Japanse misosoep
Als Wim T. Schippers een vloer van pindakaas kan maken, is er meer mogelijk met eten als kunst, vindt museum Boijmans Van Beuningen. Op de kinderpagina van deze krant. Daar werden kinderen opgeroepen om zelf hun kookkunst of ‘voedselwerk’ te maken en een foto of beschrijving daarvan op te sturen. Enkele voedselwerken waren al te zien, bijvoorbeeld een gezicht gemaakt van radijsjes (de mond) twee gebakken eieren (de ogen), een champignon (neus) en spaghetti (haar). De meisjes die het gemaakt hadden, lieten weten dat het Justin Bieber voorstelt, een piepjonge Canadese zanger. De kunstenaressen gaven ruiterlijk toe dat hun spaghetti ‘JB’ te blond maakte. Daarom heette hun werk ‘Blonde Bieber’ wat een erg sterke naam is.
De andere inzendingen logen er trouwens ook niet om: een figuur gemaakt van zoete aardappel, sperziebonen, wortel en cornflakes waarin we Samson kunnen herkennen. De maakster zelf noemde het werk bescheiden „een poppetje”.
En dan was er nog een regelrecht professioneel ogend peperkoekhuisje van pepernoten met chocoladecement en speculaas als dak. Dat huisje begonnen Hans en Grietje te eten en daaruit stormde ineens de heks naar buiten, met alle gevolgen van dien.
Hè, je krijgt er zin in, in zelf kunst vervaardigen van voedsel. Al moet ik zeggen dat de werken, hoe verrassend ook, niet uitnodigden tot eten. Behalve het peperkoekhuisje dan. Eetbare voedselkunst is het mooiste. Maar dan kom je in de wereld van het fooddesign, waar schitterende dingen vervaardigd worden, maar die zijn weer niet per se voedselkunst.
Waar ligt de grens. Ik heb foto’s van vrienden die groot uitgevallen judasoren (paddestoelen) op de plaats van hun oren tegen hun hoofd houden – kunnen wij dit als voedselkunst beschouwen? Of waren we weer gewoon erg leuk? Er zou denk ik een apart hoekje op de voedselkunsttentoonstelling te maken zijn van mensen die op de plaats van hun oren eetbare dingen bevestigd hebben: boterhammen, koekjes, asperges enz.
Vanzelf denk je bij dit alles aan Marije Vogelzang, die van eten iets maakt waar je met plezier naar kijkt: een schuin op een bruine boterham gelegd smal plakje kaas bijvoorbeeld, waarin een paar kleine gaatjes geprikt zijn zodat het eruitziet als een pleister. Je krijgt medelijden met die boterham die zo lelijk zijn linkerbovenkorst gestoten heeft. Maar ook krijg je zin in een boterham met kaas.
Of in heel mooi eten: Japans! Als je de lente-ui mooi snijdt is zelfs een eenvoudig misosoepje beeldschoon. En je hebt een smoes om naar de Aziatische supermarkt of een goed gesorteerde toko te gaan… En misosoep smaakt zo heerlijk anders dan andere soep en het is supermager ook nog eens.
Snijd de tofu met een heel scherp mes in strakke blokjes. Snijd de lente-ui schuin in gave stukjes van een centimeter.
Breng het water aan de kook en strooi de dashi erin. Roer. Zet het vuur lager en roer de miso en de mirin door de bouillon – niet meer laten koken, daar kan de miso niet tegen. Leg de tofublokjes in de soep en laat ze warm worden. Bestrooi met lente-ui en dien op in mooie kommen.
Japanse misosoep
Voor 4 personen
250 g stevige tofu
1 lente-ui
80 g instant dashi (Japanse bouillon)
100 g miso (gefermenteerde soja)
1 el mirin (zoete rijstwijn)
