Lof in sinasroom
Wie graag eet, wordt geacht ook veel uit eten te gaan en een flinke restaurantkennis te bezitten. Maar het zijn, in alle opzichten, verschillende werelden, die van de thuiskok en die van het restaurant. Kookboeken van restaurantchefs vind ik meestal helemaal niet leuk – ze schrijven alsof je thuis ook een hele brigade hebt die niets anders te doen heeft dan worteltjes tourneren, met een sifon schuim produceren of knopen leggen in bieslook die je vervolgens gaat frituren.
Geen thuiskok wil dat, behalve de enkeling die restaurant-aspiraties heeft. Maar het leuke van thuis eten is nu juist dat je niet in een restaurant zit en dat je dus een royale schaal van iets kunt maken waaruit iedereen opschept, of een groot stuk vlees kunt braden. Thuis kun je met een stukje brood (of stiekem even met je vinger) de laatste saus uit de schaal vegen, in plaats van dat je in dat ene groene drupje de beloofde salsa verde moet herkennen.
Hoewel ik laatst iemand sprak die zo lyrisch was over het kookboek van Cees Helder (Parkheuvel, het boek is al járen uit) dat ik de neiging kreeg om dat dan toch nog maar eens te gaan bekijken.
Eigenlijk houd ik nogal van het soort eten dat ze in grote Parijse bistrots geven, van steak tartare en plateaus vol schelpdieren, van eenvoudig maar goed bereide visgerechten en salades met lardons of gésiers en zo’n lekkere Franse vinaigrette.
Ik at het weekend in een groot Brussels restaurant dat helemaal van die soort was: veel tafels met witte tafelkleden, veel obers, veel gasten, een lekker flesje Sancerre op de kaart dat niet meteen 210 euro kost en mmm! de gewenste tartaar en de schaaldieren in de vorm van een gegrilde halve kreeft en huisgemaakte garnaal-kroketten.
Het geluid van een restaurant is ook zo gezellig, al dat tikken van bestek tegen borden, het geroezemoes van stemmen, de lichte opwinding die je bevangt over wat je gaat eten en bespreken. Hoe bevredigend het thuiskokende leven ook is, op zo’n avond verlang je er helemaal niet naar.
Nu is het weer maandag, en dus tijd voor iets eenvoudigs met groente.
Vorige week, in de citrusweek dus, maakte ik een heerlijke maandagavondschoteltje met lof en sinaasappel, warm. Wie er een kleine sla bij doet, en er een stukje brood bij neemt, is meteen klaar voor een doordeweekse avond waarop je eens lekker weinig wilt eten. Met de nadruk op ‘lekker’. En snel klaar is het ook.
Snijd de struikjes lof in de lengte in achten.
Rasp de schil van de halve sinaasappel en pers hem uit. Verwarm een klontje boter in een koekenpan op hoog vuur, en doe de lof in de pan. Blijven omscheppen tot de lof zachter en rondom lichtbruin is. Bestrooien met peper en zout, de room erbij doen, even flink laten koken, dan het sinaasappelsap erbij, verder laten inkoken. Na een poosje ligt de zacht geworden lof in een bleekoranje crème. Wie wil strooit er nog wat oude kaas over – dat klinkt vies, kaas met sinaasappel, maar ik vond het wel lekker. Smaakvoller is ongetwijfeld om er een flinke hoeveelheid tijm overheen te strooien.
Lof in sinasroom
Voor 2 personen:
6 struikjes lof
klontje boter
1 dl slagroom
sap en rasp van een halve sinaasappel
evt. 50 g geraspte kaas
evt. veel (citroen)tijm
