hij ook zacht en tja, eh, boterig.
„Hoort dat zo?” vroeg ik, haar ineens als boterkoekexpert aansprekend.
Zij vond het gek.
Ik ook.
Ik begon de boterkoek wat af te gieten en al spoedig had ik een kommetje vol heerlijk naar gember ruikende boter.
Ik voelde dat ik nu toch mijn twijfel over mijn eigen weegactiviteiten met haar moest delen.
We braken een klein stukje van het baksel af. Alsof je boter at. Met gember. Boter met gember is lekker. Maar het is geen boterkoek.
Enfin. Het moest opnieuw.
Als iedereen nu netjes de hoeveelheden afweegt, is het een heel makkelijke koek inderdaad. Alleen levensgevaarlijk.
Probeer er dus echt kleine stukjes van te eten.(Ja, probeer dat eens als je kunt). En wie er dik van wordt of er cholesterol van krijgt, kan niet zeggen dat ik niet gewaarschuwd heb.
Maar oef, wat is-ie lekker!
Meng boter, suiker en zout en kneed de bloem er goed door. Verpak in plasticfolie en laat een uur rusten in de ijskast.
Verwarm de oven voor op 200 graden. Vet een vorm van 20 cm doorsnede in en druk de helft van het deeg daarin uit. Verdeel er de gehakte gember over. Rol de andere helft van het deeg uit en bedek daarmee de gember. Snij de bolletjes gember doormidden en verspreid ze over het deeg. Bestrijk de koek met het losgeklopte ei.
Zet hem 20 minuten in de oven.
Gemberboterkoek
150 g bloem
150 g boter
100 g witte basterdsuiker
snufje zout
75 g gehakte gekonfijte gember
losgeklopt ei
8 bolletjes gember
